Bang voor de Russen: hoe het Kremlin russofobie inzet als wapen

Russofobie is ‘het nieuwe nazisme’, claimt de Russische hoofdpropagandist Vladimir Solovjov. © Illustratie Knack, Michiel De Smet

Als we de Russische diplomatie mogen geloven, lijdt het hele Westen sinds enkele maanden aan een irrationele angst voor alles wat Russisch is. ‘Voor Russen is het bijna vanzelfsprekend dat ze leven in een wereld waarin een existentiële vijand hen naar het leven staat.’

Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Het appartement is duister, tot de nok gevuld met boeken. Vier heren van stand worden hovaardig toegesproken door een man in een vysjyvanka, een traditioneel Oekraïens hemd. Zijn gezicht is opgemaakt zoals The Joker in de Batmanfilms van Christopher Nolan, en zijn Engels heeft een Russisch accent alsof hij al een fles goedkope wodka soldaat heeft gemaakt. Aan zijn zijde staan vier andere Jokers met T-shirts met pro-lgbtq-symbolen. ‘Sta op voor het finale oordeel!’ bijt hij zijn gehoor toe. Onder dreigende achtergrondmuziek stoten ze een inktzwart gas uit, dat de mannen dreigt te versmachten. De vier aangesproken heren (respectievelijk gekleed als Fjodor Dostojevski, Nikolaj Gogol, Aleksandr Poesjkin en Lev Tolstoj) antwoorden door een bloemlezing van de wereldliteratuur ter hand te nemen die een lichtbundel afschiet waarmee de demonen worden teruggedrongen en de Russische literatuur in al haar glorie zegeviert. ‘Russofobie heeft veel gezichten, maar cancelcultuur is nog steeds geen cultuur’, verschijnt in beeld. Het filmpje eindigt met de hashtag #StopHatingRussians.

Wie voor tolerantie en democratie was, kon alleen een stiekeme Jood zijn, die uit was op de vernietiging van Rusland.’ Aleksandr Skorobogatov, schrijver

Het filmpje is geen verlate aprilgrap, maar werd op 31 mei verspreid door de officiële Russische vertegenwoordiging bij de Unesco. Sinds het begin van de oorlog in Oekraïne beklaagt de Russische diplomatie zich voortdurend over russofobie. Als we haar mogen geloven, lijden zowat heel Europa en Noord-Amerika dezer dagen aan een irrationele angst voor alles wat Russisch is. De massale westerse wapenleveringen aan Oekraïne, de sanctiepakketten, de uitsluiting van Russische sporters van internationale competities, de uitwijzing van Russische diplomaten, zelfs de beslissing van parfumfabrikant Chanel om niet langer in Rusland te verkopen: volgens het Russische regime zijn het allemaal bewijzen van ‘de russofobe ideologie’ die het Westen in haar greep houdt. Op de Russische staatstelevisie worden Russen ‘de nieuwe Joden’ genoemd. Russofobie is, volgens de Russische hoofdpropagandist Vladimir Solovjov, ‘het nieuwe nazisme’.

Unia sust

Het valt natuurlijk niet te ontkennen dat er al langer dan vandaag enige animositeit heerst tegenover Rusland. Natuurlijk bestaan er in veel Europese landen pijnlijke en foute clichés over Russen. Russen die in het Westen wonen, krijgen geregeld nogal directe feedback over de geopolitieke beslissingen van hun overheid. Dat gebeurt niet altijd op een vriendelijke toon. Maar er zijn geen bewijzen dat Europa plotseling collectief een irrationele angst voor Russen heeft ontwikkeld. In België opende het gelijkekansencentrum Unia sinds het begin van de oorlog vijftien dossiers na klachten van Russische burgers, maar die klachten gaan voornamelijk over problemen met bankrekeningen en studiebeurzen ten gevolge van de sancties. Er is volgens Unia geen reden om aan te nemen dat Russen in België vandaag op grote schaal het slachtoffer zijn van pesterijen of agressie. De Russische ambassade in België ging niet in op een vraag van Knack om meer informatie.

