Achter een privé-geschil gaat soms een hele politieke kultuur schuil.

Heeft Achiel Diegenant een schilderij besteld of niet ? En zo ja, hoeveel mag dat dan kosten ? Daarover heeft de man een dispuut met de Dilbeekse kunstschilder Jan Van Den Driessche. Het gaat hier om een partikulier geschil, waarbij de artiest alvast een advokaat onder de arm heeft genomen. Een verkoopstruuk, oppert Diegenant dan weer.

Maar toch behoort de zaak niet helemaal tot de privé-sfeer. Diegenant is tenslotte niet zomaar de eerste de beste. Hij is senator voor de CVP, maar ook nog onder meer direkteur bij het Bloso, voorzitter van de raad van bestuur van de interkommunale kabelmaatschappij Havi-TV, lektor aan de KU Leuven en lid van de raad van toezicht van het Gemeentekrediet van België.

Hoe brengt een mens het voor mekaar om dat allemaal te kumuleren ? Het senatorschap is toch al niets om lichtvaardig op te nemen en terzelfder tijd ook nog topambtenaar bij het Bloso zijn, sjongejonge. Die kumulatie zorgt bovendien voor een hoop inkomen bij elkaar, zou men zo denken. Maar zo denkt Diegenant daar helemaal niet over. “Jij kent mijn armoede niet, ” zo citeert Van Den Driessche hem, “ik verdien maar 200.000 frank per maand. ” Ochhere, Achiel.

Diegenants benoeming tot Bloso-direkteur was hem toch een feestje waard. Dat kon, in zijn ogen, wanneer een kunstwerk “zijn evolutie van sportkotstudent tot nu” zou vereeuwigen. Nooit te beroerd om zichzelf enige luister bij te zetten, blijkbaar. Maar wie zoiets voor zichzelf doet, doet iets voor een goede vriend.

Daar kwam Van Den Driessche dan te pas, een kennis van de tennisklub. Zo gezegd, zo gedaan. Diegenant bezorgde de kunstenaar zelfs een oud sporttruitje om in het schilderij te verwerken. Het werk zou, zo bescheiden als het onderwerp ervan, “De bekroonde sportstudent” heten.

Diegenant had dit “beloofde” (dixit hemzelf) schilderij graag op tijd klaar gezien voor de receptie waarmee hij zijn nieuwe, naar verluidt gigantisch grote direkteursbureau bij het Bloso in gebruik zou nemen. En zo de verf nog niet droog was, dan had hij het er toch graag hangen tegen het moment dat hij daar (op zijn werk !) een reünie met oud-medestudenten zou houden. Maar toen kwam het op betalen aan, en dat is Diegenant blijkbaar niet gewend. Want het schilderij was geen opdracht, zegt Diegenant, het kwam tot stand “in het raam van een (weder)dienst”. Bovendien, zo herinnert Van Den Driessche zich ’s mans woorden, heeft Diegenant van al zijn kunstbezit, nóóit een werk betaald, op één uitzondering na. Een mens moet inderdaad principes hebben.

Dat volk, meneer, dat hangt van dienstjes en wederdienstjes aan elkaar.

Maar zo had de artiest het niet begrepen. Die eiste boter bij de vis en de 50.000 frank die Diegenant hem bood (“voor het kader”) wees hij gekrenkt van de hand. Wat doet dan zo’n ouwe getrouwe van de politiek als Diegenant ? Hij probeert de kosten af te wentelen op de gemeenschap. Of bijvoorbeeld de senaat het werk niet kon aankopen ? Daarvoor kon hij alvast iemand aanschrijven die hij als “waarde vriend” mag aanspreken. Of misschien kon de kunstadministratie het geld voor het doek ophoesten ? In de administratie kende hij daartoe ook al een “waarde vriend”. Of misschien kon het Bloso met de centen voor de dag komen ?

Het werd allemaal niets, maar ondertussen had Diegenant het werk wel degelijk in zijn kantoor gehangen. Uiteindelijk deelde hij Van Den Driessche mee dat die het gerust mocht komen ophalen, zonder kosten.

Zo maakt Diegenant zich noch moe, noch vuil.

Marc Reynebeau

Lente (foto : Patrick de Spiegelaere).

Storm op zee

Het blijft rommelen rond het IJzerbedevaartkomitee, dat volgens de radicalo’s van de Vlaamse beweging wordt gedomineerd door halfzachten, al te gematigden en andere Volksunie-satellieten. De IJzerbedevaart is traditioneel de gelegenheid waarop de agenda van de Vlaamsgezinden wordt vastgelegd. Maar nu hebben de radikalen er moeite mee om de IJzerbedevaart nog langer te erkennen als de flamingantische hoogmis van het jaar. Ze willen wat radikalers horen en denken er dan ook aan om de flamingantische eisenbundel niet langer in Diksmuide te laten formuleren, maar wel in Antwerpen, op het Vlaams Nationaal Zangfeest. De volgende editie daarvan heeft plaats op 23 april aanstaande.

