‘Als ze willen terugkeren naar de tijd dat de BRT een cultuurzender was die voor elke zucht toestemming moest vragen aan het parlement, kunnen ze de VRT beter meteen afschaffen.’ Gedelegeerd bestuurder Tony Mary vecht terug.

Hij is kwaad. Omdat de commerciële omroepen ‘zijn VRT’ vijftig jaar terug in de tijd willen zetten, omdat hij gelooft dat sommige kranten de pik op hem hebben en omdat elk uitgesproken voornemen of droombeeld meteen wordt opgeblazen en tegen hem gebruikt. ‘Ik durf mij niet meer boos te maken, want dan staat dat meteen breed uitgesmeerd in de kranten’ zegt Tony Mary, de gedelegeerd bestuurder van de VRT. ‘Als ik tegen medewerkers zeg goed gedaan, jongens, schrijven ze meteen dat ik arrogant ben.’

Vorige week haalde u weer de voorpagina’s toen u kwaad reageerde op het eisenpakket dat de Private Omroep Federatie (POF) naar minister van Media Geert Bourgeois (N-VA) had gestuurd.

TONY MARY: Dat was surrealistisch. Ik ben altijd een voorstander geweest van een beroepsvereniging van audiovisuele bedrijven. Toen er in juni tot mijn verbazing één werd opgericht, was dat zonder de VRT. De initiatiefnemers wilden maar één ding: met alle commerciële omroepen samen de openbare omroep aanvallen – al is die eensgezindheid intussen al zoek. Uit hun nota blijkt dat ze de VRT willen reduceren tot minder dan de BRT ooit is geweest: een cultuurzender die voor elke zucht toestemming moet vragen aan de overheid. Als dat is wat ze willen, kunnen ze de VRT evengoed afschaffen.

Begin dit jaar geloofde u nog in de pax media. Hebt u dat optimisme inmiddels laten varen?

MARY: Die nota is een stoot onder de gordel die de pax media opblaast. Ik heb nog nooit meegemaakt dat een bedrijf de overheid ervan probeert te overtuigen om zijn concurrent te kortwieken zodat het er zelf beter van wordt. Absurd gewoon!

Twee jaar geleden leek u op de goede weg om de plooien tussen VRT en VTM glad te strijken. Hoe is het daarna zo snel mis kunnen gaan?

MARY: De eerste opdracht die de toenmalige minister van Media Dirk Van Mechelen (VLD) me gaf, was om minder bits met de commerciële omroepen samen te werken. Dat zag ik zelf helemaal zitten, want van nature ben ik een diplomaat. Ik heb met de commerciëlen een overeenkomst gesloten, en ik heb me aan alle verbintenissen gehouden. In eigen huis werd dat me niet in dank afgenomen – vergeet niet dat ik hier destijds werd ingehaald als de zetbaas van de VLD die de VRT kwam liquideren. Toch hebben wij onze kant van de overeenkomst uitgevoerd, onder meer in verband met de uitwisseling van schermmedewerkers. Daar stond tegenover dat de anderen de financiering van de VRT niet meer zouden aanvallen tot de onderhandelingen over de nieuwe beheersovereenkomst in 2005 zouden beginnen. Maar zodra wij onze punten hadden uitgevoerd, werd de overeenkomst van de andere kant met een laconieke brief opgezegd. Zoiets had ik nog nooit meegemaakt. De audiovisuele sector in Vlaanderen wordt gewoon slecht geleid. Daarbij komt nog dat de commerciële omroepen geobsedeerd zijn door het idee dat de VRT met hun inkomsten gaat lopen.

Ze vinden dat de openbare omroep genoeg moet hebben aan zijn omvangrijke dotatie.

MARY: (zucht) De VRT heeft gemengde inkomsten nodig, daar ben ik van overtuigd. Ik pleit echt niet voor reclame op TV1, maar de beperking van de radioreclame is bijvoorbeeld een absurditeit: bedrijven die hun geld willen uitgeven aan een spotje op de VRT-radio mogen dat niet omdat ons plafond is bereikt. Het is wel heel simplistisch om te geloven dat die dan gewoon met hun budget richting Q-Music gaan.