Toch is het een spijker waarop de Russische diplomatie voortdurend blijft hameren. Op 14 juni publiceerde het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken een lijvig rapport, waarin het voor alle landen in de Europese Unie opsomde op welke manier Russen er onheus worden bejegend. Voor België stelt het rapport dat ‘de onvriendelijke houding tegenover Russische burgers’ sinds het begin van de oorlog – in het rapport beschreven als ‘speciale militaire operatie’ – is toegenomen. ‘Onder invloed van de dominante pro-Oekraïense propaganda in West-Europa’ voeren ‘individuele Belgen’ volgens het rapport ‘anti-Russische repressie’. Er wordt geklaagd dat verschillende bedrijven niet meer aan de Russische ambassade willen leveren. Er is ook kritiek op de beslissing van Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA) om niet langer beurzen aan Russische studenten toe te kennen.

Maar tegelijk lijkt de Russische diplomatie de definitie van het begrip discriminatie nogal op te rekken. Het rapport verwijt de Belgische regering ook dat ze bereid is meer vluchtelingen op te nemen, omdat ze zo ‘een illegaal transitkanaal’ stimuleert waarbij ‘migranten uit het Midden-Oosten en Noord-Afrika’ via Oekraïne naar Europa komen. Ter ondersteuning van de Russische positie signaleert het rapport ‘de vertegenwoordiger van de extreemrechtse partij Vlaams Belang D. van Longenhoven’ (sic), die beweert dat ‘een op de drie asielzoekers uit Oekraïne niets met het land te maken heeft’. Die bekommernis is opmerkelijk: waarom zou een ruimhartig beleid tegenover Oekraïense vluchtelingen getuigen van Russenhaat?

Verwijt onder Russen

Russofobie betekent niet enkel ‘discriminatie tegenover Russen’. Het idee erachter is veel verstrekkender. Zoals agorafoben een irrationele angst hebben voor open ruimtes, zo hebben russofoben een irrationele angst voor alles wat Russisch is. Het idee dat bepaalde Europese landen aan russofobie lijden, gaat al een hele tijd mee. In de negentiende eeuw werd Rusland, met zijn autoritaire tsaren en miljoenen lijfeigenen, in West-Europese landen weggezet als achterlijk en onderontwikkeld, een kwalificatie die tegelijk ook op de Russen zelf werd toegepast. In de Sovjettijd vervelden die sentimenten tot anticommunisme, wat in westerse landen geregeld tot regelrechte paranoia leidde.

Betogers in Frankfurt eisen meer verdraagza amheid tegenover Russen in Duitsland.
Betogers in Frankfurt eisen meer verdraagza amheid tegenover Russen in Duitsland. © Getty Images

Opmerkelijk genoeg was russofobie aanvankelijk een verwijt dat Russen aan andere Russen maakten. Aleksandr Poesjkin, de negentiende-eeuwse peetvader van de Russische literatuur, stelde ooit dat ‘veel Russen niet tegen de regering maar tegen Rusland zelf zijn’. Fjodor Tjoettsjev, de negentiende-eeuwse dichter-diplomaat die het woord ‘russofobie’ vermoedelijk heeft bedacht, gebruikte het aanvankelijk om liberaalgezinde Russen af te katten die tegen het absolutisme van de tsaar waren. Ook in Sovjettijden kregen democratischgezinde dissidenten van andere anti-Sovjetactivisten het verwijt ‘russofoob’ te zijn. Een deel van de tegenstanders van de Sovjet-Unie wilde immers terug naar de autoritaire pre-Sovjettraditie en vond de democratie een aanslag op de Russische volkseigenheid. ‘Dat enorme Russische chauvinisme heeft altijd deel uitgemaakt van de culturele elite’, zegt de Belgisch-Russische schrijver Aleksandr Skorobogatov, die opgroeide in de Sovjet-Unie. ‘Toen ik begon te schrijven, kreeg ik van uitgevers botweg de vraag aan wiens kant ik stond: die van de Russen, of die van de Joden. Want wie voor democratie en tolerantie was – zoals ik – kon alleen een stiekeme Jood zijn, die uit was op de vernietiging van Rusland.’

