Twee maanden geleden bood België Zaïre aan om te helpen bij de organisatie van de verkiezingen in, ten laatste, de zomer van 1997. Welke zin hebben die verkiezingen ?

HET IS PARADOXAAL : het mobutisme in Zaïre bestaat niet meer. Het is verdwenen sinds de Zaïrese president Mobutu Sese Seko in april 1990 zelf het einde van zijn Tweede Republiek aankondigde. Er zou een meerpartijenstelsel komen, multisyndicalisme ook, persvrijheid en verkiezingen. Die Tweede Republiek was Mobutus levenswerk geweest : zijn eigen instellingen en een eigen ideologie met centraal daarin een eenheidspartij als ?incarnatie van het Zaïrese volk.? Dat alles is en blijft afgeschaft. ?Mobutu denkt er niet aan daarop terug te komen,? aldus Gauthier de Villers, directeur van het Brusselse Afrika Instituut.

GAUTHIER DE VILLERS : Wat overblijft, is de macht van de persoon Mobutu. Maar zijn macht is informeel geworden. Tot in april 1990 kon hij een beroep doen op een piramide van instellingen. Hij respecteerde niet altijd zijn eigen spelregels, maar goed. Sinds zijn ommezwaai heeft de president zich teruggetrokken op de Kamanyolo, zijn luxejacht, of meestal in Gbadolite. Hij regeert er niet echt. Hij manipuleert van daaruit een aantal informele netwerken van relaties. Over instellingen beschikt hij niet meer, afgezien van een soort leger. Mobutu heeft zijn eigen regime gedesinstitutionaliseerd. De paradox is dat hij zo des te sterker lijkt te staan. Hij is nergens en overal. Hij staat niet meer in het centrum van de macht, want er is geen machtscentrum meer in het land.

De luipaard die in het donkere oerwoud net iets beter ziet dan de anderen, zo noemt Zana Aziza Etambala hem. Zana, Zaïrees én Vlaming, heeft in opdracht van het Algemeen Bestuur voor Ontwikkelingssamenwerking (Abos) en het Leuvense Hoger Instituut voor de Arbeid een studiereis in Zaïre achter de rug. Hij publiceerde, net als De Villers trouwens, onlangs zijn impressies over dertig jaar mobutisme. Een boekje dat hij besloot met een wijze opmerking van de Zaïrezen : ?Laat ons ophouden over Mobutu te discussiëren. Indien we ons om hem zorgen blijven maken, sterven we straks nog eerder dan hij.?

Zijn de Zaïrezen ermee opgehouden over Mobutu te discussiëren ?

ZANA AZIZA ETAMBALA : Er is in Zaïre een diepe kloof ontstaan tussen de politici en het volk. Het woord politicus is een soort scheldnaam geworden. Vooral de jongeren hebben er geen vertrouwen meer in. Voor hen zijn het de politici die het land dertig jaar lang geplunderd hebben en die aan de oorsprong van alle ellende staan. De politiek is er niet in geslaagd een toekomstperspectief te creëren. Die jongeren engageren zich nu in allerhande niet-gouvernementele organisaties (ngo’s). Het zijn er geen tientallen of honderden, maar duizenden. Ze ontstaan overal. Het valt op dat ze opgezet worden door dertigers, veertigers. In de politieke wereld daarentegen circuleren alleen ouderlingen.

DE VILLERS : Als de Zaïrezen nu zeggen dat ze zich niet meer om Mobutu inlaten, bedoelen ze eigenlijk dat ze zich afkeren van de politieke kaste in het algemeen. Bij het begin van het democratiseringsproces was er een sterke polarisatie rond de figuur van Mobutu. De president werd verketterd. Hij was, met de woorden van Nguza Karl-I-Bond, de vleesgeworden Zaïrese kwaal. Deze duivel moest uitgedreven worden, zodat de Zaïrese samenleving zich kon bekeren. Dat gevoel was de voedingsbodem van de Nationale Conferentie. Aan die dynamiek is intussen een einde gekomen. De Zaïrezen hebben zich op zichzelf teruggeplooid. Op zichzelf, op de eigen familie, de eigen wijk. Dit hangt natuurlijk samen met de overlevingseconomie waartoe ze gedwongen werden.

