'Wie inbreuk pleegt op de grenzen van de roddelbladen, mag kruisiging verwachten'

05/10/15 om 16:09 - Bijgewerkt om 17:22

De invloedrijke linkse auteur Owen Jones fileert in 'Het Establishment' de Britse elite, lobbygroepen en machtige mediagroepen. In dit fragment, over de te nauwe banden tussen media en politiek, komt Jones tot de harde conclusie dat een vrije pers niet bestaat in Groot-Brittannië.

'Wie inbreuk pleegt op de grenzen van de roddelbladen, mag kruisiging verwachten'

Oud-premier van Groot-Brittannië Tony Blair en mediamagnaat Rupert Murdoch: dichte vrienden. © Belga/Reuters

Richard Peppiatt is een man die de donkere kant van de Britse media maar al te goed kent. We ontmoeten elkaar in de luidruchtige bar van het Soho Theater. Na een paar pinten bier haalt Richard - nu een eind in de twintig - zich zijn kinderdromen weer voor de geest.

Hij wilde altijd al journalist worden, maar als arbeidersjongen dacht hij dat een krant zoals The Guardian vol zat met de Oxbridge-elite en dus niets was voor mensen zoals hij. Door een meevaller kwam hij in 2008 terecht bij de Daily Star.

Dat was wel niet zijn eerste keus, maar Peppiatt had zich langs de obstakels gewrongen die de minder bevoorrechten moeten weren uit de mediawereld. Hij zat binnen. 'Ik dacht, wel, flut, het kan me geen moer schelen, het draait allemaal om hoger op de ladder te geraken', herinnert hij. 'En dit is wat ik de laatste tweeënhalf jaar heb gedaan: ik werkte voor de Daily Star en ik gooide al mijn principes overboord en dacht: "Wel, dit is nu jouw job, en in je vrije tijd kun je geloven waarin je maar wilt, maar wanneer je aan het werk bent, kun je niet tegenstribbelen. Dit is wat ze willen dat je schrijft; als je dat niet schrijft, dan kun je rekenen op een uitbrander."'

Delen

'Wie inbreuk pleegt op de grenzen van de roddelbladen, mag kruisiging verwachten'

Op de Daily Star werken zou leuk kunnen zijn. Je kunt er van extraatjes genieten zoals uitnodigingen voor showbizzfeestjes met vedettes. Maar stilaan begon Peppiatt te begrijpen dat hij deel uitmaakte van een mediacampagne om de frustraties van de lezers af te wentelen op zondebokken.

Hij moest nog maar een stap op de redactievloer zetten of er werd hem gevraagd een stuk te schrijven over 'moslims die X, Y en Z hadden gedaan. Maar je bekijkt de feiten en denkt: "Maar in werkelijkheid hebben zij dat niet gedaan, of wel?"'

'Er moet altijd iemand de schuld krijgen van onze sociale kwalen'

Asielzoekers waren een geliefkoosd doelwit: ooit gaf de Daily Star hem de opdracht om een familie te schaduwen die na haar vlucht voor de burgeroorlog in Somalië een huis met vijf slaapkamers had toegewezen gekregen in Chelsea. Peppiatt kampeerde met nog andere journalisten voor het huis.

Voorpagina Daily Star

Voorpagina Daily Star © Daily Star

'Ik herinner me dat ik 's anderendaags op de redactie toekwam en moest bekennen dat niemand het huis had verlaten. De nieuwsredacteur riep me bij hem en sloeg voor mijn neus The Sun open: "Kijk, zij hebben een citaat van de vader van de vluchtelingen die zegt: 'Het kan me niet schelen, ik pak wat ik kan krijgen.'"

Ik repliceerde: "Maar die man is zelfs niet naar buiten gekomen, hij kan dat niet gezegd hebben, ik stond daar heel de tijd voor de deur."

Hij antwoordde: "Daar gaat het niet om. Je moet scherper staan."'

Het werd hoe langer hoe duidelijker voor Peppiatt dat er een patroon in zulke berichtgeving zat.

Delen

'Ik haatte wat ik deed'

'Er moet altijd iemand de schuld krijgen van onze sociale kwalen,' zegt hij, 'en volgens mij hou je dan op met te vragen naar de echte oorzaken van vele sociale rampen. Je kunt enkel stellen: "Het is allemaal de schuld van die verdomde immigranten, of van die verdomde moslims." Ze laten je niet toe de vraag te stellen: "Is dat werkelijk zo?" Terwijl de lezers in feite fundamentele vragen zouden moeten hebben, gezien het hele systeem waarin we leven.'

