Koen Meulenaere
Koen Meulenaere Van 1991 tot 2012 de satiricus van Knack

De Kroonraad van Knack bestaat uit Mark Eyskens, Paul Muys, Jacques Rogge en Etienne Vermeersch. Hij wordt geraadpleegd over uitzonderlijke omstandigheden.

Mijnheer Eyskens, een leerrijke week voor de Belgische overheidsbedrijven. De Zwitsers pakken ons Sabena af en ene meneer Lee Hsien Wang geeft de premier in Singapore orders over hoe Belgacom moet geleid worden.

MARK EYSKENS : De gang van zaken bij Sabena is niet onlogisch. Zodra je een belangrijke buitenlandse partner in de zaak brengt, moet je ook aanvaarden dat die zijn stempel op dat bedrijf wil drukken. Zeker als blijkt dat de Belgen zelf niet in staat zijn om de conflicten op te lossen. Dat heeft tot een vacuüm geleid. Ondanks alle pogingen van Pierre Godfroid hebben de herhaalde stakingen een erbarmelijk imago gecreëerd, en dat heeft zijn gevolgen voor de financiën. De Zwitsers tellen uiteraard ook hun centen, en hebben besloten het laken naar zich toe te trekken en de zaken te regelen.

Ik weet niet of ze zullen slagen, maar het spreekt vanzelf dat er een machtsverschuiving heeft plaatsgevonden ten voordele van de Zwitsers. De Belgische beslissingsmacht in Sabena zal steeds kleiner worden. In het Europa van morgen wordt de nationaliteit van de luchtvaartmaatschappijen minder belangrijk. Als de EMU op 1 januari 1999 van start gaat, ontstaat er een algemene de-nationalisering in de landen die er lid van zijn. Dat geldt zeker voor de luchtvaart. Kleine maatschappijen als Sabena zullen onherroepelijk worden opgeslokt door grotere.

Het sociale conflict bij Sabena spitste zich toe op de strijd tussen de vakbonden en de persoon van voorzitter Godfroid. Zullen de vakbonden beter af zijn met een Zwitser aan de overkant van de tafel ?

EYSKENS : De Zwitsers zullen zeker hun lessen hebben getrokken uit wat de afgelopen maanden is gebeurd. En geholpen door een man met politieke ervaring als Jan Huyghebaert, zullen ze zich zowel wat stijl als inhoud betreft minder scherp opstellen. Maar ondertussen blijft het financiële probleem in al zijn dramatische facetten bestaan. Ook een gematigde leiding zal de balans niet uit het rood kunnen halen zonder forse ingrepen.

De vijf jaar Godfroid zijn gekenmerkt door ontslagen, stakingen, een ongelukkig samengaan met Air France en grote verliezen. Is Godfroid mislukt ?

EYSKENS : Objectief gesproken, kan je bezwaarlijk beweren dat hij succes heeft gehad. Toch moeten we ons durven terug plaatsen in de sfeer waarin de heer Godfroid de leiding van Sabena heeft overgenomen. Toen vond men, terecht overigens, dat Sabena veel te gepolitiseerd was, dat men een beroep moest doen op professionele managers om doortastend op te treden. Godfroid heeft dat gedaan, met een grote persoonlijke moed en een buitengewone inzet.

De moeilijkheid voor die managers uit de privé is dat in publieke of half-publieke bedrijven de vakbonden erg sterk staan. Vaak in cruciale sectoren waar ze een zware hefboom in handen hebben. Ik zal het brutaal stellen : een privé-manager zal in een publiek bedrijf altijd gehandicapt blijven, zolang hij niet beschikt over dé ultieme sanctie : het faillissement. Als in een privé-bedrijf de zaken in de war gestuurd worden, vraagt men een concordaat of een faillissement aan. En dan staat iedereen voor zijn verantwoordelijkheid. Iedereen weet tot waar hij te ver kan gaan. In een semi-publiek bedrijf weet men dat niet, omdat er altijd gehoopt wordt op druk of steun van de overheid.

Ondertussen heeft premier Dehaene in Singapore een paar waarschuwingen in verband met Belgacom gekregen.

EYSKENS : Ondanks de afstand kennen die mensen van Singapore ongetwijfeld zeer grondig de toestand bij Belgacom. Ze weten zeer precies wat er fout loopt en wat er moet gedaan worden. Ik weet zeker dat de eerste-minister tijdens zijn reis heel wat heeft opgestoken. Het dynamisme van Zuidoost-Azië is zo verpletterend dat het schrikaanjagend wordt. Ze gaan uiteraard uit van een loonsituatie en sociale verhoudingen die wij onder geen enkel beding kunnen aanvaarden.

Wordt de achterstand onoverbrugbaar ?

