CÁDIZ DE EUROPESE HOOFDSTAD VAN DE WERKLOOSHEID

RAPBAND 11007 'We denken erover om met de hele band naar Edinburgh te verhuizen.' © RUBEN MALIA

Nergens in Europa zijn er meer werklozen dan in het Spaanse Cádiz. De havenstad in de punt van Andalusië zag eerst zijn industrie verdwijnen en kreeg dan de schuldencrisis over zich heen. Het gevolg is een sociaal slagveld, netjes verstopt achter hotels en pittoreske gevels.

Een werkloosheidscijfer van 41 procent, liefst 62 procent van de jongeren tussen 16 en 25 die geen baan heeft. Dan verwacht je troosteloosheid op z’n Clichy-sous-Bois. Rondhangende jongeren, uitgebrande wrakken. Maar niets daarvan. Oké, er is wel wat verouderde industrie te zien wanneer je de brug oversteekt die over de baai naar het schiereiland loopt. Maar die is snel vergeten bij het indraaien op de indrukwekkende strandboulevard. Vijf kilometer glanzende hotelfaçades en in elke zijstraat een blik op het azuur van de Atlantische Oceaan.

De Avenida de Andalucia eindigt in de Puerta de Tierra, een fris gerenoveerde stadspoort die toegang verleent tot het oude Cádiz. Ook dat ligt er kraaknet bij. In de steegjes geen graffiti of papier op de grond. De witte gevels en straattegels weerkaatsen het verblindende licht van de middagzon. De cruiseschepen die wat verderop aan de kaai aanmeren, lossen af en toe een lading toeristen die recht in een prentkaart lopen. Het eerste wat ze zien, is een rij palmbomen en een pleintje met een paar gezellige terrassen.

Op dit pleintje, voor het stadhuis, komt elke dag tegen zessen een groepje werklozen samen. Het is een van de vier ‘colectivos de parados’ die Cádiz rijk is. De 1600 ex-werknemers van Delphi, de fabrikant van auto-elektronica die in 2007 de deuren sloot, hebben een eigen vereniging, compleet met kledij- en voedselbedeling. Het groepje dat hier betoogt, bestaat vooral uit vijftigers die in de buurt van de oude stad wonen. ‘We willen onze politici en de andere werklozen tonen dat werk een recht is. En dat het geen schande is om dat ook op te eisen’, zegt Pedro Pérez Rivera, die een plaatselijk buurthuis op de been houdt en voorzitter is van het werklozencollectief.

Pedro zit op het terras en slurpt van zijn koffie met melk. Een ‘relaxing cup of café con leche’ zoals in het intussen emblematische zinnetje van de Madrileense burgemeester Ana Botella, die haar stad probeerde aan te prijzen als kandidaat voor de Olympische Spelen van 2020. Alleen heeft hij weinig reden om er ontspannen bij te zitten. Het buurthuis wordt overstelpt met vragen om hulp. ‘Werkloosheid brengt een hele ketting van problemen op gang. Wie zijn job verliest, raakt gemiddeld zes maanden later ook zijn huis kwijt. In onze wijk zijn het vooral mensen die hun huur niet kunnen betalen. Voor hen verzamelen we geld om een advocaat te betalen die het uitzettingsbevel kan tegenhouden of vertragen. We hebben ook een eigen voedselbank opgericht met bijdragen uit de buurt. Ze kan de vraag amper bijhouden.’

Ook drugs en delinquentie zijn toegenomen. ‘We zitten weer op het niveau van twintig jaar geleden. Er wordt meer gedeald, maar ook meer geconsumeerd. Het stadsbestuur stelt Cádiz graag voor als een toeristische attractie, maar dat heeft helaas niets te zien met de werkelijkheid.’

Oud zeer

Werkloosheid is een oud zeer in Andalusië. Een gevolg van het grootgrondbezit, zegt Pedro. ‘Na de democratische transitie van 1975 is er niets veranderd. Het land is nog altijd in handen van amper tien procent van de bevolking, een kwart daarvan zijn grote bedrijven. Het idee dat je dagloner bent en je schikt naar de grillen van de baas, zit er diep ingebakken. Werk is een gunst die iemand je verleent.’

Vanwege zijn haven en bijbehorende industrie vormde Cádiz daarop een uitzondering. In de jaren zeventig was er bijna volledige tewerkstelling. ‘We hadden een bloeiende automobielsector, drie scheepswerven, een grote tabaksfabriek, luchtvaartbedrijven’, zegt Vicente Sarasa Cecilio van het Sindicato Andaluz de Trabajadores (SAT), die bij aan het tafeltje is komen zitten. ‘Met het verschuiven van productie naar lagelonenlanden is een deel van dat industriële weefsel weggevallen. Anders dan Catalonië of Baskenland hadden we geen weerstand meer toen deze crisis uitbrak.’

