DNA-onderzoek toont hoe Europeanen ontstonden, en hoe ze melk leerden drinken

11/06/15 om 03:06 - Bijgewerkt om 03:06

Uit nieuw genetisch onderzoek blijkt dat moderne Europeanen uit drie soorten genetisch materiaal zijn ontstaan. De laatste invloed, afkomstig uit het huidige Rusland, gaf Europeanen het vermogen om op volwassen leeftijd melk te drinken.

DNA-onderzoek toont hoe Europeanen ontstonden, en hoe ze melk leerden drinken

Skelet van vrouw, gevonden in Bulgarije. Haar resten zijn bijna 8.000 jaar oud © REUTERS

Dat zijn de conclusies van twee studies waarover het wetenschappelijk tijdschrift Nature bericht.

Het is al langer bekend, schrijft Nature, dat tijdens het bronzen tijdperk in Europa tumultueuze veranderingen plaatsvonden. Tussen 3.000 en 1.000 voor onze tijdrekening ontwikkelden Europeanen nieuwe technieken, nieuwe wapens, nieuwe begrafenisrituelen en begonnen ze te werken met door paarden voortgetrokken karren. Was die omwenteling een gevolg van nieuwe ideeën of van migratie?

Genetisch onderzoek, van enerzijds het Natuurkundemuseum in Kopenhagen en anderzijds Harvarduniversiteit in Boston, wijst eerder in de richting van migratie.

De onderzoekers uit Denemarken onderzochten DNA-materiaal van 101 stoffelijke resten, die gedateerd werden tussen 3.000 voor onze tijdrekening en het jaar 700 en die afkomstig waren uit Eurazië. Harvard onderzocht 69 stoffelijke resten uit ruwweg dezelfde periode en hetzelfde gebied.

De twee teams komen volgens Nature tot gelijkaardige conclusies. Het Europees DNA bestaat uit drie elementen. Een deel is afkomstig van jagers-verzamelaars, een deel van landbouwers die uit het Midden-Oosten migreerden. Een laatste component, en de component die de grote veranderingen uit de bronstijd verklaart, is volgens de onderzoekers afkomstig van het steppevolk Jamna. Zij reisden rond met gigantische kudden schapen, beschikten over door paarden voortgetrokken karren, hanteerden graftechnieken die later gemeengoed werden in Europa. Hun genetisch materiaal is te vinden van Siberië tot West-Europa. Ze worden oorspronkelijk in (het huidige) westelijk Rusland gesitueerd, zouden vanaf 2.900 voor onze tijdrekening Europa zijn binnengetrokken.

Attila de Hun

David W. Anthony, een van de auteurs van de Harvard-studie, zegt in The New York Times dat de expansie van de Jamna in Europa wellicht relatief vreedzaam verliep. "Het was niet Attila de Hun die kwam en iedereen doodde". De Jamna kwamen terecht in "een soort stabiele oppositie" met degenen die er al waren. Maar gaandeweg vielen de barrières weg.

Rond min 2.000, dus ruim 4.000 jaar geleden, is het genetisch plaatje in Europa helemaal gewijzigd. Tot pakweg 5.000 jaar geleden waren en bleven de jagers-verzamelaars genetiosch grotendeels gescheiden van de landbouwers. Met de komst van de nieuwe groep vermengt het genetisch materiaal van de drie groepen zich.

Melk

Een van de gevolgen was een verhoogde capaciteit om melk te consumeren. Voordien, aldus de onderzoekers, was slechts 10 procent van de volwassen bevolking in Europa in staat melk te verteren. Blijkbaar, schrijven ze, hebben de Jamna de DNA-variant gebracht die Europeanen lactose-tolerant maakten. Tegenwoordig is bijna 100 procent van de Noord-Europeanen lactose-tolerant.

De teams in Harvard en Kopenhagen speculeren over het verband tussen Jamna en de verspreiding van Indo-Europese talen.

Dit genetisch onderzoek is deel van een grotere trend om genetisch materiaal van oude resten te onderzoeken.

Aan de universiteit van Oxford is men volgens Nature nu al bezig om genetisch materiaal van 4.000 oeroude honden en wolven te vergelijken. En over vijf jaar, zo belooft een specialist, zal men tienduizenden DNA-stalen van oude vondsten kunnen vergelijken.

Lees meer over:

Onze partners