Zelfs als we morgen gedwongen worden om alleen van onze dotatie te leven, is het probleem van de andere omroepen niet opgelost. Ons bestaan op zich kost hun al geld: iedereen die naar de VRT kijkt, kijkt niet naar hen en betekent dus een vermindering van de reclame-inkomsten. Wat zullen ze dan doen zodra ze een eind hebben gemaakt aan onze gemengde inkomsten? De hele VRT opdoeken?

Heeft het voornemen van de nieuwe Vlaamse regering om de inkomsten uit radioreclame en tv-sponsoring aan banden te leggen grote gevolgen?

MARY: Ik hoop dat ze dat niet zal uitvoeren. In het regeerakkoord wordt trouwens alleen vermeld dat die inkomsten moeten verdwijnen, maar niet hoe ze gecompenseerd zullen worden.

Die passage lijkt wel op maat van VTM geschreven.

MARY: De lobbykracht van de media, en van de commerciële televisie in het bijzonder, is een groot probleem. Zinnetjes die toplui van die omroepen in de media uitspreken, staan haast letterlijk in regeringsteksten. Ik waan me soms echt in Washington. Toch ga ik ervan uit dat de overheid een performante openbare omroep wil, ook al werken de commerciële zenders dat tegen.

Uit het regeerakkoord blijkt ook dat er meer transparantie van de VRT zal worden geëist. Positief toch?

MARY: De VRT ís transparant: in ons jaarverslag staat veel meer dan in dat van welke private onderneming ook. Ik begrijp heel goed dat een aandeelhouder een rol te spelen heeft en controle wil uitoefenen. Maar in geen enkele onderneming kan een aandeelhouder de afspraken tussen de directie en de leveranciers nalezen.

De meeste ondernemingen werken dan ook niet met belastinggeld.

MARY: Ik ben dan ook nog nooit zoveel gecontroleerd. Ik heb een raad van bestuur die mijn strategie controleert, het Rekenhof heeft hier een kantoor, er is een gemeenschapsafgevaardigde die in het oog houdt of we binnen het legaliteitsprincipe werken, en binnen de raad van bestuur is er een auditcomité én een VAR-opvolgingscomité aan het werk. Wat wil het parlement nog meer?

Inzicht in de grote contracten over sportrechten en met de productiehuizen.

MARY: Dat kan niet. De VRT is een nv van publiek recht die in een hyperconcurrentiële omgeving werkt. Het is ongehoord om mij te vragen onze rechtencontracten vrij te geven. Ik zal dat nooit doen, want de wet legt mij als gedelegeerd bestuurder op dat ik de belangen van mijn onderneming moet beschermen. Waarom zou het parlement moeten weten dat ik de Champions League onderbetaal? Dat iemand me daar eens een zinnig antwoord op geeft. Ik hoop dat het gezond verstand van onze democratische instellingen zal primeren op het eigenbelang van enkelingen.

Volgens voorzitter Guy Peeters zou de raad van bestuur zich meer met de algemene strategie mogen bemoeien dan nu gebeurt. Klopt dat?

MARY: Ik ben in elk geval vragende partij. Alleen hoop ik dat ik met de bestuursleden over de toekomst van de VRT kan discussiëren, zonder te vervallen in debatten over het aantal keren dat Jean-Marie Dedecker (VLD) in de ether is geweest of hoe aangewezen Rik Torfs is als vertegenwoordiger van het katholieke gedachtegoed. Als minister van Media heeft Eric Van Rompuy (CD&V) de decreten over de VRT destijds perfect volgens de regels van de corporate governance opgesteld. De raad van bestuur heeft dezelfde bevoegdheden als in elk ander bedrijf en de gedelegeerd bestuurder is zoals overal verantwoordelijk voor de dagelijkse leiding. Het enige verschil met andere ondernemingen is dat die bevoegdheidsverdeling bij de VRT wettelijk is vastgelegd.

Is het vertrouwen tussen uzelf en de raad ondertussen hersteld, na het maandenlange gebakkelei rond de aanstelling van Aimé Van Hecke en de voorbarige uitspraken over het voortbestaan van Sporza?

