De vis die door de evolutie is overgeslagen

18/04/13 om 11:50 - Bijgewerkt om 11:50

De coelacanth, een zeldzame diepzeevis, heeft zijn naam van levend fossiel niet gestolen. De soort is door haar uitzonderlijke genoom nauwelijks nog geëvolueerd sinds de tijd van de dinosaurussen.

De vis die door de evolutie is overgeslagen

© Epa

Amerikaanse onderzoekers schrijven de evolutiestop van de coelacanth in een nieuwe studie toe aan zijn uitzonderlijke genoom. Dat is het geheel van erfelijke informatie van een organisme dat in het DNA staat gecodeerd. 'We hebben ontdekt dat de genen van de coelacanth aanzienlijk trager evolueren dan bij elke andere vis of gewerveld landdier', zegt Jessica Alföldi, onderzoekster aan het Broad Institute, in een persbericht.

De genen van de coelacanth vertonen een tragere puntmutatie (verandering in het DNA-materiaal) dan andere gewervelde dieren, blijkt uit de studie. Dat kan liggen aan de relatief onveranderlijke omgeving waarin de soort leeft - diepzeegrotten voor de kust van Oost-Afrika - waardoor ze niet snel hoeft te evolueren. 'Er zijn nog een paar plaatsen op aarde waar organismen zich eenvoudigweg niet hoeven aan te passen', aldus coauteur Kerstin Lindblad-Toh.

'Geen levend fossiel'

Coelacanthen worden gemiddeld 120 cm lang en hebben opvallend vlezige vinnen, die doen denken aan de ledematen bij gewervelde dieren. Dat, en de trage evolutie, deden de onderzoekers ook vermoeden dat de soort rechtstreeks afstamt van de eerste vissen die op het land gingen wandelen. Dat is echter onwaarschijnlijk volgens de resultaten. 'De longvis is een meer waarschijnlijke kandidaat', klinkt het.

De coelacanth was lange tijd enkel bekend van fossiele resten, waardoor wetenschappers ervan uitgingen dat de soort minstens 70 miljoen jaar geleden was uitgestorven. In 1938 ontdekten vissers echter een soort die leeft in diepzeegrotten voor de kust van Oost-Afrika. 'De vis is vermoedelijk perfect aangepast aan die specifieke, onveranderlijke, extreme omgeving', verklaart Lindblad-Toh.

Het was overigens de grondlegger van de evolutietheorie, Charles Darwin (1809-1882), die voor het eerst de term 'levend fossiel' gebruikte voor een soort die, vanwege de beperkte concurrentie met andere soorten, kan overleven zonder zich aan te passen. Dat vindt Alföldi echter een misleidende omschrijving. 'De coelacanth leeft niet in een tijdscapsule, maar in onze wereld. Dat maakt het net zo fascinerend dat zijn genen zoveel trager evolueren dan de onze.' (JDW)

Onze partners