Wij geven vooral om onszelf
donderdag 22 december 2011 om 14u00
Liefdadigheidsacties zijn uitgegroeid tot evenementen, waarbij mensen betalen voor wat amusement.
De liefdadigheidsactie Music for Life van Studio Brussel is aan zijn laatste rondje bezig. Wat vijf jaar geleden, bij de eerste editie, een echte hype was, is geëvolueerd tot iets wat voor de programmamakers blijkbaar te veel routine was geworden. Het was alleen een kwestie van elk jaar een ander thema te kiezen, en vervolgens kon de mallemolen weer een week lang draaien.
Het succes van de actie steunt grotendeels op de aanpak. Vlak voor de kerstperiode, wanneer samen met de griep ook de geefkoorts makkelijker dan anders kan worden aangewakkerd. Een glazen huis dat het centrum inneemt van steden, waardoor het een verzamelpunt wordt. En vooral, de kans op wat aandacht op de radio (en dit jaar ook de televisie, via een aangepaste versie van De Laatste Show).
Daarmee appeleert het concept aan wat cruciaal is om mensen tot geven te bewegen: de mogelijkheid om aan anderen te laten zien of horen dat je solidair bent geweest. De reden waarom organisaties als het Rode Kruis of WWF goed herkenbare gadgets aan hun acties koppelen, is dat mensen zo kunnen afficheren dat ze mee hebben gedaan, dat ze goed zijn geweest.
Biologen hebben zich lang het hoofd gebroken over de wortels van liefdadigheid, omdat het niet paste in de klassieke verklaringsmodellen voor sociaal gedrag. Er zijn meestal geen genetische factoren in het spel (zoals met familiebanden wel het geval is), en de optie van wederkerigheid die de basis vormt van onze sociale zekerheid gaat hier niet op: de kans dat een kleine in Afrika die minder last heeft van diarree of malaria omdat wij wat geld gegeven hebben, later op zijn beurt iets voor ons zal doen, is zo goed als nul.
Voor Charles Darwin was het, in al zijn genialiteit, destijds al zo klaar als een klontje. In The Descent of Man, het boek waarin hij zijn evolutietheorie consequent op de mensheid toepast, stelt hij onomwonden dat liefdadigheid toelaat iemand te beoordelen op zijn kwaliteiten, want hij stelt zich bloot aan de ‘praise or blame’ (lof of verwijten) van zijn omgeving. Darwin zag het als een manier om je goede eigenschappen te etaleren. Een variant van de waaierstaart waarmee een mannetjespauw staat te pronken.
Goed zijn voor de anderen is geen voor de hand liggend menselijk gegeven, hoe graag de kerk en andere goedheidpromotende instanties het ook anders zouden willen. Cijfers wijzen uit dat slechts 5 procent van de mensen systematisch behulpzaam is, liefst 35 procent is het nooit, en de resterende 60 procent af en toe, afhankelijk van hun humeur of van de omstandigheden.
Ons land blinkt daarenboven zelfs op wereldschaal niet uit in behulpzaamheid. De net gepubliceerde tweede World Giving Index van de ngo Charities Aid Foundation klasseert België op een schamele 54ste plaats van 153 onderzochte landen inzake het geven van geld voor een goed doel en de inzet voor vrijwilligerswerk. Een aanpak die door zijn focus op geld de ontwikkelingslanden uitsluit van een goede klassering, hoewel daar op lokaal vlak, en dikwijls noodgedwongen, een sterke op de bevolking steunende sociale vangnetstructuur kan bestaan.
De top-5 van de index bestond uit de Verenigde Staten, Ierland, Australië, Nieuw-Zeeland en Groot-Brittanië: landen met een grote traditie inzake liefdadigheid, onder meer omdat hun overheid minder investeert in aandacht voor de zwaksten van de samenleving. De lage score van ons land wordt door kenners toegeschreven aan het feit dat Belgen vinden dat er al genoeg van hun belastinggeld naar ontwikkelingshulp en sociale zekerheid gaat.
De index illustreert ook dat het vooral oudere mensen zijn die goed scoren inzake liefdadigheid, omdat ze meer tijd hebben voor vrijwilligerswerk. Solidariteit als bezigheidstherapie. Waarmee we inzake het succes van Music for Life en vergelijkbare acties bij de kern van de zaak komen: voor de meeste deelnemers betreft het eerder een evenement dan een kans tot solidariteit. Ze zetten zich in of betalen (meestal een klein beetje) om zich eens te amuseren, al dan niet in een context van een activiteit die ze organiseren. Ze begeven zich tussen het dure kerstgewinkel door eens naar het plein met het glazen huis om er wat mee te genieten van de aandacht, en in de hoop een glimp op te vangen van een van de vele bv’s die in hun aanwezigheidspolitiek een uitgelezen manier zien om hun goede kant te laten opmerken.
We moeten daar eerlijk in durven zijn: in feite betreft het hier vooral betaald amusement en minder het toegeven aan een onweerstaanbare drang tot goed zijn. Net zoals natuurbescherming steeds meer een kwestie wordt van het commercieel interessant maken van bedreigde dieren en planten dan van puur engagement. Alles vereconomiseert in onze moderne maatschappij.
Op zichzelf is dat natuurlijk niet per definitie slecht, en het geld dat de actie opbrengt zal ongetwijfeld goed besteed worden, door mensen die van ontwikkelingshulp hun job hebben gemaakt. Maar het blijft een vaststaand feit dat volgens solide wetenschappelijke studies gemiddeld slechts 12 procent van de mensen ‘inherent goed’ en geëngageerd is. De rest is vooral met zichzelf bezig, zelfs in de context van liefdadigheid.
