Luc Baltussen
Opinie

07/12/11 om 09:22 - Bijgewerkt om 09:22

Wie meer betaalt, mag anoniem blijven

De eerste kennismaking met het begrotingsakkoord leert dat ook de grotere vermogens vriendelijk wordt verzocht een inspanning te leveren.

Traditioneel leggen we ons erbij neer, dat belastingen betalen in ons land iets is voor de middenklasse. De armen betalen geen belastingen omdat ze geen geld hebben. De rijken betalen geen belasting omdat ze hun geld zo goed kunnen verstoppen. Voorstellen om de grote vermogens voor hun burgerlijke verantwoordelijkheid te plaatsen, botsen steevast op realistische bezwaren. Natuurlijk zou het eerlijk en rechtvaardig zijn om mensen die zo veel geld hebben dat ze niet eens hoeven te werken, ook te laten betalen voor de diensten van de staat en de rechtsstaat. Alleen: zodra je dat doet, parkeren ze hun geld ergens anders en heb je toch niks.

Volgens fiscaal specialist Michel Maus, en ook volgens voorzitter Paul Huybrechts van de Vlaamse Federatie van Beleggersclubs, zitten er in het begrotingsakkoord elementen die zouden kunnen leiden naar het uitbouwen van een vermogenskadaster. In zekere zin hebben de onderhandelaars het ei van Columbus gevonden: ze laten de vermogens een beetje meebetalen, zonder hun anonimiteit aan te tasten. Immers, ieder beslist voor zichzelf of hij meteen bij zijn bank al 25 procent roerende voorheffing betaalt - die dan bevrijdend is en zijn anonimiteit tegenover de fiscus bewaart - of opteert voor de 21 procent en dan aangemeld wordt bij de Nationale Bank. Het is pas als de Nationale Bank merkt dat iemand méér dan 20.000 euro roerende inkomsten heeft, dat de fiscus wordt ingelicht. Die kan dan de extra 4 procent in rekening brengen.

Het gaat erom dat de Nationale Bank op deze manier wel een verzamelpunt wordt van informatie over hoeveel spaargeld mensen hebben. Vraag is nu, hoe erg dat is. We mogen niet vergeten dat de belangrijkste reden waarom rijke mensen altijd worden ontzien, is dat vermogens zo gemakkelijk te verhuizen zijn. Maar de laatste jaren zijn die mogelijkheden flink beperkt. Je kunt nog altijd naar exotische oorden, maar je hebt al veel geld nodig om daar voordeel uit te puren. Met andere woorden: de mogelijkheden van de overheid om ook grote vermogens te viseren, worden ruimer. Het botst alvast niet met ons rechtvaardigheidsgevoel als zij die mogelijkheden nu ook voorzichtig in praktijk brengt.

Of we daarom meteen aan een vermogenskadaster moeten denken, is nog een andere vraag. In maart zette Etienne de Callataÿ (Bank Degroof) in dit blad nog helder uiteen dat er veel meer tastbare mogelijkheden zitten in het up-to-date brengen van de onroerende voorheffing op het vastgoed. Vooral het feit dat die onroerende voorheffing steunt op theoretische huurinkomsten, die na 1975 niet meer zijn aangepast, speelt de eigenaars van mooie en goedgelegen panden veel méér in de kaart dan de eigenaars van doordeweekse rijhuisjes in minder bevoorrechte buurten. Waarom niet eerst dáár werk van maken?

Luc Baltussen

Onze partners