Zwart gat vermist in de ruimte

19/08/10 om 16:02 - Bijgewerkt om 16:02

De ontdekking van een zeldzame magnetar zet de theorie over het ontstaan van zwarte gaten op de helling.

Zwart gat vermist in de ruimte

© Reuters

Een magnetar is een soort neutronenster met een ongelooflijk sterk magnetisch veld - duizend biljoen keer zo sterk als dat van de Aarde. Het object ontstaat nadat een zware ster een supernova-explosie heeft ondergaan.

Opvallend is dat deze magnetar is voortgekomen uit een ster die zeker veertig keer zo zwaar was als onze Zon. Instortende sterren zoals deze moeten normaalgezien een zwart gat vormen. Het feit dat dit deze keer niet gebeurde, maar dat er een neutronenster ontstond, zet de algemeen aanvaarde theorie over zwarte gaten op de helling.

Tot nog toe werd verondersteld dat sterren met beginmassa's van 10 tot 25 Zonsmassa's neutronensterren vormen, en sterren van meer dan 25 Zonsmassa's zwarte gaten.

Kosmisch duo
Het mysterie van het vermiste zwarte gat kan evenwel verklaard worden doordat de ster 90 procent van haar massa kwijtraakte vooraleer ze explodeerde, anders zou zij een zwart gat vormen.

Dat massaverlies is mogelijk als de ster deel uitmaakte van een kosmisch duo. De astronomen gaan ervan uit dat de magnetar geworden ster bij zijn ontstaan gezelschap had van een andere ster. In de loop van hun evolutie zou de ontplofte ster enorme hoeveelheden materie aan die begeleider hebben overgedragen.

Dat er op dit moment geen ster in de buurt van de magnetar te vinden is, kan komen doordat de vermeende dubbelster door de supernova-explosie gescheiden is, waarna de magnetar en zijn begeleider met hoge snelheid uiteen zijn gegaan.

De nieuwe magnetar werd ontdekt in een uitzonderlijke sterrencluster, bekend als Westerlund 1, op een afstand van 16.000 lichtjaar in het zuidelijke sterrenbeeld Ara (Altaar), de meest nabije 'supersterrenhoop'. Hij bevat honderden zeer zware sterren, waarvan sommige bijna een miljoen keer zo veel licht produceren als onze Zon en bijna tweeduizend keer zo groot zijn.

De studie verscheen in het blad Astronomy and Astrophysics.

Lees meer over:

Onze partners