Het gebied van de grote meren in Centraal-Afrika is een kruitvat. Binnenlands geweld en het vluchtelingenprobleem dreigen de hele regio in brand te steken. Een overzicht.

IN JULI 1993 hielden autochtone Zaïrezen in de Zaïrese provincie Kivu pogroms tegen Ruandese vluchtelingen en Zaïrezen van Ruandese oorsprong. Er vielen meer dan zevenduizend doden bij die razzia’s en andere botsingen tussen Ruandese en autochtone Zaïrezen, die zich overspoeld voelden door vluchtelingen uit Ruanda.

Een jaar later barstte de bom in Ruanda zelf. Tussen april en juli 1994 had daar een volksmoord plaats op een miljoen inwoners in meerderheid Tutsi’s. Maar in juli vluchtten anderhalf miljoen Hutus weg uit Ruanda, bang voor de opmars en de wraak van wat toen het Ruandees Patriottisch Front heette en nu het Ruandees Patriottisch Leger (RPL) is. Meer dan een miljoen Hutus kwamen in Zaïre terecht, de andere vluchtelingen geraakten verspreid over de buurlanden Burundi, Tanzania en Uganda.

In Burundi gaf de moord op (Hutu-)president Melchior Ndadadaye in oktober 1993 het sein tot grootscheepse wraak op de Tutsi-minderheid, terwijl het door Tutsi’s beheerste leger de Hutu-bevolking aanpakte. Resultaat : meer dan 50.000 doden.

Elke uitbarsting was erger dan de vorige. Maar ze bleven alle twee beperkt tot één land. Wat gebeurt er, mocht soortgelijk geweld verscheidene landen van de regio tegelijk teisteren ? Velen zijn ervan overtuigd dat het doemscenario snel werkelijkheid kan worden. Een gepensioneerd officier van het Burundese leger wil er anoniem over praten. In Burundi, zegt hij, heeft het leger steeds meer moeite om het Noorden en dus de grensstreek met Zaïre en Ruanda onder kontrole te houden. Het wordt ook problematisch om de soldaten van het vroegere Ruandese leger (FAR) te onderscheiden van de Forces pour la Défense de la Démocratie (FDD), de Hutu-guerrilla die het westen van het land infiltreert. Volgens Burundese militaire bronnen vechten ze allemaal met in Zuid-Afrika gefabriceerde geweren.

CLANS.

Een blik op de kaart bewijst dat de uitgeweken soldaten van de vermoorde Ruandese president Juvénal Habyarimana gemakkelijker Ruanda kunnen binnenvallen via Burundi. De Ruandees-Zaïrese grens wordt beschermd door de natuurlijke barrière van het Kivu-meer en door het RPL. Dat Ruandese leger, onder leiding van generaal-majoor Paul Kagame, is nog altijd vier keer sterker dan het Burundese. De 12.000 Burundese manschappen moeten bovendien niet alleen de grenzen bewaken, maar tegelijk afrekenen met een inlandse guerrilla.

En voorts verzwakt de Burundese staat. President Sylvestre Ntibantunganya wil graag de krijgswet instellen, om orde op zaken te krijgen. De meerderheid van zijn partij, Frodebu (Front pour la Démocratie au Burundi), weigert dat. Vandaar dat én het Burundese leger én de extreme Tutsi’s de Frodebu-parlementsleden vrijwel als bondgenoten van de guerrilla beschouwen.

De ene minister na de andere neemt ontslag en de bevolking herkent zich steeds minder in de regering van “nationale eenheid”. In Burundi tot voor kort nog tamelijk goed geleid begint de korruptie epidemische vormen aan te nemen. Vandaar gevechten tussen clans en mafiosi, bovenop de konflikten tussen Hutus en Tutsi’s. Ook de milities met krijgshaftige namen als “Sans échec”, die smerige zaakjes opknappen voor Tutsi-politici, zijn begonnen als gewone bandietenbenden.

Dat alles verklaart de groeiende populariteit van ex-president Jean-Baptiste Bagaza, die paramilitaire groepen organizeert en de verdeling van de staat in Hutu- en Tutsi-landen bepleit. Als gevolg van zuiveringsoperaties van het leger is de hoofdstad Bujumbura nu trouwens nagenoeg volledig bewoond door Tutsi. Als de huidige president iets overkomt, verdwijnt de staat en ligt in Burundi een Somalisch draaiboek voor.

Burundi heeft ook almaar meer last met Tanzania. In mei trok de Burundese president zelf naar de Tanzaniaanse havenstad Dar Es Salaam. Onder druk van zijn leger moest hij daar een wapenlevering proberen te deblokkeren. Dat gelukte pas na lange onderhandelingen. Volgens het FDD bestaat de vracht van 152 ton uit raketten. Noordkoreaanse specialisten zouden het Burundese leger trainen in het gebruik van de nieuwe wapens. De politieke vleugel van de guerrilla-beweging meldde zelfs dat één van die experts door de guerrilla werd uitgeschakeld.

ULTIMATUM.

Ondertussen lijkt de terugkeer van de Ruandese vluchtelingen naar hun land verderaf dan ooit. Het ontslag van premier Faustin Twagiramungu, die verklaarde dat de fraktie van Kagame alles voor het zeggen heeft en dat de andere partijen geen kans krijgen politiek te bedrijven, versterkte de angst van de vluchtelingen.

De aanhangers van Habyarimana en hun Rassemblement pour la Démocratie et le Retour au Rwanda (RDR) buiten die vrees uit. Het RDR wordt gesteund door het voormalige Ruandese leger (FAR) in ballingschap. François Nzabahimana, leider van het RDR, verklaarde al dat “de regering in Kigali onwettig is” zonder de door het Akkoord van Arusha aangewezen premier Twagiramungu.

De basis formuleert het sterker. “Het ontslag van Twagiramungu betekent dat Kigali niet meer wil onderhandelen. Dus moeten we aanvallen, ” zegt Eugène Nahima, vroeger woordvoerder van Habyarimana in België en nu lid van het RDR. Hij lijkt niet te bluffen. In een interview bevestigde hij dat de FAR over voldoende wapens beschikt. En de Amerikaanse organizatie Human Rights Arms Watch meldde dat Kagame eind maart China vroeg om de bestelling van de weduwe-Habyarimana van Kalashnikovs, granaatwerpers en munitie (goed voor 150 miljoen frank) te schrappen.

Nu is het leger van Kagame niet van plan zich te laten verrassen. Het Ruandese ministerie van Financiën maakte in maart zo’n 55 miljoen frank over aan Defensie om munitie te kopen.

Ondanks zijn overwinning in juli 1994 kan het RPL de infiltratie vanuit Zaïre niet volledig beletten. Op 13 september raakten soldaten en infiltranten slaags in het westen van Ruanda. In de streek waar vooral Hutus wonen volgde een blinde repressie, die een honderdtal burgers het leven kostte. Op bevel van Kagame werden acht militairen aangehouden, maar de feiten bevorderden de terugkeer van vluchtelingen niet.

En toch is het dat wat Tanzania en vooral Zaïre willen. Midden augustus joeg de Zaïrese Division Spéciale Présidentielle zo’n 13.000 kampbewoners de grens over. De plaatselijke Zaïrezen waren zo wanhopig dat ze zelf zorgden voor vrachtauto’s en brandstof. Zaïre beëindigde de operatie op vraag van het Hoog Kommissariaat van de Vluchtelingen van de Verenigde Naties en de VN-veiligheidsraad. Toch stelde premier Kengo wa Dondo van Zaïre een ultimatum : alle vluchtelingen moeten op 31 december het land uit zijn. Dat lijkt onmogelijk. Volgens getuigenissen zijn de uit Ruanda verjaagden vooral vrouwen, kinderen en bejaarden.

ALLIANTIES.

De Zaïrese militairen lieten de Ruandese ex-soldaten met rust. Daardoor wekt Kinshasa de indruk dat het kiest voor een gevaarlijke oplossing : de ex-soldaten en milities verder laten bewapenen, zodat ze Ruanda kunnen binnenvallen en de terugkeer forceren. Nochtans beloofden Zaïre en Tanzania de soldaten en milities in de kampen onder kontrole te houden. Maar vooralsnog waren geen van beide regeringen bij machte om de terreur van de aanhangers van Habyarimana in de vluchtelingenkampen tegen te gaan.

In kringen rond Twagiramungu wordt gezegd dat, als er toch een oorlog moet van komen, zowel Zaïre als Tanzania verkiezen dat het konflikt tussen FAR en RPL op Ruandees grondgebied wordt uitgevochten. Maar als Ruanda zich bedreigd voelt, kan het in de verleiding komen de soldaten van het FAR in Zaïre zelf uit te schakelen. In augustus al meldden officiële Zaïrese berichten dat die kans bestond. Maar wat, als het gebeurt ? Hoe reageert het Zaïrese leger ? Wat doet de Ugandese president Yoweri Musevini ? Hij is een oude vriend van Paul Kagame, die hem steunde in zijn strijd tegen de voormalige diktator Milton Obote. Als Kagame in gevaar verkeert, laat Museveni hem dan vallen ?

Ook Kenya speelt een rol. De belangrijkste leiders van de voormalige Ruandese regering zitten in Nairobi en dus buiten het bereik van het RPL. De rivaliteit tussen Kenya en Uganda werd extra-duidelijk vanaf 1990 en het begin van de burgeroorlog in Ruanda in ’94. Terwijl Uganda het RPF steunde, kreeg Habyarimana de onvoorwaardelijke steun van de Kenyaanse president Daniel Arap Moi.

Om de explosieve situatie enigszins te ontmijnen, proberen de Verenigde Staten, Frankrijk, de Europese Unie en de Organizatie voor Afrikaanse Eenheid een konferentie over vrede en stabiliteit in de regio op te zetten. Parijs en Bujumbura zijn het over één zaak eens : bij zo’n konferentie moet Zaïre betrokken worden. Dat land moet ook de middelen krijgen om de tijdbom van het vluchtelingenvraagstuk te neutralizeren. De konferentie moet in elk geval water en vuur verzoenen. De Ruandese regering wil niet praten met de vertegenwoordigers van de vluchtelingen, omdat die banden hebben met “moordenaars”. De vraag is trouwens wie de vluchtelingen echt kan vertegenwoordigen. En in Burundi gaat de strijd door tussen guerrilla en leger, die elkaar beschuldigen van moord en doodslag.

François Misser

Ruandezen zoeken nog altijd familieleden en het land zoekt naar zichzelf.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content