In de jaren negentig, toen binnen het Russische regime de overtuiging leefde dat het land aansluiting moest vinden bij het Westen, verdween de term russofobie nagenoeg volledig uit het lexicon van de Russische diplomatie. Ook tijdens de eerste twee ambtstermijnen van Poetin (2000-2008) nam de president de term nooit in de mond. Als er strubbelingen waren in de relaties tussen Rusland en het Westen, weet Poetin die in 2006 nog aan verouderde denkbeelden ‘aan beide kanten’. Zelfs bij zijn befaamde speech op de veiligheidsconferentie van München in 2007, waar Poetin aankondigde zich niet neer te leggen bij de ‘unipolaire wereld’ waarin Amerika de enige supermacht is, nam hij het woord ‘russofobie’ of ‘anti-Russisch’ niet in de mond. De weinige keren dat de term in die dagen gebruikt werd, sloeg die vrijwel exclusief op de situatie van de Russische minderheid in de Baltische staten, die volgens Moskou het slachtoffer waren van voortdurende discriminatie.

Culturele bocht

Neil Robinson, die als professor Russische politiek aan de Universiteit van Limerick onderzocht hoe het Russische regime over russofobie spreekt, signaleert 2012 als een kantelpunt. In dat jaar keert Poetin na vier jaar premierschap terug als president, en neemt hij, aldus Robinson, ‘een culturele bocht’. ‘Plots presenteert Poetin zich als de verdediger van traditionele waarden. Hij stelt Rusland voor als een unieke beschaving die bedreigd wordt door buitenlandse invloeden. Het is de taak van de Russische staat om die traditionele etnische en culturele gebruiken – die Poetin kennelijk als onveranderlijk beschouwt – te beschermen. Waarden als tolerantie voor homoseksualiteit noemt hij plots een westers concept dat niet toepasbaar is in Rusland.’ Het is een opmerkelijke bocht voor een land dat op veel gebieden niet geldt als een conservatieve maatschappij. Rusland heeft ook vandaag nog een van de hoogste abortus- en echtscheidingscijfers ter wereld. Zelfs als een ruime meerderheid van de Russen zich in peilingen als orthodox omschrijft, noemt slechts de helft van de Russen zich gelovig en loopt het kerkbezoek terug. Volgens de laatste peiling van het Moskouse onderzoekscentrum Levada vindt slechts een derde van de Russen seks voor het huwelijk ‘moreel onaanvaardbaar’.

Die culturele bocht is in eerste instantie voor binnenlands gebruik. ‘Het is een manier om zowel de liberalen als de etnische nationalisten politiek uit te schakelen’, verduidelijkt Robinson. ‘Etnische nationalisten, die een voorkeursbehandeling eisen voor etnische Russen, hebben volgens Poetin de Sovjet-Unie ten val gebracht, omdat ze de mogelijkheid gaven aan andere volkeren om zich af te scheiden. En ook liberalen, die zogezegd ingaan tegen de traditionele Russische waarden, vallen volgens hem de Russische beschaving aan. Voor ons lijkt het bizar, maar in het discours van Poetin zijn liberalen en etnische nationalisten in essentie hetzelfde: ze bedreigen het voortbestaan van de Russische staat.’ In een interview met het persagentschap AP in 2013 vergelijkt Poetin opposanten die hervormingsgezinde ideeën verspreiden met ‘bacillen die het sociale of publiek organisme proberen te vernietigen’. Er zit een soort besmettingslogica achter Poetins manier van denken, meent Robinson. ‘Net als onder Stalin lijkt het regime ervan overtuigd dat elke vorm van dissidentie leidt tot het ergst mogelijke gevolg. In hun hoofden begint het met homorechten of vrouwenrechten, en het eindigt met fascisme en nazi’s die de staat omverwerpen.’

