Erik De Bom (KU Leuven)
Erik De Bom (KU Leuven)
Postdoctoraal onderzoeker aan het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte (KU Leuven) en als senior onderzoeker verbonden aan het Leuvens Centrum voor Global Governance Studies.
Opinie

08/05/14 om 14:24 - Bijgewerkt om 14:24

Zijn er meer dan louter pragmatische redenen om te willen toetreden tot de EU?

Hoewel bij de viering van 10 jaar Polen in de EU vooral pragmatische redenen worden aangehaald, moet men zich afvragen of dat de werkelijke drijfveer is, schrijft dr. Erik De Bom.

Op 1 mei vierden we de tiende verjaardag van de toetreding van de zogenaamde acht + twee tot de Europese Unie. Het was en is de grootste uitbreidingsgolf van de EU tot op vandaag. In een klap werden acht Centraal- en Oost-Europese landen lid, samen met (Grieks-)Cyprus en Malta.

Ondanks de scepsis van vele politici en academici - te denken valt aan het boek Een grenzeloze illusie? van historicus Tony Judt die heel wat bedenkingen had bij de uitbreiding naar het oosten - zien we dat die landen nu stevig verankerd zijn in de EU. Het gaat zelfs zonder meer over een succesverhaal, als we het Poolse voorbeeld als standaard mogen nemen.

De economie kende een gestage groei - op dit moment is Polen de zesde economie van de EU -, de levensstandaard ging er gevoelig op vooruit en het land wist een modus vivendi te vinden om om te gaan met het extreem populisme.

De boodschap die men hieruit kan afleiden, is even kort als ze krachtig is: word lid van de EU en alle problemen geraken opgelost. Het is evenwel de vraag of dat de werkelijke reden is waarom landen toenadering zoeken tot de EU.

Bovendien moet het perspectief ook omgedraaid worden. Wil de Unie zelf landen om die reden aan zich binden? Tot slot roept het aanlokkelijke voorbeeld van Polen de onvermijdelijke vraag op: hoever kan en moet de EU nog uibreiden? Wat moeten de definitieve grenzen van de EU worden?

Probleemoplossende entiteit?

Als we Polen als voorbeeld blijven gebruiken, dan lijkt het evident waarom landen zouden toetreden tot de EU. Zij moeten weliswaar een groot aantal hervormingen doorvoeren met betrekking tot de economie en de politieke instellingen en bereid zijn het geheel van Europese regels te implementeren, maar de kost van die inspanning weegt geenszins op tegen de baten.

Ook de EU moet een grote kost op zich nemen door onder meer diep in de buidel te tasten via de verschillende structuurfondsen. Maar ook voor de bestaande leden weegt die extra steun niet op tegen de voordelen die ze mogen verwachten van de toetreding van de kandidaat-lidstaat.

Met andere woorden: de EU functioneert als een soort probleemoplossende entiteit waardoor zowel de nieuwe lidstaat als de bestaande leden beter af zijn dan voordien.

Er is evenwel een andere, meer fundamentele reden waarom zowel de EU als kandidaat-lidstaten uit zijn op eenmaking. Zoals het verdere verhaal van Polen duidelijk maakt, is het overgrote deel van de burgers trots op de aansluiting bij de Europese waarden. Dat zijn nu ook hún waarden.

En de EU van haar kant wilde ook niet liever dan haar model exporteren naar het oosten. De toetreding van nieuwe leden mag dan voor beide partijen een heleboel voordelen opleveren, de ultieme beweegreden reikt verder dan een simpele kosten-batenanalyse.

Het is belangrijk hier een verder onderscheid te maken om de dieperliggende redenen van de EU voor uitbreiding beter te begrijpen. Als het gaat om het exporteren van haar model, denkt men in de eerste plaats aan het uitdragen van een aantal universele principes, zoals democratie en mensenrechten.

Men spreekt in dit geval van een op rechten gebaseerde Unie. Die moet onderscheiden worden van een op waarden gebaseerde Unie in enge zin. In dit laatste geval gebeurt de uitbreiding naar die landen tegenover de welke er een gevoel van verwantschap bestaat. Er is een vorm van gedeelde identiteit die berust op gezamenlijke gewoontes en tradities.

Rechten of waarden?

Dat laatste onderscheid lijkt misschien subtiel, maar is het minder dan men op het eerste gezicht zou denken. In het rechten-model gaat het in feite om het in stand houden van de natiestaat. Bedoeling van het Europees lidmaatschap is een aantal principes steviger te verankeren.

Als men het heeft over de toetreding van Turkije, heeft men dit scenario doorgaans in het achterhoofd. Want alleen door Turkije het vooruitzicht op lidmaatschap te bieden, kan men het land dwingen een resem fundamenetele hervormingen door te voeren en kan de EU blijvend werk maken van de verdere verspreiding van zulke fundamentele principes als democratie en mensenrechten.

Het probleem met dit model is dat daarmee de natiestaten de dienst blijven uitmaken binnen de EU. Het bestuur gebeurt op een getrapte wijze waarbij elke lidstaat een vertegenwoordiger afvaardigt die het standpunt van zijn achterban komt verdedigen.

Maar de EU wil meer dan dat. En ook om principiële redenen zou dat 'meer' moeten worden toegejuicht. Het is door het vormen van een op waarden gebaseerde unie dat men een echt Europees burgerschap kan uitbouwen. Dat laat burgers toe zich rechtstreeks in te laten met het Europese beleid, moedigt hen aan om ook anderen dan hun nationale medeburgers in hun morele gemeenschap op te nemen, en verhindert dat de ander wordt gebruikt om eigen doelen na te streven.

Universeel of particulier?

Zo'n waardengemeenschap stelt natuurlijk hogere eisen dan een rechtengemeenschap. Dat maakt ook dat de uitbreidingsmogelijkheden beperkter zijn. Want in het geval van een op rechten gebaseerde unie kan in principe elk land dat die fundamentele rechten en normen respecteert lid worden. Het gaat immers om universele principes waarvan niemand a priori kan worden uitgesloten. Dat is anders voor de op waarden gebaseerde unie. Die suggereert een vorm van verwantschap. Daardoor kunnen alleen die landen die op een of andere manier delen in die verwantschap lid worden.

Hoewel bij de viering van 10 jaar Polen in de EU vooral pragmatische redenen worden aangehaald, moet men zich afvragen of dat de werkelijke drijfveer is. En misschien is het succes van die Europese integratie juist te danken aan een vorm van verwantschap. Want het zou die verwantschap zijn die maakte dat de 'Europese' waarden zo gemakkelijk konden worden 'geëxporteerd'.

Het moet ons alleszins tot nadenken aanzetten bij de verdere uitbreiding van de EU. Willen we niets meer dan het louter uitdragen van een aantal universele principes en daardoor niet meer doen dan het verder verspreiden van de liberale natiestaat? Of willen we een hechtere unie uitbouwen waarin de burgers één gemeenschap vormen en gezamenlijk aan hun Europese project bouwen door elkaar als gelijken te zien.

Hiermee is niet gezegd dat dit laatste al bereikt zou zijn. Maar het impliceert wel dat verder werk moet worden gemaakt van verdieping en dat de uitbreiding van de EU niet onbeperkt kan blijven doorgaan. Misschien is alleen dan zo'n succesvol Polen-verhaal mogelijk?

Onze partners