Nederlanders maken killervirus uit vogelgriep

31/01/12 om 17:01 - Bijgewerkt om 17:01

Nederlandse wetenschappers hebben het vogelgriepvirus zo aangepast dat het besmettelijk wordt voor de mens zonder zijn dodelijke kracht te verliezen. Moedig en nuttig onderzoek? Of onverantwoord?

Nederlanders maken killervirus uit vogelgriep

© Science Photo Library

Een virus dat even besmettelijk is als de gewone griep, maar meer dan de helft van zijn slachtoffers doodt. Dat is het resultaat van het werk van Nederlandse virologen onder leiding van Ron Fouchier van het Erasmus Medisch Centrum aan de Universiteit van Rotterdam met het vogelgriepvirus. Vijf mutaties en een relatief eenvoudige besmettingsprocedure van fretten volstonden om het virus toe te laten via uitgehoeste druppeltjes andere dieren te besmetten. Omdat fretten op dezelfde manier op griepvirussen reageren als mensen is dat een verontrustend resultaat.

Als het virus, dat ook al in een Amerikaans laboratorium is gemaakt, hoewel misschien niet met dezelfde mutaties, uit een laboratorium zou ontsnappen, bijvoorbeeld via een besmette medewerker, zou de ramp niet te overzien zijn. Verontrustend is dat er aanwijzingen zijn dat in een niet nader genoemd, maar veel minder beveiligd laboratorium waarschijnlijk onbewust een virus is gemaakt dat minstens enkele van de betrokken mutaties draagt. Argeloze wetenschappers dreigen de wereld op te zadelen met een gigantisch probleem zonder dat ze het beseffen.

De Nederlanders verdedigen hun werk met de stelling dat er een wat gemoedelijk sfeertje was gegroeid dat het vogelgriepvirus nooit een gevaar voor de mensheid zou worden, en dat hun werk aantoont dat het tegendeel waar is. Ze houden vol dat hun onderzoek aanduidt waar er op moet worden gelet om te vermijden dat de natuur iets vergelijkbaars in elkaar knutselt, en dat het middelen aanreikt om in te grijpen mocht er effectief een dodelijke vorm van het vogelgriepvirus in de natuur ontstaat. We weten nu tenminste waar we aan toe zijn, en waar we op moeten letten.

Terroristen
Maar niet iedereen deelt die mening. De wereld lijkt in twee kampen op te splitsen: zij die de Nederlanders prijzen om hun doorzicht en hun moed, en zij die vinden dat dit werk nooit had uitgevoerd mogen zijn, en die eisen dat de gemuteerde virussen meteen vernietigd worden. De Nederlandse virologen hadden wel commotie verwacht, maar de storm waarin ze terechtkwamen hadden ze niet voorzien. Een Amerikaanse adviesraad voor bioveiligheid vond zelfs dat hun resultaten maar gedeeltelijk gepubliceerd mogen worden, om te vermijden dat bijvoorbeeld terroristen er misbruik van zouden maken.

Om de gemoederen wat te bedaren hebben alle betrokken partijen een moratorium van zestig dagen op verder onderzoek aangekondigd. In die tijd moet er een debat gevoerd worden over de wenselijkheid van dit soort onderzoek, en de manier waarop er mee moet worden omgegaan. Maar het is zeer de vraag of hierover een consensus mogelijk is, laat staan dat zestig dagen daarvoor volstaan. Wat de Nederlanders zullen doen als het moratorium afgelopen is zonder dat er een oplossing is gevonden, is onduidelijk.

Het is wel duidelijk dat de publieke opinie goed bang is gemaakt. Niet alleen omdat er geen enkele instantie blijkt te zijn die in staat is dit soort werk op voorhand onmogelijk te maken, maar ook omdat een gewoon griepvirus elk jaar tot een derde van de wereldbevolking kan beïnvloeden. Als dat met een dodende capaciteit van bijna 60 procent gepaard zou gaan, zal de ravage niet te overzien zijn. Onze op een sterke organisatie steunende maatschappij zou zo'n catastrofe niet aankunnen. Het zou betekenen dat we op zijn minst tijdelijk moeten terugplooien op de elementaire overleving uit vroegere tijden. (DDR)

Lees meer over:

Onze partners