Vrije Tribune
Vrije Tribune
Knack.be geeft hier een forum aan columnisten en gastbloggers
Opinie

03/10/16 om 14:34 - Bijgewerkt om 14:27

Wetenschappers trekken aan alarmbel: 'Onze Vlaamse kennismaatschappij komt in het gedrang'

Onderzoekers hebben geen traditie om openlijk ten strijde te trekken, maar nu slaan ze een noodkreet. 'Is het maatschappelijk verantwoord om vernieuwingen van onze onderzoekers in de kiem te smoren en onze welvaart van morgen te hypothekeren?'

Wetenschappers trekken aan alarmbel: 'Onze Vlaamse kennismaatschappij komt in het gedrang'

© iStock

De gezamenlijke Vlaamse onderzoeksgemeenschap trekt aan de alarmbel: het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek (FWO) kampt met een structureel gebrek aan middelen om fundamenteel wetenschappelijk onderzoek te financieren. Onze Vlaamse kennismaatschappij komt hierdoor ernstig in het gedrang. Investeren in menselijk kapitaal en opbouw van kennis vormt nochtans de sleutel om grote maatschappelijke vraagstukken zoals duurzame energieconsumptie, klimaatverandering, vergrijzing,.. het hoofd te bieden. Als er niet dringend actie wordt ondernomen, dreigt Vlaanderen hopeloos achterop te geraken met een verschraling van ons kennispotentieel tot gevolg. De Vlaamse regering moet dringend kleur bekennen. Wil ze duurzaam omgaan met ons kennispotentieel - toch één van onze meest waardevolle grondstoffen - of niet?

Onderzoekers hebben geen traditie om openlijk ten strijde te trekken, maar de schrijnende situatie waar we nu in verzeild geraakt zijn, noopt ons tot deze noodkreet. Het pijnpunt is onder meer de slaagkansen voor onderzoeksprojecten en individuele onderzoeksmandaten bij het FWO. Deze instantie is de enige financieringsbron en zodoende de motor voor fundamenteel wetenschappelijk onderzoek in Vlaanderen, maar de slaagkansen voor onderzoeksprojecten en individuele onderzoeksbeurzen vertonen de laatste jaren een sterk dalende trend.

Voor onderzoeksprojecten wordt momenteel slechts 15% van het aangevraagde budget gefinancierd. Hiermee zijn we op een historisch dieptepunt terechtgekomen. Onderzoeksprojecten en -mandaten vormen nochtans cruciale hoekstenen voor de ondersteuning van het fundamenteel wetenschappelijk onderzoek. Hiermee worden excellente onderzoeksploegen ondersteund, zodat ze internationaal op topniveau kunnen meespelen in een brede waaier aan disciplines. Idealiter liggen slaagcijfers op 33%. Dit garandeert een voldoende strenge selectie, maar creëert anderzijds geen ontmoedigingseffect bij de aanvragers. Van dergelijke cijfers kunnen we alleen maar dromen: met de huidige 15% zakken we flink onder het beoogde streefcijfer. Omwille van het lage budget kan het FWO zelfs gehonoreerde onderzoeksprojecten doorgaans niet integraal financieren. Drastische budgetreducties op de begrote kosten in het merendeel van de projecten hypothekeren het beoogde onderzoek in verregaande mate. Zo moeten Vlaamse onderzoekers veelal werken met een budget dat de helft lager ligt dan dit van hun collega's in andere landen. In dit klimaat is het voor onze Vlaamse toponderzoekers momenteel niet meer aantrekkelijk om in Vlaanderen te blijven.

In 2015 was het aantal aangevraagde projecten verdubbeld tegenover 2005, terwijl de voorziene budgetten amper stegen in dezelfde periode. Het professorenkorps is niet noemenswaardig gestegen in het afgelopen decennium maar is wel bijzonder onderzoeksactief. Daardoor scoren onderzoekers in Vlaanderen zeer goed in allerlei rankings vergeleken met de internationale top. Verwacht wordt dat de druk op de onderzoeksmiddelen alleen nog maar zal toenemen als gevolg van een groeiend aantal opleidingen, kennisinstellingen en organisaties die aanspraak kunnen maken op financiële steun van het FWO. Het is goed dat de Vlaamse regering investeert in een groeipad voor professoren, maar zonder extra middelen kunnen deze nieuwe professoren hun onderzoek simpelweg niet uitvoeren.

