Vrije Tribune
Vrije Tribune
Hier geven we een forum aan columnisten en gastbloggers
Opinie

24/11/17 om 15:58 - Bijgewerkt om 15:58

'Gaat de tijd kapot als we alle klokken vernielen?'

'Soms geven vragen die we willen wegwuiven, ons een nieuw inzicht', schrijft Walter Weyns. Hij buigt zich over de vraag: 'Kan tijd kapot?'

'Gaat de tijd kapot als we alle klokken vernielen?'

Salvador Dali. © Flickr

Het is een vreemde kindervraag. Maar soms geven vragen die we willen wegwuiven - 'allez denk nu toch eens na, tijd kan toch niet kapot!' - ons een nieuw inzicht.

Om die rare vraag te kunnen beantwoorden moeten we weten wat tijd is. Niet simpel. 'Een opeenvolging van momenten', zegt het woordenboek. Daarmee komen we niet veel verder. Opeenvolging of moment veronderstelt namelijk al tijd.

Wat zeggen natuurkundigen? Die komen met meetinstrumenten aandraven. Wat tijd juist is, wie zal het zeggen? Maar als iedereen dezelfde instrumenten gebruikt om het te meten, dan is dàt tijd. Tijd is wat we meten met een klok. Ah! Dus gaat tijd kapot als we alle klokken vernielen? Ja, maar zo snel gaat dat niet. Je kunt alle klokken, pendules, horloges of zandlopers wegtoveren, maar dan ben je nog niet veel verder. Eigenlijk is dat de situatie waarin onze verre voorouders leefden. Die hadden ook geen klok. Hadden ze dan geen tijd? Natuurlijk wel. Ze gebruikten natuurlijke klokken: de zon of de maan en tal van andere fenomenen om aan te geven hoelang iets duurt. Nu goed: laten we op ons elan doorgaan en àlles vernietigen. Er is niks meer, helemaal niks, geen zon, geen maan, geen aarde, geen heelal, geen mens. Niks. Behalve, misschien, tijd. Want tijd loopt toch altijd door, nee? Hoe zouden we anders kunnen zeggen: 'vòòr er iets was'. Tijd is blijkbaar zo abstract dat hij aan niets gebonden is; zelfs als er niks is, loopt de tijd verder, onhoorbaar tiktakkend in een onbestaand heelal.

Delen

Gaat de tijd kapot als we alle klokken vernielen?

Maar wacht even, hoe kan er nu iets zijn ('tijd') als er niets is? Dat kan toch ook niet. Hier belanden we in het drassige gebied waar filosofen graag plonzen, het gebied van de aporieën. Aporie betekent letterlijk 'een ondoorwaadbare plaats'. Er is iets voor te zeggen dat tijd ooit is begonnen. Maar als dat zo is, wat was er voor het begin? Blijkbaar was tijd er al voor het begin. Oké, maar als tijd er altijd al was, dan zou er oneindig veel tijd moeten zijn verlopen tot nu. Wat ook niet kan: oneindig tijd kan nooit verlopen zijn, dus tijd moet wel ooit begonnen zijn.

Kan tijd nu kapot of niet? We geraken er niet uit, niet met het woordenboek, niet met natuurkunde, niet met filosofie. Gelukkig zijn er sociologen. Zij zien tijd, net als geld en taal, als een middel om sociaal te handelen. De trein vertrekt om zeven, een winkel sluit om zes uur, we gaan een semester op Erasmus, nemen tien weken bevallingsverlof. Tijd is een wirwar van afspraken die helpen om handelingen op mekaar af te stemmen. Weten wat de tijd is, wil zeggen: weten wat ons te doen staat. Het woord agenda betekent letterlijk: dingen die gedaan moeten worden; kalender was oorspronkelijk een schuldenregister dat bepaalde wanneer je moest afbetalen, en klok was een bel die mensen opriep om iets te doen, en wel nu meteen (stormklok, brandklok, kloosterklok).

Kan tijd, zo bekeken, dan kapot? Jazeker. Als tijdsafspraken hun dwang verliezen, gaat tijd kapot. We kijken niet in onze agenda, zeggen foert tegen de deadline. Hoewel, als je eens een keertje een afspraak niet nakomt, is daarmee 'dé Tijd' met een grote T nog niet kapot, enkel, als je dat zo kunt zeggen, het 'tijdje', dus die ene kleine afspraak waar je je voeten aan vaagt, de date waar je niet naartoe bent gegaan.

