'Naar de kl...'
woensdag 05 oktober 2011 om 05u48
Geef mij de Hollandse grofheid maar.
‘The Dutch are a very rude sort of people’, oordeelde Baron von Münchhausen. Rudolph Erich Raspe liet hem dat zeggen in zijn meesterwerk The Travels and Surprising Adventures of Baron Munchausen (1785). Godfried Bomans vertaalde die zin heel mooi met: ‘Een grof volkje, die Hollanders!’ (Kruseman, ’sGravenhage, 1967; verlucht met etsen van Gustave Doré).
Je leest of hoort dat vaak, dat Hollanders onbehouwen zijn, grofgebekt, luidruchtig, brutaal. Ook Vlaamse kerktorenjournalisten schrijven graag over de ruwe zeden in Nederland. Dat is een fenomeen van de laatste jaren menen zij, en het is allemaal begonnen met Theo van Gogh, Pim Fortuyn en nu Geert Wilders. Het moet hier niet dezelfde kant opgaan! Maar zij hebben geen recht van spreken.
Hetzelfde kan niet gezegd worden van de Baron, die had moeten ondervinden dat sommige van zijn avonturen op spottend ongeloof ontvangen werden in het zeevarende Holland. Zo was op een van zijn zeereizen zijn schip lekgeslagen: ‘Gelukkig was ik de eerste om het ongerief te ontdekken. Ik vond een gat van wel een paar voet in doorsnee en het stemt mij nu nog tot diepe voldoening, dat schip en bemanning hun behoud te danken hebben aan een schitterende gedachte, die mij plotseling te binnen schoot. Ik stopte het gat namelijk met mijn eigen gat en dit in een flits, zonder zelfs mijn broek uit te trekken. Zij, die menen dat dit met een dergelijk hol onmogelijk is, dienen te bedenken dat ik uit Hollandse ouders gesproten ben.’ (Bomans)
Iets later schreef ook Heine ongunstig over de Hollanders, vooral over de ruige klanken van hun taal. In de grensstreken had dat Hollands zelfs een kwalijke invloed op het Duits aldaar: ‘Je kunt in de spraak van de Düsseldorfers al een overgang bemerken naar het kikvorsgekwaak van de Hollandse moerasgronden. Om de dooie dood wil ik hier de merkwaardige schoonheden van de Hollandse taal niet ontkennen, alleen moet ik toegeven dat mijn oren er niet naar staan.’
En over inhoud gesproken: een recente grofheid die ook in Vlaamse kranten uitgebreid aan bod kwam, was de zin: ‘Doe eens normaal man!’
Maar deze zin valt nog mee, toch? Zeker als je hem vergelijkt met wat laatst een Vlaamse journalist op de radio wist te vertellen. Die man had geconstateerd dat de economie in de VS slecht draaide en, vond hij, dat moest je als volgt uitdrukken: ‘Dat land gaat naar de kl...’
Of Nederlandse journalisten iets dergelijks de huiskamer in mogen slingeren betwijfel ik. Natuurlijk, dit is puur Vlaamse taalonmacht, de noodgreep van een man die de uitdrukking ‘screwed up’ ergens gehoord zal hebben.
Nog een stuk onmachtiger was op Radio1 de grapjas Patrick De Witte:
‘Ronald Janssen staat te veel in de schijnwerpers. Lag het aan mij dan was het vonnis nu al klaar. Ronald Janssen zal eerst door een vakkundige grimeur een koeienkut op het gezicht geschminkt krijgen, en daarna worden losgelaten in een weide vol bronstige stieren.’
Geef mij de Hollandse grofheid maar, liever dan zo’n voorspelbaar vulgaire, humorloze brulaap.
Marc Vanfraechem
Reacties
@scherpschutter: Un chameau est un cheval dessiné par un comité. Misschien toepasselijk op het bereikte resultaat van de onderhandelaars. Quod erat demonstrandum.
en wat zo'n voorstadskind als PDW ook niet weet, is dat een "weide vol bronstige stieren" behalve in zijn brein nergens óoit heeft bestaan of zal bestaan. Als, àls een stier op een weide staat, dan staat hij daar alleen. Bloedvergieten is anders niet te vermijden. Die beesten vertonen opvallend weinig homofiele neigingen.
De grappigste uitspraak over het Nederlands, komt van een Duitser: “Een ezel lijkt op een paard dat in het Hollands is vertaald.” Die Duitser heette Georg Christoph Lichtenberg (1742-1799) en was vanaf 1770 tot aan zijn dood hoogleraar wiskunde en natuurwetenschappen aan de universiteit van Göttingen. Hij werd als schrijver beroemd dankzij zijn terloops gemaakte notities, over van alles en nog wat, die werden gebundeld tot zijn ‘Kladboeken’. Een keuze uit zijn kladboeken, vertaald door Adriaan Morriën en Henk Mulder vindt men in ‘Donderslagen op Muziek’, G.A. Van Oorschot , Amsterdam 1987. || Patrick de Witte, (pdw), is zo iemand die zijn eigen vulgariteiten aanziet voor geestigheden. De reden hiervoor, is doorgaans een gebrek aan inzicht in een bepaald verschijnsel (zoals in dit geval humor, spot, of ironie). De grijze eminentie J.A. Hofland, ‘de journalist van de eeuw’ heeft daar eens in een ander verband op gewezen. Hij had gelezen over een man die op de bon werd geslingerd voor en relatief klein vergrijp, rijden zonder rechts achterlicht, iets dergelijks. De man was boos en bleef de agent net zo lang uitschelden voor vuile fascist totdat deze er een bon bovenop deed. De man weigerde te betalen, er bestond immers zoiets als vrijheid van meningsuiting, en dus kwam de zaak voor. Ook in de rechtszaal weigerde hij zich bij de feiten en uitspraken neer te leggen, hetgeen resulteerde in een niet te stuiten vloed scheldwoorden aan het adres van de rechter. Het zou heel moeilijk worden, aldus Hofland, om zo iemand uit te leggen waarom hij in de fout gaat, hij begrijpt namelijk het essentiële begrip ‘vrijheid van meningsuiting’ niet. Als je (pdw) wijst op de vulgariteit van zijn uitspraken, zal hij zich verschuilen achter ironie of eenvoudigweg ‘humor’. Voor het bedrijven van het soort humor waarnaar (pdw) verwijst, is echter een mate van verfijning nodig die hij ten enenmale ontbeert. Het is heel moeilijk om zo iemand uit te leggen waarom zijn utspraken niet grappig maar ronduit beschamend zijn.
Reageer
Opgelet: Het is niet mogelijk om anoniem te reageren. Uw loginnaam zal bovenaan uw reactie verschijnen.
Om een reactie te plaatsen, dien je geregistreerd te zijn:







