Het Duits begrotingstekort ontspoort. De enige die het tij kan keren en de Europese muntunie redden, is kanselier Helmut Kohl.

HET ZAT THEO WAIGEL, de Duitse minister van Financiën en waakhond van de strengste muntunie-normen, vorige week niet mee. Hij moest toegeven dat het Duitse begrotingstekort in 1995 boven de drie procent was gesukkeld. Het was tot 3,6 procent gestegen of 0,6 meer dan het jaar voordien. Duitsland verwijderde zich vorig jaar van de konvergentiecriteria en dit jaar wordt het knokken om de begrotingscijfers terug onder kontrole te krijgen. De groei slabakt, de werkloosheid stevent op een rekord af en mede door de zwakke liberale koalitiepartij (FDP) lijkt de regering stuurloos. Het kan bijgevolg niet langer worden uitgesloten dat Duitsland de omstreden normen van Maastricht niet haalt. Dan komt de muntunie er niet, althans niet in 1999. Aangezien een belangrijk deel van de Duitse publieke opinie niets liever wenst en 1998 een verkiezingsjaar is, zou het politiek personeel op deze manier de eenheidsmunt kunnen kelderen. Een beleid dat Duitsland klaarmaakt voor de muntunie dreigt de volgende maanden zeer onpopulair te worden. Omwille van de mark die verdwijnt, de onvermijdelijke besparingen en de sociale kostprijs.

De enige die het zich (misschien) kan veroorloven om tegen de stroom op te roeien, is bondskanselier Helmut Kohl. Hij is een politiek monument en beschikt nog altijd over een ongewoon krediet bij de bevolking. Met Helmut Schmidt behoort hij tot de generatie Duitse politici die het als hun verdomde plicht beschouwen om zich voluit voor Europa te engageren. Wegens het foute verleden. De nieuwe politieke generatie staat kritischer tegenover Europa. ?Mijn generatie staat voor een legitimatieprobleem,” zei SPD-topman Gerhard Schröder onlangs. ?Wij moeten ook een heel andere prijs voor Europa betalen, namelijk de afschaffing van de mark.”

Pas recentelijk zien de Europese politici in hoe groot de mentaliteitskloof tussen Kohl en de jongere Duitse politici is. Kohl zelf is er zich al lang van bewust en zei het ook. Meer dan tien jaar geleden, tijdens zijn eerste ontmoeting met de Franse president François Mitterrand, was het al een gespreksonderwerp. ?Vergis u niet, ik ben de laatste pro-Europese kanselier,” zei hij op zaterdag 2 oktober 1982 in het Elysée. Volgens Jacques Attali, de speciale raadgever van Mitterrand, beïnvloedde dit eerste rendez-vous met Kohl de president diep. In zijn Verbatim I schrijft Attali, die hier zowel zijn eigen opinie als die van Mitterrand formuleert : ?Het was dezelfde zorg als die van Schmidt, maar zoveel overtuigender, oprechter en humanistischer geformuleerd.”

MYSTIEK HUWELIJK.

Zonder een Frans-Duitse motor was er geen sprake van Europese integratie. Hoewel president Charles de Gaulle een heel ander idee over Europa had dan Mitterrand en Kohl, heeft hij met kanselier Konrad Adenauer de basis voor de as Parijs-Bonn gelegd. President Valéry Giscard d’Estaing nam de draad op en bedacht samen met zijn ?goede vriend” Schmidt de Europese topontmoetingen, het muntsysteem en de ecu. Schmidt en Giscard, twee voormalige ministers van Ekonomie en Financiën die elkaar al vele jaren kenden en zonder tolk in het Engels konverseerden, konden het als kanselier en president uitzonderlijk goed met elkaar vinden. ?De natuurlijke, openhartige vertrouwelijkheid die tussen Schmidt en mij bestond, was waarschijnlijk uniek,” schreef Giscard in zijn Pouvoir et la vie. ?De eenwording van Europa is er door bespoedigd en de Frans-Duitse betrekkingen hebben er een soliditeit door verworven die de vooruitstrevende geesten op ons kontinent ten zeerste konden toejuichen.”

Tussen Mitterrand en Schmidt, die nochtans allebei tot de socialistische partij behoorden, klikte het niet. Mitterrand vond Schmidt, die zich herhaaldelijk erg negatief over het links regeerprogramma van de pas verkozen Mitterrand had uitgelaten, te zelfingenomen en was niet ontevreden dat er in 1982 een machtswissel in Bonn plaatsgreep.

