Factcheck: ‘Minstens één hoogbegaafde leerling per klas’ blijkt overschatting

© Getty
Karin Eeckhout
Karin Eeckhout Journalist en factchecker bij Knack

Deze factcheck is uitgevoerd op basis van de beschikbare informatie op de datum van publicatie. Lees hier meer over hoe we werken.

‘In elke klas zit minstens één hoogbegaafd kind’, lezen we in verschillende nieuwsmedia. Dat blijkt een overschatting: volgens specialisten heeft ongeveer 2,5 procent van de bevolking een IQ van minstens 130, wat beschouwd wordt als de grens voor hoogbegaafdheid.

Op de website sociaal.net verscheen op 22 september een artikel met als titel ‘Hoogbegaafde kinderen en jongeren: er gaat veel talent verloren’. 

‘In elke klas zit minstens één kind dat hoogbegaafd is’, wordt in de inleiding gesteld. Dat blijkt een uitspraak van professor Tessa Kieboom (Universiteit Hasselt), die bestuurder is bij het expertisecentrum over hoogbegaafdheid Exentra. In een filmpje van Universiteit Vlaanderen over hoogbegaafdheid haalt Kieboom hetzelfde cijfer aan, en ook in een interview met De Morgen (achter betaalmuur), verschenen op 12 november, zegt Kieboom dat er gemiddeld in elke klas één kind zit met hoogbegaafdheid.

Een lezer mailt daarop de de Knack-redactie met de vraag of het wel klopt dat er in elke klas minstens één hoogbegaafde zit. We nemen contact op met Tessa Kieboom met de vraag hoe ze tot die conclusie kwam. 

‘Vanaf een IQ van 130 spreken we van hoogbegaafdheid’, legt Kieboom uit aan de telefoon. ‘We weten dat 2,3 procent van de bevolking bij een intelligentietest minstens 130 haalt, maar dat percentage is waarschijnlijk een onderschatting. Ik vermoed dat minstens 1 op de 25 à 30 leerlingen hoogbegaafd is, dus één per klas. Er gebeuren namelijk een aantal meetfouten bij  de IQ-testen. Die beginnen meestal met makkelijke vragen waarna de moeilijkheidsgraad geleidelijk wordt opgevoerd. Dat maakt dat sommige hoogbegaafde kinderen geneigd zijn om de test ter discussie te stellen, en geen moeite meer doen om de “stomme” vragen te beantwoorden, of in ieder geval minder vertellen dan wat ze weten.’

Overschatting

We steken ook ons licht op bij Jeroen Lavrijsen. Lavrijsen is doctor in de pedagogische wetenschappen (KU Leuven) en werkt als postdoctoraal onderzoeker bij het Expertisecentrum Talent, dat tot doel heeft om aangepast onderwijs en begeleiding te voorzien voor kinderen en jongeren met sterke cognitieve vaardigheden.

‘Hoogbegaafdheid wordt doorgaans gedefinieerd als het beschikken over een IQ boven de 130. Dit komt overeen met de 2,5 procent cognitief sterkste personen in een leeftijdsgroep’, legt Lavrijsen uit.

‘Er circuleren nog andere definities van hoogbegaafdheid, en de IQ-grens op 130 is enigszins arbitrair want er is geen kwalitatief verschil tussen een IQ van 129 en een van 130.  Toch blijft die definitie van hoogbegaafdheid de meest courante en naar mijn mening ook de meest heldere voor onderzoek en rapportering. Dit is wat je kunt meten met een IQ-test, en IQ-testen hebben net als alle testen een foutenmarge, maar zijn binnen de psychologie wel de meest betrouwbare testen.’

Extra uitdaging

Eén hoogbegaafde leerling per klas is dan ook een overschatting, zegt Lavrijsen. ‘Er zitten geen 40 kinderen in een klas, en al zeker niet in de basisschool waar de norm eerder 20 à 25 is. Het is wel een terechte vraag om leerkrachten te sensibiliseren om alert te zijn voor de noden van hoogbegaafde kinderen. Bovendien hebben niet enkel hoogbegaafde kinderen extra uitdaging nodig. Iedere leerling met sterke cognitieve vaardigheden, dat wil zeggen met een IQ van 120 of meer, loopt het risico op school te weinig uitgedaagd te worden.’ 

Marlies Tierens, doctor in de medische wetenschappen, klinisch psycholoog en lector-onderzoeker aan Thomas More, deelt de analyse van Lavrijsen dat één hoogbegaafde leerling per klas een overschatting is. Maar ook zij pleit ervoor om extra aandacht te besteden en uitdaging aan te bieden aan alle leerlingen die cognitief sterk zijn. ‘Dan hebben we het over ongeveer 10 procent van de leerlingen, wat dus betekent dat ongeveer twee cognitief begaafde kinderen per klas aangepast onderwijs nodig hebben.’

Conclusie

‘In elke klas zit minstens één hoogbegaafd kind’, lezen we in verschillende nieuwsmedia. Dat blijkt een overschatting: volgens specialisten heeft ongeveer 2,5 procent van de bevolking een IQ van minstens 130, wat beschouwd wordt als de grens voor hoogbegaafdheid. We beoordelen de claim dat er in elke klas minstens één hoogbegaafd kind zit daarom als eerder onwaar

Bronnen

In het artikel vindt u links naar alle gebruikte bronnen.

Bovendien werden voor deze factcheck de volgende mensen gecontacteerd:

-Telefoongesprek en mailverkeer met Tessa Kieboom tussen 10 oktober en 23 november 2022

-Telefoongesprek en mailverkeer met Jeroen Lavrijsen tussen 22 en 25 november 2022 

– Telefoongesprek en mailverkeer met Marlies Tierens tussen 24 en 28 november 2022

Alle bronnen werden laatst geraadpleegd op 28 november 2022.

Partner Content