Een paar jaar geleden had hij nog maar een paar maanden te leven. Specialisten hadden een afsterven van de hersencellen vastgesteld, en het proces onomkeerbaar genoemd. Die voorspellingen bleken voorbarig. Zijn toestand is nog te wankel om opnieuw les te geven. Maar met een niet te stillen honger stort hij zich nu op al die andere zaken waar hij vroeger geen tijd voor had. Vorig jaar heeft hij zijn halve bibliotheek aan vrienden geschonken. Om wat plaats te maken. Het heeft niet echt geholpen. Zelfs de keukentafel buigt alweer door onder de boeken. In plaats van Duitse en Franse romans liggen er nu honderden boeken over het Tarotspel, en bezoekers kunnen zich aan de tafel door Dirk de kaarten laten lezen. In zijn dagboek schrijft Dirk zijn diepste roerselen neer. Zoals in dit gedicht :

De stoel staat.

De tafel staat.

Ook de kast.

Waarom ik niet ?

Eén hoog in het blok waar hij met zijn vrouw Lieve een appartement deelt, neemt hij een mapje waarin hij enkele tientallen variaties op een personage uit de Tarot heeft samengebracht. Nummer nul. The Fool. Zijn tekstjes, foto’s, tekeningen, cijfersymbolen, vierkantjes, driehoeken, en die Tarotkaarten met hun personages, zegt Dirk, zijn een mooi voorbeeld van het weinige dat ons nog in dit leven wordt gegund. Snippers, fragmenten. Maar als je ze lang genoeg schudt, worden ze als de kraaltjes in de verzameling kaleidoscopische kijkers die op een buffetkast staat te pronken. Wie er doorheen kijkt, krijgt geen zicht op buiten maar ziet hoe voor de lens die gloeiende kraaltjes wonderlijke patronen vormen. Een Glasperlenspiel. Tussen de kaleidoscopen staat ook een groot stuk bergkristal, en dat is de naam die Dirk aan zijn Centrum voor Meditatie gaf.

Hij heeft het over de sprankelende harmonie van Bach als hij de kosmologische visies ter sprake brengt die je met die Tarot kunt opwekken. Over Spinoza, en over Paul Klee. Hij ziet die tarotspelen als die talloze romans die hij vroeger las. Met dit verschil dat je de pagina’s, de kaarten, tot steeds andere puzzels kan verschuiven. ?Niet ik, maar de bezoekers moeten vertellen wat ze uit de kaarten kunnen lezen,” zegt Dirk. Want hij is nu eenmaal een kind van de jaren zestig, toen woorden als zelfredzaamheid opgeld maakten. Vroeger heeft hij eenzelfde systeem gehanteerd bij het lesgeven. Nooit ex cathedra dat was zijn stijl niet. Zijn klas was een bibliotheek. De leerlingen kregen een onderwerp en moesten dan maar zelf op zoek gaan naar stukjes van de puzzel. Hij heeft nooit moeite gehad om orde in de klas te houden, ook al doceerde hij experimentele muziek in een Technische School. ?Ik stond heel dicht bij mijn leerlingen”. Dat kon de directie maar matig appreciëren. Na negentien jaar lesgeven, kwam het tot een breuk. Toen hij later naar India reisde, ging hij fataal onderuit.

Vijf jaar later zijn er nog altijd oud-leerlingen die hem met een bezoek vereren. Maar zelf is hij dus niet meer naar school teruggekeerd. Hij droomt nu van een apart gebouw waar naast een galerie ook zijn Centrum voor Meditatie zou kunnen worden ondergebracht. Het wordt een filosofisch centrum, zegt hij, waar men in zichzelf zal kunnen afdalen. Met religie heeft dat weinig te maken. En nog minder met waarzeggerij. Het gaat om het inzicht en niet om zekerheden. Om vragen en niet om antwoorden. En van voorspellingen heeft Dirk voorlopig wel zijn bekomst.

M.B.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content