Dirk Draulans
Reacties
@J.B.Van Dalfsen: Daar hebt U gelijk in, ik ben er absoluut geen voorstander van om ontwikkelingshulp dan maar stop te zetten,integendeel. Wat ik wou zeggen is dat het altruisme van sommige mensen voor een stuk escapisme is, vermengd met een dosis oprecht idealisme. Degenen die in de positie zijn, zullen het natuurlijk als een persoonlijke aanval opvatten als iemand hun idealisme in vraag stelt, want daarmee komt ook hun espacisme in het gedrang. Net daarom zijn zulke mensen vragende partij om te mogen werken voor een NGO die hun geeft wat ze willen: lieve zwartjes, een andere wereld, een andere cultuur, en vele problemen die zij zelf denken te kunnen oplossen, zodat ze hun idealisme vorm kunnen geven. Ik heb dus een korte tijd voor zo'n NGO gewerkt, en ik zag hoe zowel de (betalende) vrijwilligers als de Nederlandse raad van beheer de ogen sloten voor misbruiken en zich volledig lieten inpakken door hun o zo lieve zwartjes. Die laatste wisten perfect wat ze moesten zeggen om binnen het illusoir wereldje van de C.G. initiatiefnemers en vrijwilligers te passen, en ook hoe ze de plaatselijke bevolking moest manipuleren, voorliegen en tegen elkaar moest opzetten om projecten in het honderd te doen lopen. Daarna was het geld zogezegd op, of er was meer nodig. Wie het spel niet meespeelde werd genadeloos aangepakt. Twee tegen elkaar liggende dorpen (K.Y en T.K.) werden opzettelijk tegen elkaar opgezet om het schooltje dat ertussenin lag te doen mislukken, zodat men het geld op zak kon steken. Dat alles onder het toeziende oog van een nederlandse raad van beheer en vele vrijwilligers. Waarom? Omdat die laatsten vragende partij waren voor het bevestigen van hun illusies en hun escapisme, en dat wist de staf van C.G. drommels goed. Er is spijtig genoeg niet enkel C.G., maar er zijn heel wat NGO's die zo werken, en die wat mij betreft stevig aangepakt mogen worden. Om een meer directe link te leggen naar wat D.D. zegt: soms zijn altruisme en egoisme (betalen om bedot te worden) sterk met elkaar verbonden.
Ontwikkelingshulp is in de meeste gevallen hard nodig. Ook als het geld niet altijd en overal goed terechtkomt is dat geen goede reden dan maar helemaal met ontwikkelingshulp te stoppen en mensen in nood te laten stikken.
Er wordt wel eens vergeten dat veel ontwikkelingshulp in feite escapisme is. Mensen willen naar een andere wereld gaan, met andere gebruiken, en zelfs anders uitziende mensen. Er zijn NGO's die van deze mengeling van vrijwilligerswerk en escapisme dankbaar gebruik maken. Ikzelf heb bij zo'n NGO gewerkt in Tamale, noord ghana (het was niét norghavo, de naam is afgekort C.G). Al gauw kwam ik erop uit dat aan die jonge vrijwilligsters -en ook mezelf- een rad voor ogen gedraaid werd: de boekhouding werd systematisch vervalst, er werden achter mijn rug afspraken gemaakt, er werd gefraudeerd, en de vaste staf had een vedacht hoge levensstandaard. Bovendien waren er ook mensen die bang hadden om me iets te zeggen, omdat ze vreesden voor hun job. Die dingen mocht ik echter niet zeggen tegen de vele vrijwilligsters, want dan werden ze nog kwaad op me ook: ik verstoorde namelijk hun illusies. De plaatselijke medewerkers van de projecten van C.G. wisten echter perfect hoe ze het sympathieke en o zo lieve zwartje moesten uithangen. Tot ik hun op een dag confronteerde met hun bedrog, toen vlogen ze elkaar bijna aan, en toen bleken er ook allerlei vetes te bestaan rond die projecten. Conclusie: eigenlijk zijn er NGO's die goed begrepen hebben dat de vrijwilligers eigenlijk iets van hun moeten hebben ipv omgekeerd. C.G. en de gebroeders A. waren geinteresseerd in blanke meisjes en geld, en niet in lotsverbetering van de plaatselijke bevolking. Bij deze wil ik dus steunpunt vrijwilligerswerk oproepen om daar eens werk van te maken.
P.S: Enkel mensen die hun vrijheid en hun persoonlijkheid hebben opgegeven zeggen dat deze niet bestaan. Het lijkt mij het ergste wat er is, zonder persoonlijkheid of zonder vrijheid door het leven te gaan, als een machine.
Peeters Jos Het is nogal gemakkelijk om alle slechtheid van sommigen te schuiven op de biologie. Zo zijn we nu eenmaal is geen goed argument in mijn ogen. Iedereen kan een keuze maken en besluiten wel of niet slecht te zijn.Velen willen die keuze niet maken en doen alsof ze de keuze niet hoeven te maken.
Reageer
Opgelet: Het is niet mogelijk om anoniem te reageren. Uw loginnaam zal bovenaan uw reactie verschijnen.
Om een reactie te plaatsen, dien je geregistreerd te zijn:









