Jonathan Holslag (VUB)
Jonathan Holslag (VUB)
Professor internationale betrekkingen aan de VUB en auteur van 'De kracht van het paradijs'.
Opinie

06/11/13 om 14:58 - Bijgewerkt om 15:02

Zaterdag is het moment van de waarheid voor China en de wereldeconomie

376 Chinese Partijleiders komen zaterdag samen. 'Een moment van de waarheid voor de nieuwe Chinese leiders én de hele wereldeconomie, zegt China-kenner Jonathan Holslag: 'Peking wil een laatste grote industriële sprong voorwaarts maken.'

Zaterdag is het moment van de waarheid voor China en de wereldeconomie

Een standbeeld van de Chinese dictator Mao Zedong. © Reuters

Zaterdag zakken 376 Partijleiders af naar Peking voor de Derde Plenaire Sessie van het Achttiende Centrale Comité van de Communistische Partij. Dit is het moment van de waarheid voor de nieuwe Chinese leiders en bij uitbreiding de hele wereldeconomie.

De hervormingen die worden verwacht moeten immers de Chinese economie op de rails houden en dus ook de landen die meer en meer van die Chinese economie afhangen. Deze zitting wordt daarom vergeleken met de baanbrekende "derde plenaire sessies" van 1978 en 1993.

Om in te schatten wat er werkelijk op til staat kan men twee zaken doen. Men kan naar Peking trekken om daar beleidsmakers aan de tand te voelen. De Chinese overheid heeft de laatste weken alvast kosten nog moeite gespaard om opinieleiders door politici te laten overtuigen van de grote hervormingen, maar veel van de ambtenaren met zicht op de interne keuken, praten liever niet. Niet uit angst voor censuur, maar omdat zij zelf vaak weinig zicht hebben op de compromissen die nu nog op het hoogste niveau worden gesloten.

Een andere mogelijkheid is grondig de teksten te analyseren die door diverse overheidsinstellingen werden voorbereid naar aanleiding van het Plenum en zo de diverse belangen in kaart te brengen.

Ikzelf heb voor dat laatste gekozen en ondanks ik het de Chinezen een duurzamer economisch project ten zeerste toewens, ben ik nog steeds niet overtuigd dat de Chinese leiders in die taak zullen slagen, of beter gezegd, niet snel genoeg vooruitgang zullen boeken. Het allerbelangrijkste is wellicht de herlancering, weg van export en investeringen naar binnenlandse consumptie.

Wat opvalt, is dat die correctie sinds een zitting van het Politburo in juni als prioriteit duidelijk is weggezakt. Er wordt nog wel over gesproken, maar het afbouwen van de afhankelijkheid van export en investeringen wordt duidelijk gezien als een project op lange termijn - 10 tot 15 jaar. In die tijd zal de nadruk sterk op industrialisering blijven liggen. De productiviteitswinsten van een doorgedreven industrialisering zijn voor de meeste overheidsdepartmenten de enige manier om China in de hoge-inkomens-club te loodsen. Dit betekent dus niet minder investeringen, maar betere investeringen. Dit betekent ook niet minder export, maar meer export van geavanceerde goederen - en diensten.

Het industriële beleid is het enige domein waar echt consensus rond lijkt te bestaan. De overcapaciteit in obsolete fabrieken zal worden aangepakt, maar de capaciteit in hoogtechnologische sectoren zal worden uitgebreid, ook al hangt China daarbij meer af van buitenlandse vraag. En ook het exportbeleid is duidelijk een van de beleidsdomeinen die het voorbije jaar het meest nauwgezet zijn uitgewerkt. Dat brengt ons bij de hervorming van de staatssectoren.

Deng Xiaoping's zegswijze indachtig - het maakt niet uit of een kat zwart of wit is, als hij maar muizen vangt - wil de overheid een nieuwe poging doen om de meest performante bedrijven kansen te bieden. Het gaat daarbij wel om Chinese bedrijven. Pogingen om buitenlandse multinationals te "vervangen" door eigen nationale kampioenen zijn allerminst opgeborgen, maar de nadruk ligt nu dus meer op private kampioenen en clusters van kleine en middelgrote ondernemingen.

Het ziet er niet naar uit dat het oligopolie van staatsbedrijven in belangrijke dienstensectoren meteen wordt opgeheven, maar wel dat de bedrijven zelf zullen worden hervormd en dat hun dienstverlening beter moet. Dat geldt vooral voor de bankensector.

De overheid zal streven naar geleidelijk financiële liberalisering. Dat wil zeggen, een meer flexibele munt en vrije rentevoeten. Er de Centrale Bank en het Ministerie van Financiën lijken te mikken op een transitieperiode van vijf tot tien jaar om de financiële sector klaar te stomen voor doorgedreven vrijmaking en een prominentere rol in de internationale markt. Dit zou moeten samengaan met een gestage, proefondervindelijke internationalisering van de Yuan, zodat China zich voorbereidt op het moment waarop ook de fundamentele correctie van export en investeringen naar binnenlandse vraag gebeurt. China zou op dat moment aanzienlijk meer gaan invoeren en als "consument" dus ook de Yuan sneller kunnen internationaliseren. Als tegen dan ook de financiële sector zelf veerkrachtiger is, staat niets China in de weg om internationaal een financiële grootmacht te worden en haar gewicht als consument optimaal aan te wenden.

Een ander domein waarin hervormingen worden verwacht, betreft de hukou - het registratiesysteem dat onder meer de migratie van plattelanders naar de steden controleert. Ik verwacht nu geen belangrijke stappen in het hervormen of afschaffen van de hukou. Dat heeft veel te maken met een hevige discussie over de toekomst van de Chinese urbanisering. Meer en meer rapporten stellen de leefbaarheid van China's huidige verstedelijking in vraag, hetgeen zijdelings werd bevestigd door Premier Li Keqiang. Er zou de komende jaren gezocht worden naar een vorm van verstedelijking die kleinschaliger is en zich situeert tussen de huidige opkomende megasteden en het traditionele platteland.

Daaraan zal ook de toekomstige hervorming van het grondbezit worden gekoppeld. Fiscaliteit is dan wel weer een sector waarvoor diverse belangrijke en concrete wijzigingen werden voorbereid. Het Plenum zal waarschijnlijk bekrachtigen dat er een verschuiving wordt doorgevoerd van omzetbelastingen naar belastingen op toegevoegde waarde. Er zullen wellicht ook maatregelen worden gelanceerd om de fiscale bevoegdheden tussen de centrale en lokale overheden te herverdelen. Daarnaast bestaat veel steun voor een algemene stroomlijning van fiscale regels en procedures.

Kortom, naar organisatie zitten er een aantal interessante correcties aan te komen, maar dit Plenum wordt vooral geacht het voorbereidende werk te verrichten voor de echte belangrijke ommezwaai die er binnen de komende tien tot vijftien jaar zou moeten komen. In die transitiefase ziet het ernaar uit dat Peking een laatste grote industriële sprong voorwaarts wil maken en daarmee een sterke nationale economische machtsbasis creëren. Dat blijft evenwel een zeer risicovolle sprong.

Lees meer over:

Onze partners