Tussen 2008 en 2012 zijn er alleen al in de industrie 12.500 jobs verloren gegaan. Vooral een gevolg van de crisis in de scheepsindustrie. De vijf contracten voor de herstelling van cruise-schepen en militaire fregatten die dit jaar zijn binnengelopen, hebben daar niets aan veranderd. Cádiz, een stad van 124.000 inwoners, telt vandaag 18.000 werklozen, waarvan 53 procent al meer dan een jaar zonder job zit. De grote meerderheid daarvan zijn 45-plussers voor wie zelfs in de horeca geen plek meer is. Die sector heeft ervoor gezorgd dat het werkloosheidscijfer tussen juni en augustus even onder de 40 procent is gedoken. Een illusie die opnieuw is geëindigd in september, toen 5000 werknemers uit de horeca zich hebben ingeschreven als werkzoekende.

Het toerisme biedt een tijdelijke uitweg voor de jongeren. Hun situatie is zo mogelijk nog beroerder dan die van de oudere werklozen. Een kwart van alle Spaanse werkloze jongeren komt uit Andalusië, in de provincie Cádiz zit twee derde van de leeftijdsgroep van 16 tot 25 zonder baan. Jesus Saeb, Suli in de omgang, is een wandelende voetnoot bij dit soort statistieken. Hij is 26 jaar, heeft nooit een echte job gehad, behalve dan in de zomer. ‘Ik werk al acht jaar bij een bedrijfje dat strandzetels verhuurt. Normaal werven ze me voor vier maanden aan, dit jaar heb ik twee maanden kunnen werken. Vijf jaar terug kreeg ik nog 1300 euro per maand. Nu nog de helft.’

De opleiding als technicus in de keukenbouw en installateur van zonnepanelen die hij via de arbeidsbemiddeling heeft gevolgd, heeft hem nooit een job opgeleverd. ‘Mensen hebben geen geld om zonnepanelen op hun dak te zetten. En de bouwsector zit nog altijd aan de grond.’ Behalve dat ene jaar dat hij in een hotel in Madrid heeft gewerkt, was hij nog nooit voltijds aan de slag. Zijn vriendin, 27, is verpleegster van opleiding en heeft een master in pediatrische verzorging. ‘Afgelopen zomer heeft ze anderhalve maand kunnen werken in een privéziekenhuis in Madrid. Nu heeft ze een contract van één uur per week op de bestralingsafdeling van een ziekenhuis in Cádiz. Ze krijgt twaalf euro per week, maar officieel is ze wel aan het werk.’

Suli en zijn vriendin hebben een tijdje samengewoond. ‘Maar dat bleek al snel onhoudbaar. Ik verdien zo goed als niets en zij heeft de afgelopen jaren hooguit een paar uren per week kunnen werken. We wonen nu allebei weer bij onze ouders. Voor de kleinste uitgaven hang ik van hen af. Op een moment dat je vorm wilt geven aan je leven, is dat het ergste wat je kan overkomen.’

Ook financiële zekerheid is veraf. ‘Mijn zus en mijn moeder zijn ook werkloos. We leven met z’n vieren van het pensioen van mijn vader. Net geen duizend euro per maand.’ Die op zich precaire situatie is vandaag heel gewoon geworden in Spanje. ‘Een vrouw in mijn wijk, alleenstaand met drie kinderen, zorgde voor haar invalide vader en leefde van zijn pensioen. Toen die stierf, had ze niets meer. De buren geven haar nu te eten’, vertelt Vincent.

Familie en buren

De pensioenen en het vangnet van familie en buren garanderen op dit moment de sociale stabiliteit. Maar ook dat is niet langer een zekerheid. De regering-Rajoy heeft half september een ontwerp van pensioenhervorming voorgesteld. Tussen 2014 en 2022 wil ze 33 miljard euro besparen op pensioenuitgaven, onder meer door de berekening van de pensioenleeftijd afhankelijk te maken van de levensverwachting.

De contouren van het plan zijn nog niet helemaal duidelijk, maar uit de cijfers die op tafel liggen, blijkt dat pensioenen de komende zes jaar tien procent aan koopkracht zullen inboeten. Bij een gemiddeld pensioen van 983,21 euro (Spanje) of 780,58 euro (Andalusië), betekent dat dat de solidariteit nog meer op de proef zal worden gesteld.