Voor Poetin zijn Oekraïners in essentie Russen die een beetje dommer zijn en een accent hebben.’ Neil Robinson, Universiteit van Limerick (Ierland)

Taalchauvinisme

Plots is Rusland als vanouds een belegerde burcht, omsingeld door vijanden. De protesten tegen de frauduleuze Doemaverkiezingen van 2011 heten plots een complot tegen Rusland dat door de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton zelve is beraamd. Wanneer een drie matig getalenteerde punkzangeressen in februari 2012 een kerkdienst verstoren in de Christus-Verlosserkathedraal, ontketent het Kremlin een ware heksenjacht. Na een stormachtig proces werden drie Pussy Riot-leden veroordeeld tot twee jaar strafkamp wegens ‘het beledigen van de gevoelens van gelovigen’. In 2013 komt er een wet die ‘homoseksuele propaganda’ verbiedt. In 2017 wordt huiselijk geweld zo goed als gedecriminaliseerd. ‘Plots schrijft het regime voor wat goede Russen zijn’, zegt Robinson. ‘Een goede Rus is religieus, gehoorzaam aan het gezag, en heteroseksueel. Idealiter is hij Russisch-orthodox, maar hij mag gerust ook moslim of boeddhist zijn, zolang die religie maar traditionele waarden vertegenwoordigt.’

De houding ten opzichte van het Russisch is dubbelzinniger. Goede Russen horen zich in de Russische cultuursfeer te bewegen, maar tegelijk is behoorlijk Russisch spreken geen vereiste om als ‘goede Rus’ beschouwd te worden. Het Russisch van de buikige Tsjetsjeense leider Ramzan Kadyrov is bijvoorbeeld enorm slecht, maar toch wordt hij gezien als een ‘goede Rus’. Tegelijk belijdt het Russische regime een opmerkelijke vorm van taalchauvinisme. Het idee dat landen als Estland en Letland taaleisen stellen aan Russen die Ests of Lets burgerschap aanvragen, ervaart het Kremlin als een soort aanranding van hun mensenrechten. Wanneer Oekraïne het gebruik van het Russisch in het onderwijs limiteert, spreekt Moskou over ‘een culturele genocide’. Skorobogatov verklaart die houding door het imperialistische wereldbeeld waarmee veel Russen zijn opgegroeid. ‘Het werd nooit letterlijk gezegd, maar het was voor iedereen duidelijk dat de Russische cultuur superieur was aan de andere culturen binnen de Sovjet-Unie. Goede Sovjetburgers hoorden Russisch te spreken. Belarussisch en Oekraïens golden als minderwaardige talen, die enkel door boeren en volstrekte idioten werden gesproken.’

VLADIMIR POETIN werd in 2014 plots een verdediger van de traditionele Russische waarden.
VLADIMIR POETIN werd in 2014 plots een verdediger van de traditionele Russische waarden. © National