Een kooi van tijd

Tijdsafspraken vormen een spinnenweb van draden, allemaal afspraken, die aan mekaar vasthangen en die samen een tijdsregime vormen. Een kooi van tijd, zo je wil, waar we allemaal inzitten. Daarbinnen is de ene afspraak al belangrijker dan de andere. Veel tijdsdraden zijn onbeduidend, andere dragen het geheel. Als ik een afspraak negeer, stort de tijd niet in. Hooguit is er een draadje geknapt. Maar dat we wereldwijd hebben afgesproken om de wereld in tijdszones op te delen - dat is bijvoorbeeld wel belangrijk. Daaraan kunnen we ons niet zomaar onttrekken.

De vraag is nu: kan een tijdsregime kapot? Ja. Maar gemakkelijk is het niet. Een tijdsregime kan maar worden vernietigd als er een ander voor in de plaats komt. Als je tijd wilt kapot slaan, gebruik dan geen hamer, galg of vergif. Het enige dat tijd kapot krijgt is ... tijd. Jamaar, zal je zeggen, dan blijf je toch altijd 'binnen' de tijd? Nee, niet echt. Als het ene tijdsregime het opneemt tegen het andere, is dat een strijd op leven en dood. Het ene tijdsregime of tijdsopvatting verwijt om zo te zeggen het andere dat het niet echt is. Een tijdsregime vervangen, kapot maken, is overigens niet simpel. De Franse revolutionairen kunnen ervan meespreken. Zij wilden het tijdsregime van het Ancien régime van de ene op de andere dag afbreken. Het lukte niet. Er kwam teveel tegenstand van mensen die letterlijk aan de ouwe tijd vasthielden.

Kleine conflicten over tijd zien we vaak: de invoering van een prikklok, winter- en zomertijd, het afschaffen van een feestdag, het opdoeken van de zondag als rustdag, de invoering van de 24 uur-economie... dat gaat allemaal gepaard met kleine conflicten over tijd. Maar echt grote tijdsregimewisselingen, waarbij de oude tijdsorde wordt verlaten zijn uiterst zeldzaam. Misschien kan je zelfs zeggen dat er maar drie grote tijdregimes zijn, of geweest zijn. Je kan ze onderscheiden volgens het belang dat wordt gehecht aan verleden, heden en toekomst.

Herhalen of vernieuwen

In de premoderne tijdsbeleving stond het verleden centraal. Als je aan een antieke Griek zou hebben gevraagd waar hij verleden en toekomst ruimtelijk situeerde, zou hij gezegd hebben: 'voor mij ligt het verleden, achter mij de toekomst'. De oude Grieken gingen dus achterwaarts de toekomst in. Bij al wat ze deden namen ze het verleden - de voorouderlijke geboden, gebruiken en gewoontes - tot richtsnoer. Handelen was voor hen: herhalen.

De modernen draaiden dat om; zij richtten zich op de toekomst. Hun handelen bestond uit ontwerpen, plannen maken, vernieuwen, en de avant-garde liep voorop. Het verleden lag achter hen, daar keken ze niet naar om. Handelen was hier niet herhalen maar 'vernieuwen', en geschiedenis maken was: vooruit gaan. Verleden, en ook het heden, werden opgeofferd aan de lonkende toekomst (de futuristen wilden de musea opdoeken).

De postmodernen, of hoe je ons wilt noemen, zijn bezig aan een nieuwe twist. Of er vooruitgang is, ach, wie zal het zeggen. We zijn bezig van de wereld te zien als een geheel van opties die zich gelijktijdig aandienen, en wel nu (onder de vorm van apps, zoekmachines, koopaanbiedingen). De tijd is - versmald tot nu-moment - een punttijd geworden. Zo beleven gamers de wereld, en al zijn we niet allemaal gamers, velen onder ons zijn schermpoliepen (een schermpoliep is iemand het scherm van z'n smartphone, tablet of computer onafgebroken in de gaten houdt en verkleefd is aan wat daar nu, instantanuous, ogenblikkelijk, opflikkert). Met iedere swipe of klik verschijnt een nieuw nu, nieuwe opties, nieuwe verleidingen of nieuwe prikkels - en in die nu-tijd verwijlen we, afgesneden van heden en toekomst.

Het heden staat centraal. The future is now.

Lees meer over:

Onze partners