Het aantal situaties van extreme armoede neemt intussen toe. Een recent rapport van de katholieke hulporganisatie Caritas had het over drie miljoen Spanjaarden die met 307 euro of minder per maand moeten rondkomen. Het aantal mensen onder de armoedegrens is daarmee gestegen van 3,5 procent in 2007 naar 6,4 procent vorig jaar. Een kwart van de werklozen in Cádiz kan niet terugvallen op een pensioen of een ander inkomen. Zij zijn aangewezen op hulporganisaties zoals Caritas of lokale initiatieven zoals het buurthuis van Pedro. ‘Ik merk dat meer en meer gezinnen die afhangen van een inkomen het moeilijk krijgen en langskomen voor voedselhulp.’ Een rapport van het Rode Kruis heeft het over een stijging van 75 procent over heel Spanje sinds 2009.

Maar ook dat cijfer vertelt niet het hele verhaal. ‘Wie naar de voedselbedeling komt, heeft al een heel traject achter zich. Het is de laatste stap, alsof ze hun waardigheid moeten opgeven. Ik zie dat schaamtegevoel bij veel mensen. Achter elk van hen, die de stap zet, gaan nog vijf anderen schuil die in armoede leven’, zegt Pedro.

In zo’n desolaat landschap schakelt een mens algauw over op modus ‘overleven’. Suli toont de weg naar San Severiano, een wijk aan de havenkant van de grote boulevard. Overal loodsen, verlaten garages, wrakken ook, zij het niet uitgebrand. Een paar vrienden van hem repeteren met hun rapband in een hok dat ze van een werkloze garage-uitbater huren. Fran García, 24 jaar, zware bakkenbaarden uitlopend in snor, shirt van Rayo Vallecano en de bandnaam – 11007, naar de postcode van de wijk – op de onderarm getatoeëerd, klopt Suli op de schouder. Een weedwalm waait uit het deurgat. De andere drie bandleden, António Ripoll, Juan Viegas Golpe en Jorge Miguélez, liggen onderuitgezakt op twee bankstellen.

De joints worden weggemoffeld, de jongens rechten de rug als het gesprek over werk gaat. ‘Eigenlijk heb je twee keuzes als jongere’, zegt Fran. ‘Ofwel probeer je te jobben in het toerisme, of je doet iets in de parallelle economie. Klussen, zwarte markt, dat soort dingen.’ Tabakssmokkel heeft een traditie in Cádiz. ‘Vier sloffen voor de guardia civil en dan kan meteen een halve bootlading in het zwarte circuit’, aldus Fran, installateur van keukens die drie jaar na het afwerken van zijn opleiding nog nooit een keuken heeft geïnstalleerd. Ook voor hasj uit Marokko blijft de stad een belangrijke toegangspoort. ‘Steeds meer jongens gaan dealen om de huur te kunnen betalen’, zegt António, 23, professioneel duiker, anderhalf jaar werkloos en even gewerkt als pizzasnijder en hulpje in de vismijn. ‘Drugs zijn weer heel normaal. Kleine criminaliteit ook. Autoradio’s, gsm’s, maar ook cementzakken die uit de haven worden gestolen.’

Vis rapen

Soms is zwarte economie gewoon synoniem voor zwarte sneeuw. ‘Een vriend van mij staat ’s morgens heel vroeg op en raapt de vis op die bij het laden van de vrachtwagens valt. Die gaat hij dan verkopen op de hoek van de straat’, vertelt Juan, 24, werkloos. Hij heeft de voorbije zes jaar 345 dagen gewerkt waarvoor hij sociale bijdragen heeft betaald, 15 te weinig om recht te hebben op de 426 euro werkloosheidsuitkering.

‘De meeste kleine bedrijfjes in de toerismesector bieden je geen contract. Ze betalen geen sociale zekerheid, of slechts gedeeltelijk. Een deel van je loon wordt via de bank overgemaakt, de rest krijg je in een enveloppe’, zegt Juan. En als je een contract hebt, wordt het vaak niet gerespecteerd, zegt Fran. ‘Op papier werkte ik acht uur per dag in het restaurant, maar veertien uur aan een stuk werken op zondag was heel normaal. In theorie kon ik naar huis tussen middag- en avondshift, maar als je dat deed, bestond de kans dat je niet meer mocht terugkomen.’ ‘Omdat ze weten dat je het geld nodig hebt, kunnen ze je laten werken als een paard. Je slikt dat je geen contract krijgt of sociale bijdragen betaalt. En het resultaat is dat je ze niets kunt maken, als ze je niet betalen, zoals mij is overkomen. Ze behandelen je als een vod. Het vreet echt aan je moraal’, zegt Juan.