De job werd ondraaglijk. Hij verdronk zijn wanhoop in alcohol. 'Ik voelde me alsof ik me verkocht had, ik haatte wat ik deed.'

'Jij bent gebrandmerkt tot je dood, we zullen je vinden'

Ten slotte realiseerde Peppiatt zich dat hij iets moest ondernemen. Geholpen door drie vierde van een fles Jack Daniels schreef hij een krachtige open brief naar de eigenaar van de Daily Star Richard Desmond. Zijn vinger aarzelde boven de knop 'verzenden', want hij besefte dat wanneer hij de knop aanklikte, zijn leven een draai zou nemen en hij zonder job zou zitten.

Toen in maart 2011 zijn brief gepubliceerd werd, trok die zeer veel aandacht, maar Peppiatt leed onder de gevolgen. Hij ontving doodsbedreigingen en kreeg een stortvloed van telefoontjes en sms'jes te verduren - op een gegeven moment elke tien minuten - van verschillende nummers. Eén klonk als volgt: 'Jij bent gebrandmerkt tot je dood, we zullen je vinden, ik sta nu buiten aan jouw huis.'

Zijn vriendin was doodsbang en vertrok. Twee maanden lang stond er een baseballknuppel achter zijn voordeur. Tijdens een telefoongesprek hoorde hij een man zich masturberen. De dader was een beruchte excentriekeling, die door heel wat mediagroepen wordt ingehuurd voor onethische daden. Het waren allemaal pogingen om Peppiatt het zwijgen op te leggen.

'Daily Fatwah'

Ook Michelle Stanistreet weet maar al te goed wat het betekent om de strijd aan te gaan met een media-establishment dat zich de zoektocht naar zondebokken als doel stelt.

Nu is zij algemeen secretaris van de National Union of Journalists, maar ze wil haar ervaringen bij de Daily Express wel aan me kwijt. 'We hadden in 2001 problemen met de berichtgeving over asielzoekers', vertelt ze. 'Wij legden klacht neer tegen de krant bij de Press Complaints Commission. Op dat ogenblik zetelde onze eigen hoofdredacteur zelf in die commissie. We ontvingen een belachelijke brief van [toenmalig PCC-voorzitter, n.v.d.a.] Christopher Mayer die stelde dat hij helemaal niet geloofde dat er een probleem was. Hij geloofde dus niet dat journalisten onder druk konden gezet worden om zoiets te schrijven.'

Voorpagina Daily Express

Voorpagina Daily Express © Daily Express

In een andere zaak legden haar collega's klacht neer bij de PCC tegen hun eigen dagblad over aanvallen tegen zigeuners. Weer zonder succes. Maar in één geval verlieten de journalisten het redactiegebouw - een voorval zonder precedent op de krant - uit afkeer voor een 'nep' frontpagina met als titel Daily Fatwah om zo de spot te drijven met de moslims. Na een korte impasse besloot de hoofdredactie de pagina in te trekken.

De ervaringen van Peppiatt en Stanistreet zijn illustratief voor een cultuur van endemische oneerlijkheid en mythevorming in de media. Eerder dan een eerlijk beeld van de Britse maatschappij te schetsen, scheppen de mediagroepen er genoegen in om extreme voorbeelden na te jagen die bruikbaar zijn om in te spelen op diepgewortelde vooroordelen en onzekerheden - daarin gesteund door de politieke consensus.

De mantra die alle politieke partijen blijven herhalen over de sociale zekerheid, wordt door de kranten als vanzelf overgenomen: de belastingbetalers moeten opdraven voor de nietsnutten en de luieriken.

In augustus 2010, drie maanden nadat de door de Conservatieven geleide coalitie aan de macht kwam, lanceerde The Sun een campagne en vroeg aan haar lezers om 'de 1,5 miljard pond steun aan de parasieten van de maatschappij te helpen afblokken'. De focus lag op mensen met een uitkering, meestal met een heleboel kinderen, en met citaten waarin ze opscheppen over hun staatssteun.

Delen

The Sun vroeg aan haar lezers om 'de 1,5 miljard pond steun aan de parasieten van de maatschappij te helpen afblokken'

De Daily Mail bracht een verhaal over een koppel dat een groter huis aanvroeg voor hun kinderen en hun python. 'Maak een eind aan de iets-voor-niets-cultuur', kopte een artikel in The Sunday Times, met ernaast een foto van de fictieve 'parasieten'-familie Gallagher uit de Britse comedyserie Shameless, alsof dat soort familie op een of andere manier representatief zou zijn voor het echte leven.

De krant had er een citaat bijgevoegd van een Whitehallambtenaar [Whitehall' is de naam van de regeringswijk in het centrum van Londen, en ook van de belangrijkste straat in die wijk. Bij uitbreiding is een Whitehallambtenaar iemand die op een van de ministeries in Whitehall werkt. (n.v.d.v.)] die beschreef welk regime dergelijke steuntrekkers te wachten staat: 'Als wij willen dat ze tapdansen, dan zullen ze ook tapdansen.'

Desinformatie

Dergelijke berichtgeving laat het kiezerspubliek compleet in het ongewisse over de werkelijke situatie.

Een opiniepeiling van YouGov in januari 2013 constateerde dat de mensen schatten dat gemiddeld 27 procent van de sociale uitkeringen frauduleus zijn. Dat staat in scherp contrast met het echte cijfer van 0,7 procent. In dezelfde peiling dachten de respondenten dat 41 procent van de sociale uitkeringen terechtkomt bij werklozen (het echte cijfer is 3 procent). De ondervraagden schatten de uitkeringen ook veel hoger in dan ze in werkelijkheid zijn, en menen dat mensen ze langer ontvangen dan dat ze er recht op hebben.

Delen

Wie beter geïnformeerd is over de echte cijfers, is veel minder geneigd om akkoord te gaan met besparingen in de sociale zekerheid

Een andere peiling stelde vast dat 29 procent van de mensen denken dat er meer belastinggeld gaat naar de werklozensteun dan naar de pensioenen. In werkelijkheid geeft de regering vijftien keer meer uit aan pensioenen dan aan werkloosheidsuitkeringen.

Wie beter geïnformeerd is over de echte cijfers, is daarentegen veel minder geneigd om akkoord te gaan met besparingen in de sociale zekerheid - dat toont aan hoeveel politieke winst er kan gemaakt worden door misbruik te maken van onwetendheid en door de realiteit te verdoezelen.

Voorpagina The Sun

Voorpagina The Sun © The Sun

Andere opiniepeilingen tonen de mate waarin 'mediaberichtgeving de publieke percepties zo kan beïnvloeden dat die totaal losgekoppeld worden van de realiteit'. Uit een recente peiling van Ipsos MORI bleek dat de Britten geloofden dat tienerzwangerschap vijfentwintig keer meer voorkwam dan de officiële statistieken aantonen; dat ze meenden dat 24 procent van de Britse bevolking moslim is, alhoewel dat slechts 5 procent is in Engeland en Wales; en dat ze dachten dat 31 procent van de bevolking immigranten zijn, terwijl het echte cijfer tussen de 13 tot 15 procent ligt.

De media spelen een cruciale rol in het Britse establishment. Door hun pijlen te richten op degenen aan de onderkant van de maatschappij - dikwijls met een berichtgeving die bol staat van de vervormingen, mythen en regelrechte leugens - leiden zij de aandacht af van de rijke en machtige elite aan de top van de maatschappij.

Dat mag ook geen verrassing zijn, want de media-eigenaars behoren immers tot die elite en zijn toegewijd aan de status-quo. Hoe en door wie ze bestuurd worden, is er de reden van dat de meeste media vandaag opereren als een hoogst partijdige verdediger van de belangen van de rijken en de machtigen.

De oorlog tegen Labour

Het was de hevigste verkiezingscampagne in Groot-Brittannië sinds een generatie. In april 1992, na dertien jaren van electorale verliezen - jaren van massale werkloosheid, onderdrukking van de vakbonden en de uitverkoop van publieke eigendommen - stonden Labour en zijn voorzitter Neil Kinnock aan de vooravond van de herovering van de macht ten koste van de Conservatieve Partij, die toen geleid werd door de opvolger van Margaret Thatcher, John Major.

John Major

John Major © Reuters

Op 2 april, een week voor de kiezers verwacht werden in scholen en gemeentehuizen om daar hun stem uit te brengen, voorspelde een opiniepeiling dat Labour op weg was naar een afgetekende overwinning. De achterban kreeg er kippenvel van en zijn gejubel werd alleen geëvenaard door de kreten van afkeer van de Britse media-elite bij de gedachte aan een overwinning van Labour.

