'Zwarte man 22 jaar onterecht in cel door corrupte rechercheur'

03/12/13 om 16:56 - Bijgewerkt op 06/12/13 om 23:42

Zijn twee zwarte New Yorkers het slachtoffer geworden van een corrupte politierechercheur?

'Zwarte man 22 jaar onterecht in cel door corrupte rechercheur'

Gerechtsgebouw in Brooklyn © Thinkstock

De Amerikaanse krant The New York Times vraagt zich af of twee zwarte New Yorkers het slachtoffer zijn geworden van het povere speurwerk van een politierechercheur.

In de zomer van 1991 vond in de New Yorkse wijk Brooklyn een brutale autodiefstal plaats. Agenten Robert Crosson en Rolando Neischer zaten na diensttijd gezellig bij te kletsen in hun wagen, toen ineens twee gewapende mannen voorbijfietsten. Toen ze de politieagenten bevalen uit te stappen, greep Neischer naar zijn dienstwapen en er ontstond een vuurgevecht.

Volgens de politie raakte ten minste een van de autodieven daarbij gewond. Neischer werd tijdens het schietincident vijf keer geraakt. Vier dagen later overleed hij in het ziekenhuis aan zijn verwondingen. Crosson kwam er vanaf met een kogel door zijn hand.

Niet lang daarna werden twee tieners gearresteerd door rechercheur Louis Scarcella en diens assistent Stephen Chmil. De autodiefstal is een van de 46 zaken die momenteel opnieuw wordt geopend door het openbaar ministerie in Brooklyn.

Scarcella in diskrediet

Scarcella gold lang als een efficiënt politierechercheur. Onlangs kwam hij echter in diskrediet na beschuldigingen dat hij ooit iemand onterecht liet opsluiten. Nu wordt Scarcella ervan verdacht geweld te hebben gebruikt tegen verdachten. Bovendien zou hij ook bekentenissen hebben verzonnen en in meerdere zaken gebruik hebben gemaakt van een getuigenis van dezelfde drugsverslaafde. In ruil voor informatie zou hij zelfs gevangenen hebben toegestaan hun cel te verlaten om prostituees te bezoeken en cocaïne te gebruiken.

Maar in de zaak van de twee tieners zijn er daarnaast nog andere twijfelachtige elementen. Zo beschreef Crosson de verdachten als jonge twintigers met een lichtbruine huid. Een bloedvlek suggereert bovendien dat minstens een van de overvallers gewond raakte. Toch arresteerde de rechercheur twee jeugddelinquenten met een donkerbruine huid en zonder zichtbare letsels.

Er is verder geen enkel bewijs dat het forensisch lab ooit de bloedstalen heeft getest die op de plaats van de misdaad werden afgenomen. Ook de daar aangetroffen vingerafdrukken komen niet overeen met die van de beschuldigden. Bovendien diende de recherche tijdens het proces foto's in van een politieconfrontatie uit een andere zaak. Toch liet de rechter de zaak gewoon doorgaan zonder dat ooit de juiste politiefoto's werden ingediend.

Ten slotte ging jaren later ook een deel van het forensisch materiaal spoorloos verloren. Zo bleek onder meer dat de bloedstalen, die de naam van de twee veroordeelden hadden kunnen zuiveren, nergens meer te bekennen waren. Door de verdwijning van dat bewijsmateriaal werd het onmogelijk voor de beide veroordeelden om nog in hoger beroep te gaan.

Verdachten

Volgens het politieverslag had de recherche aanvankelijk vier verdachten. Naast John Bunn en Rosean Hargrave, die uiteindelijk werden veroordeeld voor het delict, vermoedden ze eerst ook onder meer de betrokkenheid van een lid van een beruchte New Yorkse misdaadfamilie.

De dag na het incident ging Crosson samenzitten met Scarcella en diens assistent Chmil. Volgens Chmil toverde Scarcella toen zes lukraak gekozen politiefoto's uit zijn la. Crosson zei daarop dat hij Hargrave herkende op een van de foto's. Naar verluidt was hij er 90 procent zeker van dat de persoon op de foto een van de overvallers was, maar hij moest hem in een politieconfrontatie zien om zich er helemaal van te vergewissen.

De man op de foto was Rosean Hargrave, een 17-jarige jeugddelinquent die met zijn familie in een wooncomplex in Brooklyn woonde. In het jaar daarvoor was Hargrave meermaals aangehouden voor autodiefstallen. Bij zijn arrestatie voor het schietincident werd hij samen met vijf andere verdachten in een politieconfrontatie geplaatst. Daar werd hij door Crosson geïdentificeerd als een van de overvallers.

Uit het politieverslag kan niet worden opgemaakt hoe John Bunn werd geïdentificeerd als de tweede overvaller. Op het ogenblik van de arrestatie was hij een 14-jarig boefje dat met behulp van schroevendraaiers geparkeerde auto's stal.

Net zoals Hargrave beweert ook Bunn vandaag nog altijd dat hij thuis in bed lag, op het ogenblik dat het incident plaatsvond. Gedurende de politieconfrontatie stonden er volgens Bunn alleen maar volwassen mannen bij hem in de rij. Ook Bunn werd door Crosson als dader aangemerkt.

In de dagen daarna werden Hargrave en Bunn op schotwonden onderzocht door rechercheurs. Volgens de twee waren die verwonderd, toen ze die niet aantroffen op hun lichaam. Niettemin werden de tieners daags na het incident in beschuldiging gesteld van diefstal en poging tot moord. Toen Neischer later aan zijn verwondingen overleed, werd het een moordzaak.

Procesgang

In het proces werden verschillende fouten door de vingers gezien. Zo was er het probleem met de foto's van de mannen uit de politieconfrontatie. Drie van de personen op de foto's hadden in werkelijkheid niet aan die confrontatie deelgenomen. Een rechercheur had per ongeluk foto's ingediend uit een andere zaak. De rechter liet het bewijsmateriaal toch toe.

De zaak werd in een zeer korte tijdsspanne afgehaspeld. De advocaat van de verdediging hield geen openingspleidooi en de procureur had nagenoeg geen ander bewijsmateriaal dan het getuigenis van Crosson. In de hele zaak kwamen amper vier getuigen aan bod.

Uiteindelijk werd Hargrave veroordeeld tot 30 en Brunn tot 20 jaar gevangenisstraf. Later werd de celstraf van Brunn teruggebracht naar negen jaar, nadat zijn advocaten hadden aangetoond dat de rechter hem als volwassene had berecht. Toen advocaten tien jaar later in hoger beroep wilden gaan, kwamen ze erachter dat er intussen cruciaal bewijsmateriaal was vernietigd.

Bunn kwam uiteindelijk vrij in 2009. Hargrave zit nog steeds opgesloten in de strenge gevangenis van Southport. Recent heeft hij Pierre Sussman onder de arm genomen, een advocaat die werkt aan verschillende andere zaken waarin de rol van rechercheur Scarcella ter discussie staat. Sussman staat erg sceptisch tegenover diens werkmethodes. Bovendien zegt de advocaat dat hij een tip heeft gekregen dat Crosson eerder al het doelwit was geweest van een schietincident en dat hij redenen had om de identiteit van de mannen op de fiets achter te houden. (YD)

Lees meer over:

Onze partners