Hij klust af en toe in het schoonmaakbedrijf van de ouders van zijn vriendin. ‘De enige manier om in Cádiz aan een job te geraken’, lacht António. ‘Alleen als je iemand kent, heb je hier een kans. Mijn vriendin is verpleegster, heeft twee masters, een in pediatrische chirurgie en een andere in radiotherapie. En nog heeft ze geen job. Ze verkopen je een leugen. Studeer maar en je vindt wel een job. Nee, zelfs wie een kast vol diploma’s heeft, kan alleen als kamermeisje of ober aan de slag.’

Juan woont samen met zijn vriendin. Omdat ze in het bedrijf van haar ouders werkt en genoeg verdient om de huur te betalen. De andere bandleden zitten net als Suli onder dak bij hun ouders. ‘Mijn vader krijgt 640 euro pensioen. Mijn moeder zorgt voor een oudere dame en verdient 300 euro zwart. Net geen 1000 euro voor een gezin van vier volwassenen’, zegt Fran. Jorge, de stille DJ, vergaat het eender. ‘Mijn vader heeft het huis gehypothekeerd om mijn opleiding te betalen. Maar ik heb nog nooit gewerkt. Een broer werkte in de tabaksfabriek die net is dichtgegaan. Hij heeft een baby van een paar maanden en heeft twee jaar geleden een huis gekocht. Mijn andere broer zit in het buitenland. Voor een familie zijn dat drama’s.’

Iedereen van de band heeft overwogen om te emigreren. António heeft twee jaar geleden al een jaar in Edinburgh gewerkt. ‘Ik hoop om terug te gaan. We denken er zelfs over om met de hele band naar ginder te verhuizen.’ Ook Suli en zijn vriendin bestuderen een scenario om naar Noorwegen uit te wijken. ‘Ik hou van deze stad en van mijn familie, maar ik ben nu op het punt dat weggaan de enige optie is.’

Arbeidsbemiddeling

De overheid stelt hier tot nog toe bitter weinig tegenover. De door de socialistische PSOE geleide regionale regering van Andalusië heeft dit jaar 528.000 euro uitgetrokken voor een ‘plan tegen sociale uitsluiting’. Het plan voorziet 300 jobs in de regio Cádiz, bestemd voor langdurig werklozen. Het aantal kandidaten bedraagt echter een viervoud daarvan. De arbeidsbemiddeling van het INEM (Instituto Nacional de Empleo) beperkt zich ertoe de cv’s en de beschikbaarheid van de ingeschreven werkzoekenden te noteren. ‘Ik heb nog nooit langs die weg een job gevonden’, zegt Suli. De cursusdienst van het INEM werkt wel naar behoren. ‘De opleidingen die ik heb gevolgd waren van uitstekend niveau. Alleen bleef het daarna stil.’

De voorwaarden voor het krijgen van een werkloosheidsuitkering zijn verstrengd onder de regering-Rajoy. Wie minder dan een jaar heeft gewerkt, moet tenminste drie maanden sociale bijdragen hebben betaald. De seizoenwerkers in de hotels en restaurants van Cádiz grijpen daarom vaak naast een uitkering. Werken ze al langer dan een jaar, dan moeten ze de afgelopen zes jaar tenminste 360 dagen bijdragen hebben betaald. In dat geval heeft een werkloze gedurende 120 dagen recht op 497 euro (zonder kinderen ten laste) en 664 euro (met kinderen). ‘Ik ben er nog niet in geslaagd om het minimum bijeen te werken’, zegt Suli. ‘Wat een dubbele frustratie is. Officieel ben je niet eens een werkloze.’

Het stadsbestuur heeft nauwelijks economische macht. ‘Maar het put wel alle mogelijkheden uit om het sociaaleconomische drama te verdoezelen’, zegt Pedro. Cádiz wordt sinds 1995 geleid door Teófila Martinez van de conservatieve Partido Popular. Ook de laatste verkiezing twee jaar geleden won ze met gemak. ‘Ze heeft alles gezet op het toerisme en netheid. Daarmee heeft ze heel wat oudere kiezers kunnen overtuigen’, zegt Pedro. ‘De stad organiseert heel wat activiteiten om zich aantrekkelijk te houden voor de toeristen. Dat straalt een zekere dynamiek uit, zodat het allemaal niet zo erg lijkt. Armoede is opeens niet meer dan een hinderlijk vlekje.’