Nadat ze een cruciale rol had gespeeld in het betonneren van het thatcherisme en in het slopen van de oppositie, wilde Fleet Street [Fleet Street is een straat in het centrum van Londen waar tot het einde van de jaren 1980 de meeste Britse nationale kranten waren gevestigd. Het persagentschap Reuters vertrok er als laatste in 2005, maar de term 'Fleet Street' bleef behouden als een synoniem voor de Britse nationale pers. (n.v.d.v.)] niet het risico lopen dat ook maar een van de grote successen van de jaren 1980 zou worden tenietgedaan. En dus werden Labour en zijn leider het slachtoffer van een van de giftigste mediacampagnes in de naoorlogse Britse politieke geschiedenis.

Delen

Labour werd het slachtoffer van een van de giftigste mediacampagnes in de naoorlogse Britse politieke geschiedenis

Bijna een kwarteeuw na te zijn neergesabeld in de media, neemt Neil Kinnock me voor een koffie mee naar de kantine van het Hogerhuis. Hoewel hij zowat heel zijn leven heeft geijverd voor de afschaffing van het Hogerhuis, zit hij daar als baron nu zelf. Wat nog is overgebleven van zijn fameuze rosse kapsel kleurt nu grijs, maar zijn zwaar Welsh accent heeft hij behouden.

Kinnock werd ooit afgeschilderd als de 'blaaskaak uit Wales', en het is makkelijk te begrijpen waarom: hij zegt de dingen maar zelden in één zin wanneer het ook met een volledige paragraaf kan. Alhoewel hij dus breedsprakerig kan zijn, blijft hij een vloeiend en gepassioneerd spreker. Maar zijn antwoorden zijn gekruid met bitterheid, niet alleen tegenover rechts maar ook tegenover leden van zijn eigen partij en beweging.

Zoals Kinnock het ziet, was de mediahetze niet op de eerste plaats een persoonlijke campagne tegen hem, maar was ze eerder gericht tegen 'het stijgende succes en de aantrekkingskracht van de Labour Party'.

Vastbesloten om Labour van de overwinning te houden, 'kwamen de hoofdredacteurs van de roddelpers samen, met uitzondering van de Daily Mirror, op de donderdag voor de verkiezingen', legt Kinnock uit.

'Ze besloten hun aanvallen op de Labour Party te coördineren.' Twee dagen later haalden The Sun, de Daily Express en de Daily Mail een oude speech van Toryminister van Binnenlandse Zaken Kenneth Baker uit de kast, waarin die beweerde dat Labour plannen koesterde voor een opendeurbeleid tegenover immigranten. Kinnock herinnert zich dat deDaily Express zelfs zover ging gratis duizenden kranten te verspreiden in streken met felbetwiste zetels. 'Een deel van de campagne was tegen mij gericht,' zegt hij, 'maar in essentie was ze gewoon anti-Labour. Tegen de Labour Party, want zij vreesden dat Labour zou winnen.'

Op de dag van de verkiezingen kwam The Sun op de proppen met een schandelijke waarschuwing op haar voorpagina: 'Als Kinnock vandaag wint, kan de laatste persoon die Groot-Brittannië vaarwel zegt, dan de lichten doven?' De Tory's kaapten de overwinning weg onder de neus van Labour, waardoor 's anderendaags de feestvierende krant blufte: 'Het is The Sun die won.'

Niet dat het volledig aan de media lag. De Labourleiders brachten maar weinig bezieling teweeg onder het kiezerspubliek, en een domme, al te triomfalistische meeting in Sheffield op de avond vóór de verkiezingen hielp natuurlijk ook niet (Kinnock was het podium opgeklommen en stond er opgewonden te roepen: 'Wij zijn geweldig!').

Maar deze episode zet wel een essentiële waarheid over de Britse media in de verf: een vrije pers bestaat niet in Groot-Brittannië. Onze pers is wel vrij van directe regeringsinmenging, maar dat is iets heel anders. In de plaats van door de overheid worden de meeste populaire media gecontroleerd door een klein aantal politiek gemotiveerde eigenaars. Hun greep op de media is een van de efficiëntste vormen van politieke macht en invloed in het moderne Groot-Brittannië. De grenzen van het aanvaardbare politieke debat worden meedogenloos bewaakt, vooral door de roddelbladen.

Wie daarop een inbreuk pleegt, mag een kruisiging door het dagblad verwachten. Met andere woorden, de media zijn een reële pijler van het establishment - hoewel vele journalisten dit een onaangename waarheid zullen vinden.

