SALOMON MAIMON leefde van 1754 tot 1800, werd in het toenmalige Polen geboren en stierf in Duitsland. Hij was de derde joodse schrijver (Spinoza, een eeuw vroeger, was de eerste) die met “moderne” filozofie bezig was, met name Immanuel Kant zag in hem “de enige die de Kritik der reinen Vernunft verstond”. Maar ondertussen woonde hij in Berlijn.

Naast filozofische werken schreef Salomon Maimon (hij had zich zo genoemd naar de middeleeuwse joodse filozoof Mozes Maimonides) ook een autobiografie. Die werd nu vertaald (door W. Hansen) en in het Nederlands uitgebracht als “Mijn levensverhaal”. Dat begint, zoals het hoort, met de verdeling van de Poolse maatschappij in klassen : “De inwoners van Polen kunnen gevoeglijk in zes klassen of standen worden ingedeeld : hoge adel, lage adel, halfadel, burgers, boeren en joden. ” En het eindigt, door de goede zorgen van de vertaler die er een nawoord bijschreef, op een uiterst deprimerende manier : “Hij wijdde zich nog steeds aan de wetenschappen, maar zijn kontakten beperkten zich tot die met zijn weldoener en wat mensen uit het dorp. Voor zijn intellektuele onderwerpen had hij daar geen gespreksgenoten. Plezier in het leven had hij niet meer hij had alleen nog de brandewijn. Misschien is de dood niet ongewenst gekomen. “

RAMPEN.

Maar tussen die twee momenten is er heel wat gebeurd. Een leven vol tegenslagen, maar ook een tocht vanuit het achterlijke dorp naar de schittering van Berlijn, zwerven door Duitsland en de Lage Landen, geweigerd worden, slapen in schuren. En ook in Berlijn, als hij er eindelijk aankomt, willen ze niet van een arme jood weten. De zwerftocht, die op zichzelf het verhalen waard zou zijn (en, zoals hier, het lezen waard is) ware het niet dat er zoveel van die levensverhalen bestaan , krijgt bij Maimon de nodige fascinerende extra-dimensie doordat het ook, en soms vooral, een intellektuele zwerftocht is van de Kaballa naar Kant en helemaal terug naar Maimonides. Dat maakt zijn “Levensverhaal” tot een onwaarschijnlijk boeiend boek, een waar filozofisch labyrint voor de lezer die er gegarandeerd met stellingen en uitspraken gekonfronteerd wordt die hij niet kent en die het leven in de achttiende eeuw interessanter maakten. Bovendien heeft de vertaler de meest teoretische hoofdstukken over de joodse religie, geheimen, en de geschriften van Maimonides , essays waar Maimon zelf niet in voorkomt, uit het verhaal gelicht en ze in een appendix achteraan bijeengezet. Zodat het één het ander niet meer in de weg loopt, wat in onze twintigste eeuw inderdaad een bezwaar had kunnen zijn.

Sus van Elzen

Salomon Maimon, “Mijn levensverhaal”, Atlas, Amsterdam, 288 blz., 995 fr.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content