De stad eraan herinneren dat het eigenlijk niet zo goed gaat, wordt dan ook niet in dank afgenomen. Lorenzo, een vijftigjarige werkloze die het begin mei gewaagd had om plakkaten tegen de huisuitzettingen te plaatsen op het mooie Plaza del Palillero, kreeg prompt veertien dagen huisarrest. ‘Toen ik een tijd terug het college heb toegesproken en eiste dat ze werk moesten maken van een sociaal beleid voor de stad, noemde de burgemeester mij gek en dwaas. Ik heb haar geantwoord dat er maar één ding gek en dwaas is. En dat is de situatie waarin een groot deel van haar bevolking moet leven. Een week later had ik de politie aan mijn deur. De reden van het bezoek was dat de burgemeester vreesde ‘voor haar veiligheid en die van haar familie’. Dat soort intimidatie is schering en inslag’, zegt Pedro. Exorbitante boetes smoren verder elk protest in de kiem. ‘De ex-arbeiders van Delphi kregen elk een boete van 5000 euro opgelegd, toen ze de brug over de baai hadden afgezet. Een werkloze denkt dus twee keer na voor hij aan een protestactie deelneemt’, zegt Vincent.

Gelatenheid

Het verklaart misschien waarom er zo’n gelatenheid heerst. De dagelijkse actie van Pedro en zijn collectief lokt hooguit een paar werklozen. Een van de spandoeken richt zich direct tot hen met ‘menos lamentaciones, más cojones’ (minder geklaag, meer ballen). ‘Het is een progressief proces. Mensen passen zich telkens aan nog moeilijkere omstandigheden aan’, zegt Vincent. ‘We leven nu in een situatie die twee jaar geleden onvoorstelbaar was. Als er geen reactie komt, zal dat proces zich gewoon voortzetten. En het belangrijkste instrument om reactie te voorkomen blijft de angst.’

Het is bijzonder moeilijk om die gelatenheid om te buigen in sociale actie. ‘Vooral oudere mensen zijn teleurgesteld. Ze hebben dertig jaar gestreden voor rechten die nu waardeloos blijken’, zegt Vincent. Ook de jongeren hebben na de opstoot van straatprotest twee jaar geleden blijkbaar de moed laten zakken. ‘De beweging van 15-M heeft als verdienste dat jongeren op het pleintje om de hoek in plaats van over auto’s en motoren nu over werk, emigratie en grootgrondbezit praten’, zegt Fran. ‘Maar ze reiken geen oplossingen aan om het economisch systeem opnieuw op rechtvaardige leest te schoeien.’ Jongeren blijken ook slecht geïnformeerd. ‘De meeste adolescenten begrijpen niets van wat er gebeurt. Ze krijgen bovendien een passieve houding mee met de paplepel. Hun vaders en grootvaders vertellen hen dat het altijd zo is geweest met de grond’, zegt António.

Het bewustzijn is er, maar er is meer nodig dan alleen een vonk. ‘In mijn buurt halen de mensen de schouders op en zeggen dat ze er toch niets aan kunnen veranderen’, zegt Vincent. ‘Maar tegelijk zie je dat er een grote sociale consensus bestaat rond een paar thema’s. Besparingen op sociale voorzieningen om geld aan de banken te geven, kunnen niet. En banken moeten kunnen worden onteigend. Daar is 80 procent het over eens, terwijl je nog geen vijf jaar geleden voor een communistische gek werd versleten als je zoiets zei. Maar dat betekent niet dat echte sociale verandering daarom makkelijk is. Mensen zijn pragmatisch, ze willen oplossingen. En die hebben de sociale bewegingen hen nog niet kunnen bieden. De cruciale vraag is wat die morrende, moedeloze massa doet als er een leider opstaat die, in hun ogen, wel oplossingen aanreikt. Loopt ze er dan achteraan?’

DOOR WOUTER DE BROECK, FOTO’S RUBEN MALIA

‘Zelfs wie een kast vol diploma’s heeft, kan alleen als kamermeisje of ober aan de slag.’

‘Steeds meer jongens gaan dealen om de huur te kunnen betalen.’

‘Vooral oudere mensen zijn teleurgesteld. Ze hebben dertig jaar gestreden voor rechten die nu waardeloos blijken.’

‘We leven met z’n vieren van het pensioen van mijn vader. Net geen duizend euro per maand.’

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content