10 weetjes over intelligentie

17/12/13 om 12:01 - Bijgewerkt om 12:15

Tien feiten over de voor- en nadelen van intelligentie.

10 weetjes over intelligentie

© Thinkstock

  1. We hebben meer dan één intelligentie. Onze intelligentie bestaat uit drie basiscomponenten. Dat is gebleken uit een recent onderzoek bij 100.000 proefpersonen. Tijdens de analyse van de studieresultaten bleek dat ons IQ kan worden opgesplitst in een kortetermijngeheugen, een rationele en een verbale component. Zo kunnen sommige mensen zich goed uitdrukken, terwijl ze een slecht kortetermijngeheugen hebben. De drie subsystemen functioneren immers niet altijd op hetzelfde peil.
  2. Intelligentie en geestesstoornissen. Uit studies is gebleken dat er een evolutionair verband bestaat tussen intelligentie en geestesziekten. Het verhoogde IQ van de menselijke soort is een gevolg van genetische mutaties. Maar de mens heeft een prijs betaald voor die gave. Met de verhoogde intelligentie is ook de kans op geestesstoornissen toegenomen.
  3. Intelligentie helpt u vooruit in het leven. Uit Amerikaans onderzoek is gebleken dat mensen van betere sociale komaf daar weliswaar voordeel uit halen bij de aanvang van hun loopbaan, maar daarna is het vooral intelligentie die mensen vooruithelpt in hun carrière. Uw familie kan uw carrière met andere woorden wel helpen lanceren, maar daarna zult u het zelf moeten doen.
  4. Intelligente mensen zijn bang. Hoe intelligenter mensen zijn, des te meer hebben ze last van angststoornissen. Vermoedelijk zijn angst en intelligentie samen geëvolueerd in het verleden. De combinatie van angstgevoelens met intelligentie moet een evolutionair voordeel zijn geweest voor onze voorouders.
  5. Nieuwe ideeën. Intelligente mensen hebben vaker nieuwe ideeën. In de geschiedenis hebben slimme mensen dikwijls manieren uitgedacht om de samenleving te herorganiseren. Volgens een Amerikaanse studie bestaat er ook een link tussen intelligentie en progressiviteit. Jongeren die zich 'erg conservatief' noemden, hadden in dat onderzoek gemiddeld een IQ van 95. Jongeren die zichzelf 'erg progressief' noemden, hadden gemiddeld een IQ van 106.
  6. Motivatie overtreft intelligentie. Intelligentie is geen waarborg voor succes. U zult dikwijls verder komen met motivatie. Uit een Duitse studie is gebleken dat bij wiskunde intelligentie minder belangrijk werd naarmate kinderen beter gemotiveerd zijn.
  7. Pientere ogen. Uit een onderzoek blijkt dat mensen verstandiger zijn naarmate ze bredere bloedvaten hebben in hun ogen. De breedte van de bloedvaten in het netvlies is namelijk van belang voor de toevoer van zuurstof naar de hersenen.
  8. Een verstandig mens slaapt uit. Volgens een studie naar de slaapgewoonten van de gemiddelde Amerikaan gaan intelligente mensen later naar bed en slapen ze ook langer uit. Op weekdagen gaan 'domme' Amerikanen gemiddeld naar bed om 11u41 en staan ze op om 7u20. 'Slimme' Amerikanen gaan naar bed om 12u29 en staan op om 7u29. In het weekeinde is het verschil zelfs nog meer uitgesproken.
  9. Intelligente mensen zijn niet minder racistisch. Ze klinken alleen minder racistisch, omdat ze weten wat ze horen te zeggen. Uit een studie van de socioloog Geoffrey Wodtke blijkt dat intelligente mensen even racistische ideeën hebben als domme mensen, als ze hun principes in de praktijk moeten omzetten. Zo zijn intelligente blanken in de VS doorgaans voorstander van gemengde wijken, maar in de praktijk gaan ze meestal wonen in delen van de stad waar enkel andere blanken wonen. Intelligente mensen kunnen hun racisme dus gewoon beter maskeren.
  10. Intelligente samenlevingen zijn gelukkiger. Er bestaat een link tussen de scholingsgraad van landen en de factor geluk. Individueel zijn intelligente mensen misschien niet gelukkiger, maar als ergens veel slimme mensen samenwonen, leidt dat blijkbaar wel tot een gelukkigere maatschappij. (YD)

Bron: spring.org.uk

Lees meer over:

Onze partners