Bijna dertien jaar hebben Kohl en Mitterrand in ontelbare tête-à-têtes de Europese lijnen uitgezet en de andere lidstaten met voldongen feiten gekonfronteerd. Meestal had de één slechts een half woord nodig om te weten waar de andere naartoe wou. Zoals het wel meer in een mystiek huwelijk gebeurt, voelden ze elkaar bijna intuïtief aan. Tijdens een ontbijt op de top van Fontainebleau (juni 1984), waar het Brits contentieux wordt afgehandeld, komt het duo tot de konklusie dat Jacques Delors kommissievoorzitter moet worden. Diens naam valt tijdens het gesprek niet eens. Die van Etienne Davignon wel. Kohl signaleert dat Margaret Thatcher de kandidatuur van de Belg verdedigt, maar dat de kommissie nu door iemand geleid moet worden die niet alles saboteert. Een paar weken later worden de andere regeringsleiders over het Frans-Duits akkoord en de kandidatuur van Delors geïnformeerd.

?Ik ben de laatste overblijvende dinosaurus,” zei Kohl, toen Mitterrand het Elysée verliet. Het ging om meer dan nostalgie. Kohl was een spitsbroeder kwijt, op wie hij bijna blindelings kon vertrouwen om gezamenlijk een strategie voor Europa uit te zetten.

Mitterrand en Kohl vormden een feitelijk Europees direktorium. Echt demokratisch was dat niet, maar het garandeerde wel een Europese dynamiek. Bovendien zorgde het voor tegenwicht als de Duitsers te nadrukkelijk op de Europese besluitvorming gingen wegen. Tenslotte was het een waarborg dat Duitsland zich niet van Europa zou verwijderen. In tegenstelling tot de impulsieve en schouderkloppende Jacques Chirac had de gekultiveerde florentijn Mitterrand feeling voor de Duitse psyche. Hij had ook andere ideeën over Europa en de rol die Frankrijk daarin moest spelen. Voor Kohl was Mitterrand zoveel meer dan een kollega-regeringsleider. Hij was een gesprekspartner, een vertrouwensman, een Kamerad.

MEDEPLICHTIGEN.

Met Mitterrand aan het hoofd van de Franse staat was het bijna ondenkbaar dat Kohl zich niet tot het uiterste zou hebben ingezet om de engagementen van Maastricht na te leven. Ze waren immers medeplichtigen. Samen waren ze door het Pershing-dossier en het laatste konflikt tussen de Sovjetunie en de Verenigde Staten gesparteld, hadden ze geprobeerd Mikhaïl Gorbatsjov overeind te houden, en samen hadden ze de Berlijnse muur zien vallen. Ondertussen hadden ze in 1984, hand in hand in Verdun, de verzoening tussen de twee voormalige aartsvijanden herdacht en had Mitterrand zijn idee opgegeven om de Franse frank te laten zweven en het Europese muntsysteem (EMS) te verlaten. Mede onder invloed van Kohl, die een substantiële revaluatie van de mark aanvaardde, vergat Mitterrand zijn plan om een eigen monetaire koers te varen en koos hij voor een Europese oplossing.

Op 21 maart 1983 slikte hij de derde devaluatie op rij van de Franse frank. Het ambitieuze, zoniet utopische verkiezingsprogramma waarmee hij de presidentsverkiezingen won, werd opgeborgen. Een paar dagen later trok Kohl in een brief aan de Franse president de konklusies. ?Het gebeuren bewijst hoe noodzakelijk het is dat onze beide landen hun krachten in Europa bundelen. In ons beider belang moeten we ons nu inspannen om het EMS te versterken en het ekonomisch beleid van onze landen en de lidstaten van de Unie beter op elkaar af te stemmen. Ik stel alleszins voor dat we in Europa naar één ekonomische ruimte evolueren.”

Het bleef niet bij woorden. Mitterrand bekeerde zich tot een ortodox begrotingsbeleid en een sterke muntpolitiek. Het geloof dat Frankrijk alleen een relance kon forceren, werd voorgoed opgegeven. Van nu af werden Mitterrand en de Franse socialisten voorbeeldige Europese leerlingen en werd de vlijtigste van allen, Delors, een jaar later met het voorzitterschap van de kommissie beloond. Na jaren Europese sclerose bracht die opnieuw vaart in de Europese machine en realizeerde hij wat Kohl en Mitterrand hadden bedacht.