EYSKENS : Op lange termijn ben ik daar niet te pessimistisch over. Als we de moed hebben om de vrijhandel in stand te houden, zal in die landen het loonpeil sterk stijgen, de binnenlandse inflatie zal stijgen, ze zullen moeten sleutelen aan hun sociaal systeem. Je krijgt dan een grote toename van de levensstandaard maar ook van de productiekosten. Zo is het ook in Zuid-Korea en Japan gegaan.

Op korte termijn zijn wij natuurlijk geconfronteerd met een moeilijke overgangsfase. Ik ben altijd gekant geweest tegen loonblokkering, want die leidt naar deflatie, maar we moeten dringend iets doen aan de arbeidskost, en dat brengt ons andermaal bij de sociale zekerheid. Het wordt misschien een eentonig verhaal, maar ik hoop toch dat de premier tijdens zijn reis beseft heeft dat onze sociale zekerheid zeer dringend niet alleen gemoderniseerd, maar grondig hervormd moet worden. Er is geen tijd meer te verliezen. Er moet op zijn minst een politiek concept worden uitgewerkt voor die hervorming. Dat het dan in fasen gerealiseerd wordt, neem ik er bij.

Wat de loonkosten betreft, vraagt Karel Van Miert de Europese Commissie om sancties te treffen tegen Maribel bis en ter. De eerste Maribel-operatie, die wel grondig verschilde van de volgende twee, hebt u zelf doorgevoerd in 1981.

EYSKENS : Ik denk dat Van Miert juridisch gelijk heeft en dat we Maribel moeten aanpassen. Wij Belgen moeten consequent zijn. Wij zijn de grote predikanten van de Europese integratie. Maar af en toe lopen we over de schreef en als dan de boze vinger tegen ons wordt opgestoken, gaan we allemaal in het verzet en worden we plotseling nationalistisch.

Wat Van Miert vandaag zegt, zou de commissie nooit hebben gezegd in 1981, toen ik Maribel heb ingevoerd. Maar vandaag staan we zoveel verder met de Europese convergentie. Vooral als je naar een eenheidsmunt gaat, zijn subsidies totaal uit den boze.

Vereist de eerlijke concurrentie ook niet dat de sociale lasten in alle EU-landen even hoog zijn ?

EYSKENS : We gaan ook naar een harmonisering van de sociale zekerheid in de EMU-landen. Dat kan natuurlijk niet in een Unie van vijftien. We kunnen niet harmoniseren met Portugal. Maar wel met de Benelux, Frankrijk, Duitsland, misschien Oostenrijk en nog een paar andere. De mensen in België beseffen onvoldoende wat de betekenis is van de EMU. Volgens mij is die noodzakelijk om te overleven, onder meer in concurrentie met Zuidoost-Azië. Maar ze heeft verregaande gevolgen. De EMU gaat heel onze samenleving door elkaar woelen.

Wat mij deze week getroffen heeft, is dat de Vlaamse minister-president Luc Van den Brande in zijn Vlaams programma met geen woord heeft gerept over de staatsvorming in Europees verband, die volop bezig is en zich zal affirmeren zodra de EMU van start gaat. Ik frons de wenkbrauwen wanneer men doet alsof Vlaanderen begonnen is aan een eigen staatsvorming, zonder eraan toe te voegen dat dat volledig in de schaduw wordt gesteld door de Europese. Wat kan de betekenis zijn van een grotere Vlaamse autonomie, als die verdwijnt in de grote Europese samenleving ? Het is de autoriteit die de EMU zal besturen, laten we zeggen de Europese centrale bank en de Europese ministerraad, die ons economisch, fiscaal én sociaal beleid zal bepalen.

Op welke punten bent u het eens en op welke oneens met Van den Brande ?

EYSKENS : Als hij pleit voor fiscale bevoegdheden voor de deelstaten, ben ik het volkomen met hem eens. Wij werken met een totaal asymmetrische formule. De deelstaten krijgen hun centen van de federale regering, ongeveer achthonderd miljard frank, een kolossaal bedrag. Maar dat is een vorm van consumptiefederalisme. De centrale overheid laadt het odium op zich van de belastingheffing, en sluist de opbrengst onder de vorm van ristorno’s naar de gewesten. De inwoners van Virginia hebben in de achttiende eeuw de revolutie gemaakt onder de slogan : no taxation without representation. Bij ons is het omgekeerd. Vlaanderen, Wallonië en Brussel hebben een eigen parlement maar geen fiscale bevoegdheid. Dat moet worden rechtgetrokken.