MARY: Ik heb een goede relatie met de raad van bestuur. Ik doe wat ik altijd al heb gedaan: ik informeer mijn voorzitter dagelijks, en het is aan hem om de anderen op de hoogte te brengen. Misschien hebben sommige bestuursleden wel eens zin om mijn werk over te nemen, en dat laat ik natuurlijk niet toe. Maar dat heeft niets te maken met een gebrek aan vertrouwen. Op 1 januari wordt de raad trouwens opnieuw samengesteld.

Bestaat het gevaar na al die jaren nog steeds dat de VRT weer een gepolitiseerd bastion wordt als de politiek meer macht krijgt?

MARY:(ferm) Ja. Zodra er in het dagelijks beleid kan worden ingegrepen, zal dat gebeuren ook. Het probleem is dat mijn aandeelhouders denken dat de VRT van hen is, en dat ze het liefst zelf televisie zouden maken.

Alles wijst erop dat meer kwaliteit een van de grootste eisen zal worden in de nieuwe beheersovereenkomst. Beschouwt u dat als kritiek op de huidige programmering?

MARY: Televisie is een massamedium, en dus maken wij producten voor de massa. Wel proberen we de mensen met onze programma’s een beetje op te trekken. In de jaren zestig noemden ze dat ‘volksverheffing’, wij brengen een versie die is aangepast aan de 21e eeuw. Niemand wil toch terug naar de BRT van 1989 met Ziggurat voor het journaal? Dát is wat de commerciële omroepen volgens hun nota willen. Ze beweren dat het onze taak niet is om ontspanning te brengen. Maar de programmering is een puzzel die perfect in elkaar moet passen. Daarom zit het journaal bijvoorbeeld tussen Blokken en Man bijt hond. Aimé Van Hecke heeft vernieuwende ideeën aangebracht om mensen naar programma’s te lokken die ze minder aantrekkelijk vinden.

De overheid vraagt van ons innovatie en creativiteit. Het eiland is bijvoorbeeld Canvas-humor op TV1. Als dat niet volksverheffend is! Er is moed voor nodig om zoiets uit te proberen. Na de eerste aflevering met 800.000 kijkers daalden de kijkcijfers eerst een aantal weken, maar tegen de laatste aflevering zaten we weer waar we begonnen waren. Een commerciële omroep had dat programma allang van het scherm gehaald. Wij geven het een kans, zelfs na een moeilijke start. Op die manier konden we docusoaps en andere nieuwe genres in Vlaanderen introduceren.

U of de productiehuizen. Besteedt de VRT niet te veel programma’s uit?

MARY: De beheersovereenkomst verplicht ons om uit te besteden: de VRT moet de Vlaamse media-industrie ondersteunen en werk geven. Dat neemt niet weg dat wijzelf nog altijd het grootste productiehuis van Vlaanderen zijn. We kopen 48 procent van onze uitzendingen aan en de rest is lokale productie. Daarvan maken we iets meer dan 70 procent zelf. Toch lijkt iedereen gefixeerd op het feit dat we ook programma’s uitbesteden. Vooral onze samenwerking met het productiehuis Woestijnvis is sommigen blijkbaar een doorn in het oog. Terwijl het maar voor 6 procent van onze uitzendingen instaat.

Eric Van Rompuy noemt de grote Vlaamse productiehuizen een staat binnen de staat: zij bepalen wie en wat op het scherm komt.

MARY: Je kunt dagelijkse programma’s zoals De LaatsteShow of Man bijt hond, die allebei door Woestijnvis worden geleverd, niet van te voren screenen. Wel moet elke uitzending, of die nu door de VRT of door een productiebedrijf wordt gemaakt, aan strikte normen beantwoorden. Ik geef toe dat daar soms fouten tegen worden gemaakt. Het optreden van staatssecretaris Vincent Van Quickenborne (VLD), die vorig jaar in Man bijt hond minutenlang met CD&V mocht lachen, kan bijvoorbeeld niet. We hebben meteen onze regels aangepast zodat zoiets niet meer kan gebeuren. Als productiehuizen fouten maken, worden ze op de vingers getikt en in het ergste geval – maar zover is het nog nooit gekomen – vliegen ze eruit.

Waar is het voor nodig om met productiehuizen als Woestijnvis of Studio 100 contracten van zeven of acht jaar af te sluiten?