De vele Europese projekten die de volgende jaren op papier kwamen, werden het eerst op de vele Frans-Duitse topontmoetingen geformuleerd. Alle hete hangijzers van Europa Thatcher, de melkkwota’s, de relaties met de Amerikanen, de situatie in Oost-Europa werden eerst tussen beide heren uitgepraat. Echt fundamentele meningsverschillen waren er nauwelijks en dikwijls vielen er beslissingen, waarover de kollega’s-regeringsleiders pas later geïnformeerd werden. Mitterrand was er zich van bewust, zo blijkt uit de kroniek van Attali, dat zo’n situatie gevaar inhoudt. ?We moeten absoluut vermijden, dat men vertelt dat we onder ons beiden Europa leiden,” zegt hij op een avond in mei 1984 tegen Kohl. De kanselier spreekt hem niet tegen : ?U hebt gelijk. Als men ons daarvan verdenkt, is dat het einde.”

BEWEZEN DIENSTEN.

De gebeurtenissen na 1989 maakten van Kohl en Mitterrand voorgoed lotgenoten. De manier waarop de kanselier de Duitse hereniging forceerde, veroorzaakte in alle Europese hoofdsteden grote irritatie en ongenoegen. Zelfs de Duitse buitenlandminister, Hans Dietrich Genscher, reageert verstoord op het eigengereid optreden van Kohl. Bij herhaling laat hij het Elysée weten, dat de kanselier de pedalen kwijt is. Ook bij Mitterrand overheerst onbegrip en de vrees dat Kohl te vlug gaat en een putsch van de militairen in Moskou zal uitlokken. Zonder het minste overleg maakt Kohl op 28 november het tienpuntenprogramma voor de hereniging bekend. Mitterrand is razend. ?Dat vergeef ik hem nooit. De Sovjets zullen dat nooit aanvaarden.” Een paar dagen later zit hij in Kiev bij Gorbatsjov, die het optreden van Kohl vergelijkt met dat van een olifant in de porseleinwinkel.

Kohl krijgt uiteindelijk zijn zin en de staatsgreep in Moskou komt er niet. Onder meer dank zij Mitterrand die de Duitse hereniging nooit betwistte, maar wel voorwaarden stelde. Zo eist hij dat Duitsland onmiddellijk de Oder-Neissegrens erkent. Eerst weigert Kohl, omwille van elektorale redenen. Hij wil extreem-rechts geen voer geven. Mitterrand houdt echter voet bij stuk en Kohl geeft toe. Even koppig houdt Mitterrand vast aan de andere voorwaarde : de Duitse hereniging moet gekoppeld worden aan een versnelde Europese integratie, zowel monetair als politiek.

Het Elysée krijgt van de Duitsers gedaan dat de intergoevernementele konferentie wordt vervroegd. Het verdrag moet eind 1991 op papier staan. Het is vooral Mitterrand die aandringt op een vlugge realizatie van de muntunie. Kohl probeert te temporizeren, maar Mitterrand wil opnieuw van geen wijken weten. Voor hem zijn de eenheidsmunt en de politieke unie het enige valabele antwoord om het grote Duitsland in Europa te verankeren. Tegelijk geeft het Frankrijk de kans om op het monetair beleid van Europa te wegen en de machtspositie van de Bundesbank te breken. Kohl legde er zich bij neer. Uit overtuiging en noodzaak, maar ook omdat hij Mitterrand veel verplicht was. Hij had de hereniging niet verhinderd, wel integendeel. De snelle realizatie van de muntunie was de prijs die hij de Franse president moest betalen. Omwille van bewezen diensten en om de Frans-Duitse as veilig te stellen. Nu de hereniging een feit is ; Mitterrand is overleden, de gaullist Chirac in het Elysée zit en Duitsland met een dramatische werkloosheid worstelt, is het zeer de vraag of Kohl de engagementen van toen nog even strikt zal interpreteren. Het Europa van 1996 is een heel ander dan dat van 1990 en 1991.

Paul Goossens

De Franse president François Mitterrand was voor de Duitse kanselier Helmut Kohl een vertrouwensman met wie hij eigenlijk een Europees direktorium vormde.

Helmut Kohl (beeld) kreeg van Mitterrand steun voor de hereniging van Duitsland in ruil voor de verankering van Duitsland in Europa en de muntunie.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content