Wat betreft de federalisering van de sociale zekerheid, ben ik veel terughoudender. Ook inzake kinderbijslag en gezondheidszorg. Want het stelt een reusachtig technisch probleem waar men te weinig over spreekt : Brussel. Hoe zal men het onderscheid maken tussen Vlamingen en Franstaligen ? Wordt er een subnationaliteit ingevoerd op vrijwillige basis ? Of zal de overheid bepalen wie Nederlandstalig is en wie Franstalig ? Tot hoeveel juridische problemen zal dat aanleiding geven ? We gaan ons in een onontwarbaar kluwen storten. Anderen zeggen, in tegenstelling tot Van den Brande : we gaan de sociale zekerheid regionaliseren en in drie stukken kappen. Maar zo lok je migraties van bevolkingen uit. Als de voordelen in Vlaanderen groter zijn, komen Franstaligen in het Vlaamse land wonen, wat ze nu om andere redenen trouwens ook al doen.

Van den Brande wil ook de vennootschapsbelasting federaliseren, zodat elke gemeenschap eigen accenten kan leggen. Maar hij moet goed beseffen dat de monetaire unie van België in het gedrang komt als bedrijven anders belast worden in Vlaanderen dan in Wallonië of Brussel.

Vindt u dat de staat stilaan genoeg hervormd is ?

EYSKENS : We zijn al aan de vierde staatshervorming toe. Er komt een moment waarop de politieke leiders van dit land eens duidelijk moeten zeggen wat ze willen : de Belgische staat op één of andere wijze behouden, ofwel er een kruis over maken en opteren voor een vreedzame Tsjechoslovakisering. Ook sommige commentatoren in de Vlaamse pers gaan blijkbaar van de premisse uit dat België hoe dan ook uiteen valt. Ik vind dat men op dat punt klare wijn moet schenken. En ik vraag me af of men dat alles kan laten gebeuren zonder de bevolking te raadplegen. Ik zit met een groeiend intellectueel ongenoegen over de vaagheid die men laat bestaan en die systematisch wordt onderhouden rond de toekomst van ons land.

Wat moet volgens u met België gebeuren ?

EYSKENS : Ik ben gekant tegen het afbreken van België. Ik denk dat het nog altijd een waarde is. Ik ben gewonnen voor de federale structuur, zelfs voor elementen van confederalisme als dat niet in strijd is met het behoud van de monetaire unie. Ik ben ervan overtuigd dat Van den Brande met zijn discussienota een veel bredere en positievere weerklank had gekregen, indien hij had gesteld : wij willen nog enkele hervormingen omwille van de efficiëntie, maar in elk geval willen wij de Belgische unie behouden. Opiniepeilingen wijzen uit dat een grote meerderheid van de Vlamingen nog steeds dit land verkiezen boven het avontuur van het uiteenvallen ervan. Met als bezwarende omstandigheid dat de Vlamingen in dat avontuur Brussel én de Brusselse rand dreigen kwijt te spelen.

Om deze zitting af te ronden nog een woordje over de grote Vermeer-tentoonstelling in Den Haag. U, die zelf schildert, bent zonder twijfel een groot bewonderaar van Johannes Vermeer ?

EYSKENS : Oh, zeker. Ik ben al verscheidene keren in het Mauritshuis gaan kijken. Onder meer naar het fameuze Gezicht op Delft, volgens Proust het mooiste schilderij ter wereld. Vermeer is een fantastisch schilder. Ik hoop dat ik ook deze tentoonstelling zal kunnen bezoeken en tegelijkertijd een ommetje kan maken naar die van Van Meegeren, de grote valsaris, om een vergelijking te kunnen maken.

Het koloriet van Vermeer is geweldig. Merkwaardig aan zijn werk is dat het er allemaal zo huiselijk uit ziet, tot op de rand van het banale. Maar alle schilderijen zitten vol onderdrukte dramatiek en levenstragiek. In de blikken van de vrouwen die kijken naar hun minnaars, of die verboden liefdesbrieven schrijven.

Vermeer was niet alleen een tovenaar met kleur en licht, hij was ook een begenadigd tekenaar. Hoewel ik me heb laten vertellen dat hij voor zijn personages en ook voor het meubilair en de tapijten die zo precies en met verbluffende zin voor details geschilderd zijn gebruik zou gemaakt hebben van een camera obscura. Hij zou dus de voorloper geweest zijn van sommige hedendaagse schilders die zich van projectietoestellen bedienen. Ze projecteren een dia op een doek, en moeten dat enkel nog inkleuren, wat een louter technische moeilijkheid is.

Het kan niet anders of u koestert ook grote sympathie voor Han Van Meegeren, de vervalser.

EYSKENS : Eigenlijk wel. Hoe is het in godsnaam mogelijk dat hij al die experten in het ootje heeft genomen. Het doek De Emmaüsgangers, dat aan Vermeer werd toegeschreven, is een fenomeen op zich. Zeker omdat Van Meegeren vroeger, onder zijn eigen naam, portretten en schilderijen heeft gemaakt met dezelfde gezichten op. Van die grote bleke koppen met diepliggende oogkassen, die ook op De Emmaüsgangers staan. Dat is zo te herkennen. En niemand heeft het opgemerkt. Prachtig toch ?

Koen Meulenaere

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content