Maar de ‘slechte Russen’ zijn talrijker dan gedacht. Wanneer pro-Europese, Oekraïense activisten in 2014 een revolutie ontketenen om Oekraïne uit de Russische invloedssfeer te brengen, interpreteert het regime dat als een door Amerika gesteunde staatsgreep door Oekraïense fascisten. In het discours van het Kremlin wordt Oekraïne een soort ‘anti-Rusland’, dat erop gericht is om de Russische cultuur – en in de logica van het regime dus ook de Russische staat – te vernietigen. ‘Aanvankelijk maakte het Kremlin nog het verschil tussen de Oekraïense regering en de Oekraïners zelf’, zegt Robinson. ‘Voor Poetin zijn Oekraïners in essentie Russen die een beetje dommer zijn en een accent hebben. Maar toen bleek dat de overgrote meerderheid van de Oekraïners de Russische soldaten niet met bloemen verwelkomde, concludeerde hij dus dat alle Oekraïners fascisten zijn.’ In de perfide imperiale logica van het Kremlin zijn die Oekraïners eigenlijk verraders. Veel Oekraïners – die in Russische ogen dus gewoon Russen zijn – hebben met hun streven naar Oekraïense onafhankelijkheid en aansluiting bij het Westen immers antiRussische waarden omarmd. ‘Vanuit het perspectief van het Kremlin zijn de Oekraïners apostaten: ze hebben het ware geloof afgewezen’, zegt Robinson. ‘In zekere zin is dat de ergst mogelijke vorm van ketterij. Het is een totaal doorgeslagen visie op russofobie.’

Ivan De Ontzagwekkende

Vorig jaar beklaagde Nikolaj Patroesjev, de voorzitter van de Russische Veiligheidsraad en ongeringde opperhavik van het Kremlin, zich erover dat Ivan De Verschrikkelijke in het Westen zo’n negatieve bijnaam heeft. In het Russisch betekent de bijnaam ‘Grozny’ immers zoveel als ‘De Ontzagwekkende’. Dat westerse geschiedschrijvers de grondlegger van de Russische staat toch ‘verschrikkelijk’ hebben genoemd, was volgens Patroesjev een zoveelste teken van de eeuwige russofobie van het Westen.

De anekdote is niet alleen onnozel, maar ook veelzeggend. Volgens Patroesjev kreeg Ivan IV – de vorst die zijn eigen zoon en minstens twee van zijn vermoedelijk zeven echtgenotes vermoordde en een politieke politie oprichtte die moordend, verkrachtend en brandschattend tekeerging tegen de eigen bevolking – onterecht een kwalijke bijnaam. Op dezelfde manier beweert de Russische diplomatie vandaag met droge ogen dat de brede steun die Oekraïne ontvangt vanuit Europa en Amerika verklaard wordt door een irrationele haat tegen Rusland en niet – bijvoorbeeld – het gevolg is van de Russische beslissing om Oekraïne aan te vallen. Het negeert ook totaal dat veel buurlanden van Rusland best wel rationele redenen hebben om zich bedreigd te voelen door de Grote Buur. Een land dat de wereld er geregeld aan herinnert dat het kernwapens heeft, cyberaanvallen opzet tegen zijn buurlanden en de voorbije vijftien jaar twee buurlanden binnenviel, verdient misschien wel enig geopolitiek wantrouwen.

Afsluiten van de wereld

Tegelijk zet het Russische regime alle zeilen bij om die indruk van Russenhaat te versterken. In april werd Za prava sootetsjestvennikov (Voor de rechten van onze landgenoten) gelanceerd, een ‘humanitair project’ om Russen in het buitenland te vrijwaren van russofobie. Volgens Sergej Stepasjin, de voorzitter van de Russische Vereniging voor Juristen die het project uitdacht, worden Russen in het buitenland geconfronteerd met ‘apartheid’. Via Za prava sootetsjestvennikov kunnen Russen die zich russofoob bejegend voelen gratis juridische en zelfs psychologische bijstand krijgen. Ook de Russische ambassade in België raadt landgenoten aan in geval van discriminatie contact op te nemen.

Aanvankelijk verspreidt het project vooral praktische tips over hoe Russen die gestrand zijn in het buitenland hun visa, ziekteverzekeringen en bankrekeningen in orde kunnen brengen. Maar al gauw evolueert het ‘humanitair project’ tot een soort echokamer met moeilijk te controleren getuigenissen van Russen die vertellen over hoe ze ontslagen zijn vanwege hun nationaliteit, of hoe ze uitgescholden of bedreigd worden. De organisatie geeft ook tips van psychologen. Ouders wier kinderen gepest worden om hun Russisch-zijn krijgen de tip om ‘een vriendelijk en positief gesprek’ aan te knopen met eventuele pestkoppen. Ook berichten over hoe Russische artiesten of schrijvers in westerse landen gecanceld worden, worden maar wat graag verspreid.

