Madame est servie : een documentair boek, gegrepen uit leven en werk van inwonende meiden en huisknechten in de 20ste eeuw.

WIE ZIJN OOR te luisteren legt onder mensen die vertellen over wat ze het best kennen hun werk, leven, buurt hoort boeiende verhalen. Gaan die over vroeger, dan krijgen ze er de dimensie bij van voorgoed voorbij. Zo die al geen nostalgie wekt, dan leidt ze toch tot gepeins, over het heden versus het verleden. De verhalen over vroeger die in Madame est servie van Diane De Keyzer, over Leven in dienst van adel en burgerij (1900-1995), worden opgedist, doen nog iets meer : ze prikkelen de zintuigen. Je ruikt boenwas en voelt gesteven linnen, je proeft spek met eieren en vangt woorden op als ?de kolenkelder”. En wat geef je je ogen de kost wanneer de corbeilles Liégeoises in het midden van de tafel worden gezet.

?Om twaalf uur stipt ging ik naar het torentje waarin een grote klok hing, die ik moest luiden. Overal in het kasteel, ook in de tuin hoorde iedereen het geluid van de klok. Ik opende de deur van de eetkamer en ging op zoek naar mevrouw. Waar die ook was, moest ik haar zeggen : Mevrouw is gediend. Het Franse Madame est servie was voorbehouden voor als er hoge gasten waren.” Zulke eenvoudige en levendige verhalen, haar verteld door vele vrouwen en enkele mannen die ooit gingen dienen bij het rijk volk, beluisterde Diane De Keyzer benieuwd en aandachtig. Daarop maakte ze van de figuranten in kastelen en herenhuizen de hoofdpersonen in een uniek boek dat het dagdagelijkse leven in die oorden van savoir-vivre beschrijft vanaf het ochtendlijk aanmaken van de cuisinière tot het uitlaten van de laatste gasten. In plaats van te worden meegetroond van de strijk naar de romantiek, wordt de lezer met de neus op het onophoudelijke werk gedrukt, zodat van Madame est servie kan worden gezegd dat het de ware tegenhanger is van de keukenmeidenroman.

Het werk hangt een beeld op van de huishoudhulp in de twintigste eeuw. Het vertelt over het leven in dienstbaarheid van katholieke meisjes van hier en laat op het eind ook de nieuwe meiden, katholieke meisjes uit Colombia, Peru, Polen en de Filippijnen, de revue passeren. Maar ingebed tussen de paternalistische bekommernis om de boerendochters die naar de stad kwamen in het begin van de eeuw en de christelijke strijd voor sociale rechten voor dienstboden na 1945, komen toch vooral de vooroorlogse decennia aan bod, de tijd van de inwonende meiden en huisknechten, de jaren van de vol-au-vent als populairste hap. De samenleving was er een van hiërarchieën en geijkte omgangsvormen. Van dat sociale model was het strikt geordende leven in een kasteel of herenhuis een perfekt voorbeeld. Onderdanigheid van de mindere tegenover de meerdere was er vanzelfsprekend als in een leger, al blijkt ook in Madame est servie dat, om het even op welke sport van een sociale ladder hij staat, ieder mens zijn waardigheid en trots heeft. Daar kan aan toegevoegd dat rijk volk slechts echte klasse heeft wanneer het correct, wijs en genereus met zijn personeel weet om te gaan.

RAUWE AARDAPPEL.

Diane De Keyzer pakte haar onderwerp aan zoals de dienstboden hun werk : gedisciplineerd en netjes. Daardoor dreigen de zoals kussenslopen in een linnenkast getelde en gestapelde onderdelen van het boek wel eens te opsommend over te komen. Maar gelukkig doorbreken leuke taferelen dan gauw de orde, zoals het verhaal van Germaine over haar moeder-kokkin : ?Het was heel zwaar werk zo gaan koken, want bij de mensen thuis was ze niet zo goed geïnstalleerd als in de kelderkeuken bij de rijken. Het was veel plan trekken. Zo moest ze een keer gaan koken, waar de kachel niet trok. Toen ze de deur van de keuken openzette, om van de rook af te geraken, kwam de koe binnen.”

De verhalen van de getuigen worden omkaderd door gegevens uit archieven, onderzoeken en andere bronnen en geïllustreerd door veelzeggende foto’s en documenten. Dat alles maakt van Madame est servie ware sociale geschiedenis. De mechanismen van het voorgoed voorbije heen-en-weer tussen boven-en-beneden worden blootgelegd, de praktijk en de woordenschat van het ?gaan dienen” worden geklasseerd, de kelderkeuken wordt patrimonium.

Deze wereld van soms schrijnend hard labeur en dikwijls vernederende ongelijkheid krijgt tenslotte toch de glans van oud zilverwerk. Daarvoor zorgen de dienstboden zelf, door hun herinneringen de ene keer zo direct en laconiek, de andere keer zo verbazend gedetailleerd te spuien. ?Op de slaapkamer van mijnheer en mevrouw stond een karaf met gefilterd water, om de tanden te poetsen. Eén keer per week poetste ik de glazen karaffen. Dit gebeurde met een geschilde aardappel. Mevrouw had mij gezegd dat je met een rauwe aardappel alle glazen voorwerpen weer mooi kon doen glanzen.”

De dames en heren werkgevers komen in Madame est servie niet rechtstreeks aan het woord : ze werden daar door Diane De Keyzer niet toe bereid gevonden, op twee uitzonderingen na. Dat de informatie en beschouwingen maar van één kant komen, leidt echter niet tot eenzijdigheid. De getuigen nuanceren, de schrijfster toont van elke medaille ook de keerzijde. Ook haar stijl is direkt en laconiek, bovendien strikt documentair. Maar wat heeft ze tussen haar regels veel warmte in kelderkeukens en mansardekamertjes gestookt.

Brigitte Raskin

Diane De Keyzer, ?Madame est servie”, Van Halewyck, Leuven, 376 blz., 898 fr.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content