Je mag dat terugvallen op het lokale niet verwarren met de Société Civile, die ten tijde van de Nationale Conferentie een belangrijke rol speelde. De Société Civile, dat is de maatschappij in de mate dat ze zich weet te organiseren tegen het bestaande staatsgezag in. Het is nog niet duidelijk of het terugvallen van de mensen op het lokale en het informele niveau zo’n alternatief voor de traditionele politiek kan versterken. We moeten afwachten in welke mate de vele ngo’s in het land de mensen nog kunnen mobiliseren.

Wat kan er een nieuwe mobilisatie op gang brengen ? Kon monseigneur Monsengwo dat destijds ?

ZANA : Monsengwo was maar een symbool. De mensen zagen in hem een redder, iemand die hen van Mobutu kon bevrijden. Hier stak dat wantrouwen ten opzichte van de politiek de kop al op. Zodra de mensen de indruk kregen (ik zeg wel de indruk, ik zeg niet dat ze gelijk hadden) dat Monsengwo het politieke spelletje meespeelde, haakten ze af. Ze hadden gedacht dat Monsengwo Mobutu opzij kon schuiven en dat bleek niet waar te zijn.

In september 1991 tijdens de hongerrellen in Kinshasa, nadat de katholieke kerk zich uit de Nationale Conferentie teruggetrokken had omdat Mobutu die bleef dwarsbomen , had men Mobutu ten val kunnen brengen. Dat was de unieke kans. Ik herinner me nog dat ik met enkele Zaïrese vrienden naar de Franse wereldzender luisterde, toen een journalist aan de woordvoerder van de Franse minister van Buitenlandse Zaken vroeg waar Mobutu zich bevond. Op dat ogenblik wist niemand waar de president precies was. Het antwoord luidde : Monsieur Mobutu est sous surveillance diplomatique. Vreugdekreten alom. Want het is van buitenaf dat hij ten val gebracht moet worden. De Zaïrezen zelf hebben daar de wapens niet toe. Er waren toen meer dan tweeduizend buitenlandse para’s in het land. Zij controleerden Kinshasa.

DE VILLERS : Op dat ogenblik was ik ook voorstander van een internationale militaire ingreep. Ik heb dat trouwens met zoveel woorden gezegd.

Nu, het was inderdaad Monsengwo niet die de beweging van de Nationale Conferentie op gang getrokken had. Hij was er enkel het symbool van, als voorzitter van die Nationale Conferentie. Ik denk niet dat hij bij de mobilisatie van krachten zelf een belangrijke rol gespeeld heeft. Die mobilisatie gebeurde veeleer spontaan. Het waren de gewone Zaïrezen die zich massaal op de deur stortten die Mobutu zelf op een kier gezet had, toen hij de overgang naar de Derde Republiek aankondigde. Ik vrees dat er inderdaad een historische kans gemist werd. Je moet de factor-Mobutu niet overschatten, maar toch is hij de kers bovenop de slagroomtaart. In die zin moet hij weg opdat de bevolking echt zou aanvoelen dat een nieuw tijdperk begint. Het is omdat de Société Civile er niet in geslaagd is de president te doen vertrekken of hem althans volkomen te marginaliseren, dat de beweging in elkaar gestuikt is. Vandaag zit Zaïre dus opnieuw in een impasse.

Kunnen verkiezingen die impasse doorbreken ? De Belgische Staatssecretaris voor Ontwikkelingssamenwerking, Reginald Moreels, heeft onder meer aangeboden om de verkiezingen mee te helpen organiseren. Heeft dat zin ?

DE VILLERS : Om verkiezingen te organiseren zijn drie elementen van doen. Vooreerst is de politieke wil nodig. Welnu, vele eerbiedwaardige vertegenwoordigers in het Haut Conseil de la République (HCR) wensen geen stembusslag, omdat die hun eigen mandaat in gevaar kan brengen. Uiteindelijk behoren de leden van het HCR toch tot de laatste loontrekkenden van het land, met een behoorlijk salaris trouwens. Voorts moet een politieke consensus over het verloop van die verkiezingen bereikt worden. Kwestie van de spelregels vast te leggen. Daarvoor is in principe een nieuwe grondwet en een grondwettelijk referendum nodig. En tenslotte stellen zich enorme praktische en financiële problemen bij de organisatie van verkiezingen. Het is volgens mij moeilijk denkbaar dat de verkiezingen binnen de vooropgestelde termijn ten laatste in de zomer van 1997 georganiseerd kunnen worden. Dat haaltZaïre niet, al blijft het een land vol verrassingen. Maar voor die tijd kan je hoogstens algemene verkiezingen bricoleren.

