De Kamer van Volksvertegenwoordigers gaf vorige donderdag de eigen onmacht toe. Ze capituleert voor de regering en voor Europa.

NADAT DE KAMER van Volksvertegenwoordigers vorige week donderdag instemde met de gevraagde kaderwetten, berust de feitelijke macht in het land gedurende het komende jaar bij een drietal regeringsleden : premier Jean-Luc Dehaene (CVP) en de vice-premiers en ministers van Begroting en Financiën Herman Van Rompuy (CVP) en Philippe Maystadt (PSC). Die drie controleren als het ware de komende begrotingsoperaties en zodoende ook het snoeiwerk in de sociale zekerheid. Van socialistische zijde kunnen de vice-premiers Johan Vande Lanotte (SP) en Elio Di Rupo (PS) alleen toezien en hopen dat het allemaal goed afloopt.

De regering voelde zich bijzonder zelfverzekerd toen ze de Kamer haar vraag om kaderwetten voorlegde. Vorige week donderdag, een vijftal dagen voor de stemming, sprak Herman van Rompuy in het BRTN-programma Ter Zake alsof de zaak al lang was beklonken. Hij deed ook geen enkele moeite om de ondervrager tegen te spreken, toen die het voortdurend had over volmachten. Want wat de regering kreeg, zijn niets anders dan volmachten die haar het recht geven ?wetten te wijzigen?, als ze dat nodig acht.

De tijdnood die de regering nu inroept om haar vraag om kaderwetten/volmachten te wettigen, is slechts een excuus. De meerderheid handelde in deze met voorbedachte rade. Want begin dit jaar al werd de volmachtenaffaire intern besproken. De overwegingen daarbij hadden weinig van doen met de tijdsdruk, maar alles met de samenhang van de ploeg en de omvang van de opgave.

Eigenlijk wisten ze bij christen-democraten en socialisten meteen na de verkiezingen in mei ’95 dat ze voor een bijzonder lastige opdracht stonden. De fundamentals die voor de verkiezingen nog zo gezond leken en die mee de beslissing om vervroegd naar de kiezer te trekken beïnvloedden, waren namelijk omgeslagen. Vooral de groeivooruitzichten oogden ineens desastreus.

Na de verkiezingen en bij de opmaak van de begroting ’96 bleef de regering volhouden dat ze de zaak onder controle had en probleemloos de Europese Muntunie (EMU) zou binnenzeilen. En dat terwijl ondertussen kabinetsadviseurs almaar bedenkelijker vooruitzichten uittekenden. Herman Van Rompuy begon als eerste te denken over de noodzaak van volmachten. Gaandeweg wist hij premier Dehaene, zijn eigen partij en de rest van de regering te overtuigen. Het overleg over het Toekomstcontract betekende slechts een uitstel van executie en gold tegelijk als een oefening om aan te tonen dat die volmachten noodzakelijk waren.

HINDERPALEN.

?1996 is het scharnierjaar van deze legislatuur,? sprak Dehaene voor de Kamer. ?Het is het jaar waarin de basis moet worden gelegd voor de verwezenlijking van de drie prioritaire doelstellingen : de drastische vermindering van de werkloosheid, de deelname van meet af aan de Muntunie en de modernisering van de sociale zekerheid. Het antwoord op deze uitdagingen vereist een meerjarenvisie, een coherente benadering en een doeltreffend beslissingsproces.? Met andere woorden : de Kamer en als het nog een beetje tegenvalt, ook nog de Senaat vormt een hinderpaal op de weg naar een doortastend beleid.

De komende weken zal de regering, zoals de premier uiteenzette, ?op alle domeinen van de openbare financiën de nodige maatregelen treffen ( inclusief wetswijzigingen) teneinde een overheidstekort van drie procent van het bruto binnenlands product (BBP) tot stand te brengen en het financieel evenwicht van de sociale zekerheid te waarborgen.?

De grootste hakbijloperatie de regering hanteert liever het woord modernisering in de geschiedenis van de sociale zekerheid zal dus niet door het parlement worden begeleid. In een gesprek met De Morgen poogde vice-premier Vande Lanotte dit verwijt te ontkrachten met de bewering : ?De sociale zekerheid is bijna nooit behandeld in het parlement, met uitzondering van de pensioenen. De besluitwet van Achille Van Acker van na de oorlog is nooit het parlement gepasseerd.?

Of ze daarover in syndicale kringen ook zo ruim denken, zal moeten blijken als de regering, zoals ze beoogt, voortaan ?bij de modernisering rekening wil houden met de financiële draagkracht van personen en gezinnen.?

De Kamer van Volksvertegenwoordigers werd uiteraard nooit bij het Europese eenmakingsproces betrokken. Over Maastricht en de normen die daar werden opgelegd, volgde nooit een grondig debat. Op last van de traditionele partijen werd het grote Europese principe aanvaard en daarmee uit. Met het inwilligen van de kaderwetten geeft de Kamer nu voor altijd de controle op de economische en sociale hefbomen uit handen. Want de regering wil niet alleen de kaderwetten om de modernisering van de sociale zekerheid en de begroting van 1997 tot stand te brengen. De meerderheid wil nadien ook de nodige maatregelen kunnen treffen om die operaties op het goede spoor te houden. Tot begin 1998 ! Want dan wordt bepaald welke lidstaten van de Europese Unie in aanmerking komen voor toetreding tot de Europese Monetaire Unie. ?De begrotingsresultaten van eind 1997 zullen hierbij beslissend zijn,? legde premier Dehaene uit en hij gaat ervan uit dat België in het koppeloton wordt opgenomen. Tot dan wil de regering van de kaderwetten gebruik kunnen maken. Eens ons land verankerd in de muntunie, heeft het parlement geen enkele invloed of controle meer op ’s lands begroting, noch op de kwestie hoe sociaal de sociale zekerheid mag blijven. Die beslissingen worden van dan af aan niet langer in de Brusselse Wetstraat maar in Bonn en Parijs genomen. Op maandag 14 mei ’96 heeft het Belgische parlement definitief gecapituleerd.

R.V.C.

Jean-Luc Dehaene in de Kamer : inclusief wetswijzigingen.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content