Waarom zo veel mensen volgers zijn

27/03/13 om 10:13 - Bijgewerkt om 10:13

Een groep kan slimmer zijn dan de som van de kennis van de individuen die er deel van uitmaken.

Waarom zo veel mensen volgers zijn

© Science Photo Library

In 1907 maakte de Britse statisticus Francis Galton een bijna perfecte schatting van het gewicht van een os door het gemiddelde te nemen van de schattingen van 787 mensen. Het is maar één voorbeeld van het gegeven dat leven in een groep voordelig kan zijn, omdat de groep de gebrekkige kennis van de individuen die er deel van uitmaken, compenseert.

Dat kan invloed hebben op het gedrag van individuen, ook bij andere diersoorten. Van kleine karperachtigen is, volgens het tijdschrift Science, bekend dat ze eerder andere diertjes zullen volgen dan hun eigen spontane neiging om ergens naartoe te trekken. Zo zouden ze de kans verhogen dat ze een juiste beslissing nemen. Het zou ook kunnen verklaren waarom zo veel mensen volgers zijn, hoewel het nog altijd onduidelijk is in welke mate collectieve intelligentie - want zo heet de door een groep gegenereerde meerwaarde aan kennis in het wetenschappelijk jargon - een rol speelt in het succes van de mensheid.

Bijen toppers in collectieve intelligentie
De toppers in collectieve intelligentie zijn momenteel nog altijd de bijen. Een honingbij wordt over het algemeen als dom beschouwd, hoewel er heel wat solitaire bijensoorten zijn die het niet slecht doen. Maar de bijen in een korf functioneren als een perfect geoliede overlevingsmachine. Dat bijen in een korf dansjes uitvoeren om elkaar informatie te verschaffen over goede voedingsbronnen, is al lang bekend. Maar de dansjes blijven voor verrassingen zorgen. Het vakblad Current Biology rapporteerde dat een bij het dansje van een koloniegenoot bruusk kan onderbreken als ze een spin heeft gezien in de buurt van de plaats waar het andere diertje collega's meent naartoe te moeten sturen. Het gedragsrepertorium van een honingbijennest zou veel ruimer zijn dan dat van de meeste zoogdieren. De diertjes kunnen zelfs abstracte concepten herkennen. Maar hun geheugen is klein, omdat hun hersenen klein zijn. Ze zouden dus maximaal van de grote groep profiteren.

Er zijn aanwijzingen dat het hersenvolume van de mens recent wat verkleind is, mogelijk als gevolg van het feit dat door het leven in steeds grotere groepen, de groep steeds meer kennis van de individuen overneemt. Een nuttige ontwikkeling, omdat de hersenen energetisch een duur orgaan in onderhoud zijn. Recent toonden wetenschappers in Science aan dat mensen die met chronische hongersnood te kampen hebben, een deel van de geheugencapaciteit van hun hersenen verliezen. Het heeft geen zin extra slim te zijn als je daardoor minder lang in leven blijft. Je moet er dan wel op rekenen dat anderen zullen bijspringen om je uit je precaire situatie te verlossen. (DD)

Lees meer over:

Onze partners