Daarnaast krijgen Russen de hint om zichzelf af te schermen van het oorlogsgeweld. Onder de noemer ‘Hoe bescherm je jezelf tegen negatieve informatie’ krijgen Russen tips over hoe ze zichzelf kunnen leren niet met de ‘speciale operatie in Oekraïne’ bezig te zijn. Volgens de psychologe Marina Pozina, die publiceert op de website, lopen mensen die ‘in conflict komen met een subjectief wereldbeeld’ het risico om ‘gebombardeerd te worden door negatieve informatie’ die ertoe leidt dat mensen zich gedragen ‘alsof ze in een sekte zijn terechtgekomen’. Russen krijgen de tip om klassieke literatuur te lezen en zich zo af te sluiten van de informatiestroom. De psychologische adviezen die via het Telegramkanaal van Za prava sootetsjestvennikov verspreid worden, zijn vaak niet gespeend van een meer dan therapeutische dosis patriottisme. Russen worden aangespoord om ‘hun liefde voor het vaderland’ te belijden en ‘het lot van de staat altijd op de eerste plaats’ te zetten. ‘Stel u zelf eerlijk de vraag wat u bereid bent dagelijks te doen voor het welzijn en de welvaart van uw vaderland’, luidt een ander psychologisch advies.

Apathie als bondgenoot

Het is in oorlogstijden sowieso moeilijk na te gaan in welke mate het russofobie- narratief ingang vindt. Toen het Levada-centrum in maart peilde naar waarom zo veel Europese landen Oekraïne steunden, gaf 27 procent van de respondenten aan dat Europa altijd al tegen Rusland is geweest. Enkel ‘ze worden gedwongen door de NAVO’ en ‘ze worden misleid door de westerse media’ waren populairder als antwoord. Dat het idee dat de hele westerse wereld Rusland haat bij een groot deel van de bevolking weerklank vindt, mag niet verbazen. ‘Het is een verhaal dat Russen maar al te goed herkennen’, vertelt Skorobogatov. ‘Het grootste deel van de Russen is opgegroeid in een wereld waarin ze voortdurend te horen kregen dat het Westen erop uit was hen te vernietigen. Voor Russen is het bijna vanzelfsprekend dat ze leven in een wereld waarin een existentiële vijand hen naar het leven staat. Die paranoia wordt constant gevoed. Ik herinner me dat ik als kind ooit in de tuin van mijn tante aan het spelen was toen de nucleaire sirene werd getest. Ik was nauwelijks vijf jaar oud, en toch dacht ik al dat het Westen een nucleaire oorlog was begonnen.’

Meer dan de Russische bevolking aan te vuren lijkt het russofobie-narratief er vooral op gericht apathie aan te moedigen. Ook binnen de Russische bevolking groeit stilaan de indruk dat de ‘speciale militaire operatie’ wel erg lang duurt, en verdacht veel op een oorlog begint te lijken. In die omstandigheden is apathie de best mogelijke bondgenoot. Want wat heeft het voor zin om in actie te komen tegen het regime als de hele westerse wereld tegen je is? Kun je iets anders doen dan het regime steunen wanneer het voortbestaan van de Russische cultuur zelf in gevaar is? Waarheen kun je vluchten als je wegens je Russisch-zijn overal gediscrimineerd wordt?

‘Dat is de trieste realiteit van vandaag’, zucht Skorobogatov. ‘Het regime gaat niet weg, je kunt als liberaalgezinde Rus eigenlijk alleen maar vluchten. Onze beste mensen zullen het land verlaten, en wie niet weg kan, blijft gedesillusioneerd achter. Soms denk ik dat er nooit iets zal veranderen.’

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content