MARY: Ik wil met ál mijn strategische partners dergelijke engagementen aangaan. Anders kan ik mijn plannen op langere termijn toch niet aan hen vrijgeven? Op dit moment zijn we bijvoorbeeld al aan het nadenken over televisie in 2007. Als ik tegen die tijd op die productiehuizen wil rekenen, moet ik afspraken met hen maken. We proberen hen ook te professionaliseren door cursussen te organiseren en technologie ter beschikking te stellen. Samenwerkingsverbanden worden in deze sector steeds belangrijker. Niet alleen met productiehuizen, maar bijvoorbeeld ook met distributeurs.

Die distributeurs beginnen nu ook al rechten op te kopen.

MARY: Totnogtoe hadden de distributeurs, de content providers en de omroepen allemaal hun eigen rol, maar nu vervagen de grenzen. Comcast is er niet in geslaagd om Disney te kopen, maar de volgende keer zal dat wel lukken. Dan zal een van de grootste distributeurs het grootste content-bedrijf in handen hebben. En als Disney een eigen kanaal begint, kan het binnen zes maanden al zijn producten bij Ketnet weghalen.

In combinatie met de internationale concentratie van mediabedrijven baart die evolutie me zorgen. SBS, in België vertegenwoordigd door VT4, heeft vandaag bijvoorbeeld al 17 procent van de commerciële televisie in Europa in handen. RTL heeft zelfs 23 procent, en ik ga ervan uit dat het tegen 2010 met VTM ook een Vlaamse zender zal bezitten. En aan wie verkoopt een major als Fox het liefst? Aan de lokale zenders VRT en VTM of aan SBS, dat in zeven of acht landen vertegenwoordigd is?

Welke rol zal een kleine openbare omroep dan nog kunnen spelen?

MARY: Zeker in een klein cultuurgebied als Vlaanderen is de openbare omroep op termijn de enige garantie voor de bescherming van de culturele eigenheid en de eigen taal. Als productiehuis zullen we altijd heel belangrijk blijven, want ik zie Telenet of Belgacom nog niet zo snel cameramannen in dienst nemen en zendwagens kopen. Wat natuurlijk wel kan, is dat grote distributeurs productiehuizen overnemen. Ik zou bijvoorbeeld niet verbaasd zijn, mocht Belgacom uiteindelijk Woestijnvis, de Vlaamse Disney, in handen krijgen.

U hebt ook al te verstaan gegeven dat u interesse hebt voor uitstapjes in de printmedia. Meent u dat, of wilt u alleen minder bevriende persgroepen jennen?

MARY: De VRT zal nooit kranten of magazines uitgeven. Maar als we een sterk merk hebben zoals Sporza ligt het voor de hand om een printgroep een licentie te geven zodat ze dat kunnen gebruiken. Nieuw is dat niet: VTM heeft de opdracht voor een weekblad rond Idool 2004 uitbesteed. Waarom zouden wij niet hetzelfde mogen doen?

Klopt het dat al verregaande gesprekken zijn gevoerd met de VUM en Sanoma Magazines?

MARY: Ik klap nooit uit de biecht over onderhandelingen, maar ik wil wel zeggen dat ik nog met andere uitgevers heb gepraat.

Terwijl de concurrentie uw dotatie veel te hoog vindt, vraagt u 200 miljoen euro bij voor de volgende beheersovereenkomst.

MARY: Nu kost televisie ons 240 miljoen euro per jaar en radio 80 miljoen euro. Het nieuwe medium dat er nu bij komt – laten we het on demand noemen – zal minstens evenveel kosten als televisie. Dat betekent dat ik vanaf 2010 structureel 200 miljoen euro bijkomende inkomsten nodig zal hebben. Natuurlijk zie ik ook wel dat de Vlaamse regering dat nooit zal kunnen betalen. Dus zullen we andere inkomensbronnen moeten zoeken. Ik pleit echt niet voor reclame op TV1 en Canvas, maar we kunnen wel licenties verkopen, onze merchandising beter uitbouwen of meer uit evenementen halen. U ziet: ik wil de markt zo min mogelijk verstoren.

Door Ann Peuteman

‘Ik ga ervan uit dat RTL tegen 2010 met VTM ook een Vlaamse zender zal bezitten.’

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content