Dat Zangfeest wordt georganizeerd door het Algemeen Nederlands Zangverbond (ANZ) en daar hebben de halfzachten hun biezen al gepakt. Het Zangfeest moet dit jaar voor het militante Vlaanderen een prioriteitenprogramma formuleren ter attentie van het nieuwe, autonome Vlaamse parlement, dat een maand later voor het eerst wordt verkozen. Centraal in dat programma staat de Vlaamse ekonomische verankering, die kennelijk moet dienen als dam tegen het kultuurverval dat Vlaanderen alom bedreigt.

Het klinkt vertrouwd : beheersing van de ekonomie als middel tot en grondslag van kulturele bloei. Het is een denkschema dat direkt refereert naar de teorie van onderbouw en bovenbouw, de ekonomie onderaan, de kultuur bovenaan, het eerste als drager en bepalende voorwaarde voor het tweede.

Er bestaat een naam voor die teorie : het is het zogeheten vulgair-marxisme. Dat is een materialistische redenering, waarvan men nochtans kon denken dat ze sinds de ineenstorting van het kommunisme uit de geesten had moeten zijn gebannen. Toch uit die van radikale flaminganten.

M.R.

Wat wiekt daar ?

Jean-Pierre De Clercq mag het voortaan wel vergeten. De man was burgemeester van Ingelmunster, maar de raad van state heeft beslist dat hij de sjerp weer af moet geven. Tijdens de jongste gemeenteraadsverkiezingen had zijn partij, de CVP, een tombola georganizeerd en de prijzen daarvan zijn, in verkiezingstijd althans, een volgens de wet ongeoorloofd geschenk. De eerste prijs in de tombola was een tochtje met… een helikopter.

Sommige politici hebben al eerder moeten ervaren dat wie met de helikopter omgaat, erdoor vergaat.

M.R.

Vraag het aan Vera

Lieve Vera,

Tot nu toe deed ik altijd hard mijn best om oppassend, beleefd en vooral vrouwvriendelijk door het leven te gaan. Als late dertiger ben ik gevoelig voor wat politiek korrekt is. Ik heb in de oorlog der geslachten al menige strijd gestreden (en meestal ook verloren), ik weet waarover ik praat. Maar dat heeft me nooit belet om de vrouwelijke medemens te respekteren. Jegens vrouwen heb ik me nooit misdragen, hen nooit met de ogen uitgekleed, me nooit aan ongewenste intimiteiten schuldig gemaakt, nooit gore moppen getapt, toch niet in hun bijzijn. En het was nooit makkelijk : als je hen in hun jas hielp, was je betuttelend, deed je dat niet, dan was je een boer.

Maar nu ben ik ten einde raad. De vrouwen, lieve Vera, het doet me pijn het U te moeten schrijven, ze zijn zo grof geworden. Hebt U ooit dat liedje gehoord waarin een rap-zangeres een jongen verwijt dat zijn jongeheer niet fors genoeg geschapen is ? Hebt U op TV-1 al eens “Volle Maan” gezien, waarin vijf vrouwen jonge voetbalsterren in volle tv-uitzending verbaal verkrachten door naar hun “dingetje” te informeren ? Kan U zich de storm van protest al voorstellen wanneer, omgekeerd, een zanger Peggy Sue in een lied zou durven te verwijten dat haar memmen het vereiste minimum-volume niet halen ? Of wanneer vijf heren een jonge aktrice zouden vragen naar haar u-weet-wel-wat ? Zijn de vrouwen manonvriendelijk geworden ? Moet ik me anders gaan gedragen tegenover die macha’s ?

Wanhopige Late Dertiger.

Lieve Veertiger,

Ach, de mannen van jouw leeftijd. Het is jouw mid-life-crisis die je in verwarring brengt. Dus mag je voor mij ook wel even jokken over je jaartjes. Het overkomt iedere man. En dat vrouwen net nu weerbaarder worden, brengt je nog meer in twijfel. Het is niets om je zorgen over te maken. Leer jezelf en je grijze haren te aanvaarden. Praat er eens over met je vrouw, ze is jouw beste vriend.

Maai nu eens dat gras, in plaats van altijd voorwendsels te zoeken om dat uit te stellen. Doe eens vaker de vaat of de strijk, je zal merken hoe ontspannend dat is. En als je vrouw nog eens naar de kroeg trekt, stofzuig dan het huis. Het zal je rustig maken en haar positief verrassen als ze, ver na middernacht en een beetje aangeschoten, weer het huis binnenzeilt. Lap eens de ramen of schilder het houtwerk, vertimmer de keuken of zet koffie wanneer die vriend met wie ze zo goed kan praten nog eens langskomt. De vrouwen worden niet grover, jij wordt gewoon makker. Wees niet langer bang voor wat je bent en voelt. Aanvaard dus je identiteit zoals de vrouwen de hunne aanvaarden. Dit is een raad van…

Vera.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content