Als multitasken zo slecht voor ons is, waarom doet iedereen het dan?

© iStock
Mensenkennis.be
Mensenkennis.be Wetenschapsblog over psychologie, op initiatief van de Gentse Alumni Psychologie.

We lijken wel verslaafd aan al dat multitasken. Maar waarom zijn we zulke fervente multitaskers? Zou het kunnen dat we het gewoon leuk vinden?

Mogelijk herken je jezelf in het volgende scenario: je bent een document aan het voorbereiden op je computer en in de rechteronderhoek van het scherm zie je een melding binnen komen. Het is een e-mail die je meteen wilt beantwoorden zodat hij niet op het ellenlange to-do-lijstje komt, maar toch maar eerst dat document afwerken. Je richt je aandacht terug op de tekst, maar niet veel later voel je de trilling van je smartphone: het is een Whatsapp-bericht van je huisgenoot. Nog voor je de kans had te antwoorden dat er nog brood in de vriezer zit, komt de volgende melding reeds binnen. Je agenda deze keer: de volgende vergadering gaat beginnen. Het document zal nog even moeten wachten…

Volgehouden aandacht voor één welbepaalde taak is een schaars goed in deze tijden van smartphones en sociale media.

Het fenomeen van ‘multitasken’ of het afwisselend combineren van verschillende taken is ons allen bekend. Volgehouden aandacht voor één welbepaalde taak is een schaars goed in deze tijden van smartphones en sociale media. Er is echter geen twijfel dat multitasken slecht is voor de kwaliteit van ons denkwerk: onderzoek toonde reeds aan dat multitasken de kans op fouten verhoogt en dat we het werk bovendien trager gedaan krijgen.

Desondanks lijkt iedereen het te doen. We lijken wel verslaafd aan al dat multitasken. Waarom zijn we zulke fervente multitaskers? Zou het kunnen dat we multitasken gewoon leuk vinden?

Trager en minder accuraat

Niets is minder waar. Uit recent onderzoek van de Universiteit Gent blijkt dat mensen de cognitieve processen die multitasken ondersteunen net niet leuk vinden.

Zoals vaak in psychologisch onderzoek werd de situatie vereenvoudigd en moesten deelnemers aan het onderzoek niet wisselen tussen het schrijven van een verslag en het antwoorden op whatsapp-berichten. Deelnemers voerden daarentegen twee taken uit waarin men steeds bepaalde woorden moest beoordelen. In de ene taak moest men beoordelen of de woorden een levend of een niet-levend object representeerden (bv. het woord “trein” is een niet-levend object). In de andere taak moest men beoordelen of de woorden een object representeerde dat kleiner of groter is dan een basketbal (bv. een trein is groter dan een basketbal). De twee taken konden elkaar afwisselen of dezelfde taak kon herhaald worden. De opeenvolging van de taken werd aangekondigd door neutrale nonsenswoorden (bv. als je ‘bolg’ ziet moet je van taak wisselen, als je ‘frode’ ziet moet je dezelfde taak blijven doen).

De klassieke bevinding omtrent multitasken werden hier nogmaals aangetoond: mensen zijn trager en maken meer fouten na het wisselen tussen taken dan na het herhalen van de taken

Als multitasken zo slecht voor ons is, waarom doet iedereen het dan?
© /

Figuur: de resultaten van het experiment. Deelnemers zijn trager en maken meer fouten na het wisselen tussen taken dan na het herhalen van taken.

De test: wat is de (onbewuste) emotionele reactie op multitasken?

Vervolgens onderzocht men via priming of deze neutrale nonsenswoorden een (onbewuste) emotionele reactie uitlokken na de associatie met het wisselen of het herhalen van taken. Hiervoor gebruikte men een methode die in de psychologie wel vaker wordt gebruikt, namelijk ‘priming’. Bij priming kunnen we op een onbewuste manier de emotionele betekenis van een prent of een woord achterhalen. Deelnemers moeten aangeven hoe positief (of negatief) ze neutrale woorden vinden. Net voor deze neutrale woorden krijgen ze echter zeer kort een ander woord aangeboden, waarvan we weten dat dit de beoordeling zal beïnvloeden. Bijvoorbeeld, wanneer je een negatief woord (bv. ‘dood’) kort voor een neutraal woord (bv. ‘papier’) aanbiedt, is de kans groter dat men deze neutrale woorden als negatief zal categoriseren. Door de nonsenswoorden kort voor neutrale tekens te presenteren (die men als positief of negatief moest categoriseren), kon men dus de onbewuste emotionele reactie van de nonsenswoorden achterhalen.

De resultaten toonden aan dat de nonsenswoorden die geassocieerd waren met het wisselen tussen taken, tot meer negatieve categorisaties van neutrale tekens leidde dan nonsenswoorden die geassocieerd waren met het herhalen van taken.

Mensen registreren multitasken dus als een kost of een vorm van straf. Maar waarom is dit het geval? Onderzoekers denken dat dit negatief signaal ervoor zorgt dat we onze aandacht op een efficiente manier inzetten. Onze aandachtscapaciteit is nu eenmaal beperkt en multitasken is mentaal uitputtender dan je aandacht richten op één taak. Het brein wil efficiënt tewerk gaan en beoordeelt mentaal inspannende gedragingen dus als negatief. Tenminste, als er geen beloning tegenover het multitasken staat.

De rol van beloning

Er is dus een tegenstelling: In het labo heeft men een afkeer van multitasken maar in het dagdagelijkse leven lijkt iedereen er constant mee bezig. Hoe kunnen we deze tegenstelling verklaren?

Een belangrijk verschil tussen multitasking in het labo en in het dagelijkse leven heeft te maken met de aard van de taken en de beloning die aan deze taken gekoppeld zijn. In het labo gebruiken we twee taken die even (on)interessant zijn: we willen namelijk niet dat aspecten van de taken de resultaten beïnvloeden want we zijn geïnteresseerd in multitasken als cognitief proces (het wisselen tussen taken), niet in de taken op zich.

In het dagelijkse leven vinden we vaak bepaalde taken wél belangrijker en leuker dan andere, omdat ze gekoppeld zijn aan een of andere vorm van beloning (de verslavende meldingen van sociale media op je smartphone, de bekrachtiging die je krijgt van iets af je to-do-lijst te vinken, de sociale goedkeuring die je krijgt als je je werk op tijd afkrijgt…). Zo een beloning kan er voor zorgen dat het brein een efficiente aandachtsverdeling minder belangrijk vindt en dat we toch de mentale moeite zullen opbrengen om te multitasken in de hoop deze beloning te krijgen.

De mate waarmee we zullen multitasken is dus afhankelijk van de (vaak onbewuste) emotionele waarde die gekoppeld is aan het multitasken. Wanneer we de betrokken taken evenveel associëren met een zekere mate van beloning, dan zullen we zo weinig mogelijk multitasken. Als het multitasken je echter een beloning kan opleveren, dan zal je dit met veel plezier doen – al zal je werk er nog steeds onder lijden.

Luc Vermeylen is doctoraatstudent in de experimentele psychologie aan de Universiteit Gent. Hij doet onderzoek naar de emotionele basis van cognitieve processen.

Dit artikel is een product van de wetenschapsblog Mensenkennis.be, een initiatief van de Gentse Alumni Psychologie

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content