Frustratie bij aanvragers én evaluatoren

De toestand is naderhand rampzalig geworden en werkt bijzonder demotiverend voor de aanvragers maar ook voor de beoordelaars. Het huidig systeem is een schoolvoorbeeld van slecht

tijdsmanagement. Aanvragers investeren ettelijke weken in het schrijven van projecten met weinig kans op financiering. De grote massa projectaanvragen wordt vervolgens minutieus gescreend door een leger van professoren en internationale experten. Ook zij komen na het vele werk tot de vaststelling dat zelfs projecten met topscores niet gefinancierd zullen worden, omdat er structureel te weinig budget voorhanden is. Frustratie alom bij de aanvragers én bij de evaluatoren. Zou het niet beter zijn indien de onderzoeker zijn tijd werkelijk zou kunnen besteden aan het voeren van het onderzoek zelf?

De Vlaamse regering heeft in haar regeerakkoord de ambitie geuit om tegen 2020 de Europese 3%-norm te halen voor Onderzoek en Ontwikkeling, waarvan een derde rechtstreeks bestaat uit publieke financiering, de zogenaamde 1% doelstelling. Een groeipad werd uitgetekend, maar het Rekenhof heeft begroot dat bovenop de voorziene extra O&O begrotingsmiddelen een bijkomende opstap van 389 miljoen euro nodig zal zijn om tegen 2020 de 1% norm te halen. Voorts is de Vlaamse regering zich bewust van de problematische lage slaagkansen en schrijft in één van haar beleidsnota's het probleem te remediëren. Er wordt echter geen enkele oplossing of mogelijke piste aangereikt om het probleem te verhelpen. De vrees dat we gaan blijven aanmodderen tot het definitief te laat is, is terecht!

Het belang van fundamenteel onderzoek kan onmogelijk overschat worden. Onze dagelijkse leefwereld is doorspekt met ontdekkingen gegroeid vanuit het wetenschappelijk onderzoek. Zo raakt het World Wide Web, eens geboren in de schoot van het fundamentele deeltjesonderzoek, ondertussen aan elk aspect van het dagelijkse leven. Vlaanderen heeft het potentieel om mee te spelen op het hoogste niveau. De cijfers spreken voor zich: ons onderzoek wordt meer en meer geciteerd, we halen prestigieuze Europese onderzoeksbeurzen binnen, ons niet-gericht kennisverleggend onderzoek resulteert in meer en meer octrooi-aanvragen, waarvan vele vermarkt worden. Beweren dat niet-gericht kennisverleggend onderzoek geen economische relevantie zou hebben, is pertinent fout. Is het maatschappelijk verantwoord om vernieuwingen van onze onderzoekers in de kiem te smoren en onze welvaart van morgen te hypothekeren?

Het vraagt enige moed om in tijden van besparingen extra inspanningen te doen in fundamenteel onderzoek. Maar alle statistieken spreken voor zich: landen en regio's die volop ingezet hebben op onderzoek en innovatie zelfs in tijden van crisis, bevinden zich nu in een veel betere positie voor economische groei.

De klok tikt en het is hoog tijd om de negatieve spiraal waar we al een aantal jaar in terecht gekomen zijn te doorbreken. De onderzoeksgemeenschap is al een tijdje terecht ongerust over deze onhoudbare situatie. Wij hopen dan ook dat onze noodkreet niet in dovemansoren terecht komt.

Onderzoekers voor een sterker FWO, vertegenwoordigd door: Annemie Bogaerts - UAntwerpen, Johan Hofkens - KULeuven, Alexander Sevrin - VUB, Marlies Van Bael - UHasselt en Veronique Van Speybroeck - UGent

Onze partners