Op termijn de Zaïrese maatschappij mobiliseren voor vrije en democratische verkiezingen en die verkiezingen opzetten, lijkt mij nochtans het enige valabele middel om die maatschappij een nieuw elan mee te geven. Dus moet je die troef uitspelen, zelfs al ben je sceptisch over de mogelijkheid om dit binnen afzienbare tijd rond te krijgen.

ZANA : Maar de Belgische regering moet zich ook rekenschap geven van de gevaren van zo’n optie. Gewoon al praktisch. Ik had twee dagen nodig om van Kinshasa naar Luozi te reizen : dat is niet eens driehonderd kilometer. Hoe moet dat dan in het binnenland ? Bovendien is iedere Zaïrees ervan overtuigd dat het staatshoofd vals zal spelen. Er bestaat een ontstellende ontmoediging over de mogelijkheid van eerlijke verkiezingen mét Mobutu. Wat indien België meehelpt aan een stembusslag en Mobutu wint die ? En wat indien hij de verkiezingen verliest en hij volgt het Angolese voorbeeld en legt zich net als Savimbi niet neer bij zijn nederlaag ? Zal de Belgische regering dan paracommando’s naar Zaïre sturen ?

DE VILLERS : Laat mij mijn redenering verfijnen. Natuurlijk is het nog te vroeg om te praten over, bijvoorbeeld, de financiële ondersteuning van de organisatie van verkiezingen. Wat nu wel al kan, is geldelijke of andere steun verlenen aan de organisaties uit de Société Civile, die meewerken aan het bewustwordingsproces omtrent die verkiezingen. Anderzijds blijft aandringen op verkiezingen politiek correct en laat ons ook toe om druk uit te oefenen : je kan aan de Zaïrese politieke verantwoordelijken duidelijk maken dat de officiële bilaterale samenwerking slechts hernomen kan worden, als zij een consensus bereiken over de organisatie van verkiezingen.

ZANA : Geef de mensen toch geen valse hoop. België is niet meer in staat zich in dat proces te engageren. Men zegt deZaïrezen wel steun toe, maar als de verliezer in de zomer van 1997 weigert op te stappen, wordt dat opnieuw een grote ontgoocheling voor het Zaïrese volk.

Ik heb net een viertal weken lang het land doorkruist en ik kan u verzekeren dat er sterke anti-Belgische gevoelens leven. De breuk van de jongste vijftal jaar met ons land is echt diep doorgedrongen. De Zaïrezen hebben zich aan deze situatie aangepast. In de beide Kasaï of in Shaba, bijvoorbeeld, richten de handelaars zich voortaan op Zuid-Afrika. En toen ik terugvloog vanuit Bukavu en Goma, trof ik in het vliegtuig een groot aantal jonge Zaïrese handelaars aan die uit Dubaï kwamen. Ook mensen uit Kinshasa zelf. Ze concentreren zich nu op Azië : je vindt er producten van Europese makelij. Wie daarvoor naar België wil, moet twee maanden op zijn visum wachten. De Zaïrezen worden op de Belgische ambassade in Kinshasa heel vaak op een schandalige manier behandeld.

Kunnen eventuele verkiezingen ook regionalistische gevoelens opwekken, zoals dat net na de onafhankelijkheid gebeurd is ?

ZANA : Het regionalisme is voor het ogenblik de minste zorg van de gewone Zaïrees. In de cités hebben de mensen maar één bekommernis : overleven, eten. De mensen hebben allang begrepen dat regionalisme, etnische tegenstellingen of clanverschillen behoren tot het arsenaal van de politici. Die gebruiken dat om hun campagne mee op te starten. Uiteindelijk zijn ze allemaal uit op de centrale macht in Kinshasa.

De mensen zelf maken een veel scherpere analyse. Wat houdt Mobutu nu in het zadel ? Enerzijds de wapens dus die delen van het leger die hij controleert , en anderzijds de staatsfinanciën. Hoe kan je aan de ontwikkeling van een land werken als je geen vat hebt op de gewapende krachten noch op de staatsfinanciën ? Zolang het Zaïrese volk geen greep krijgt op deze twee elementen, is er niet echt een oplossing in zicht. De Zaïrezenkunnen alleen blijven vluchten in de informele sector. Desnoods duurt dat nog tien jaar. We hebben er nu al drie decennia opzitten. Nog een geluk dat de Zaïrees een andere notie van de tijd heeft dan de Europeaan.

Benoit Lannoo

De macht van de Zaïrese president Mobutu is informeel geworden.

Gauthier de Villers.

Zana Aziza Etambala.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content