'Het is zonneklaar dat er geen vrije media bestaan', vertelt schaduwminister van Labour Angela Eagle me terwijl we samen in Portcullis House zitten, het café van het parlement dat wemelt van ministers, backbenchers, journalisten en ambitieuze onderzoekers. 'De media worden ideologisch gestuurd door hun eigenaars, die er specifieke zienswijzen op nahouden waarmee jij of ik voor het grootste deel waarschijnlijk niet akkoord zou gaan. Ik wilde dat dat wat meer zou worden benadrukt en begrepen.'

In 1992 vond het systematisch bekladden van Kinnock en Labour niet alleen zijn oorsprong in de vrees dat het beleid van de jaren 1980 - dat het moderne establishment had vormgegeven - zou worden teruggedraaid. In de jaren 1970 had de belangrijke wegbereider Madsen Pirie over een 'omgekeerd palrad' gesproken om de naoorlogse consensus te doorbreken. Wie zou er zijn hand voor in het vuur durven steken dat een overwinning van Labour in 1992 niet hetzelfde effect zou kunnen hebben voor het establishment van na 1980?

Tijdens zijn voorzitterschap had Kinnock laten vallen dat de macht van de media onder een Labourregering zou kunnen beknot worden. In 1986 had hij voorgesteld om, naar het voorbeeld van de Verenigde Staten, buitenlands eigenaarschap van Britse media aan banden te leggen. Dat zou het ogenblikkelijk onmogelijk hebben gemaakt voor Rupert Murdoch, van Australische komaf maar later Amerikaans staatsburger geworden, om nog eigenaar te zijn van Britse kranten.

'En als eigenaars er zouden aan denken om de Britse nationaliteit te verwerven om met de wetsbepalingen in orde te zijn', gniffelt Kinnock, dan zouden tijdens een Labourregering 'deze aanvragen onder een dikke laag stof in een schuif van de minister van Binnenlandse Zaken zijn blijven liggen.'

Rupert Murdoch

Rupert Murdoch © Reuters

Dat was volgens Kinnock het moment waarop Murdoch 'besloot dat het antagonismeniveau moest worden verhoogd naar "aanvalsoorlog"'.

Tom Watson is een potige kerel met een bril en een sterk West Midlands-accent. De strijd van de jaren 1980 staat hem nog scherp voor de geest. Op het moment van onze ontmoeting in zijn parlementair bureau was hij nog de campagnemanager van Labour, maar in juli 2013 gaf hij zijn ontslag nadat hij een brief had geschreven waarin hij hevig van leer trok tegen 'de marketeers, de spindoctors en de speciale adviseurs'.

Lange tijd werd hij afgeschilderd als een domme politicus, een vechtersbaas die blindelings trouw was aan zijn mentor Gordon Brown. Het is een beeld dat Watson resoluut afwijst. Toen hij in 1983 als vijftienjarige knaap lid werd van Labour was de partij volgens hem 'bezig zichzelf te vermoorden'.

Zoals hij het toen zag, was de strijd gericht tegen linkse 'indringers die de partij wilden overnemen'. Labour 'werd superpragmatisch' om zo de verkiezingen te kunnen winnen 'voor de mensen die we vertegenwoordigen'.

'Wie inbreuk pleegt op de grenzen van de roddelbladen, mag kruisiging verwachten'

© Reuters

Maar toen Watson zich realiseerde welke rol de Britse media spelen, herzag hij zijn mening. 'De media gaven een totaal vertekend beeld van wat er aan de hand was', zegt hij. 'Wat er gebeurd was, was dat Margaret Thatcher in Chequers [ook wel Chequers Court genoemd, is sinds 1921 het officiële buitenverblijf van de eerste minister van het Verenigd Koninkrijk. Het ligt in Buckinghamshire, op een zestigtal kilometer van Downing Street 10, de officiële ambtswoning van de premier in Londen. (n.v.d.v.)] een geheime ontmoeting had gehad met Rupert Murdoch, die een bod deed op The Times en The Sunday Times.'

Murdoch had Thatcher al gebriefd over zijn plannen: hij zou de vakbonden aanpakken en het personeelsbestand met 25 procent inkrimpen. Na deze ontmoeting bracht de regering-Thatcher de Monopolies and Mergers Commission niet op de hoogte van Murdochs bod.

De commissie beschikte over de bevoegdheid om deze monopolievorming, die de grootste krantengroep van Groot-Brittannië in het leven zou roepen, te blokkeren. 'Zeer machtige media, die politici kunnen maken of breken, die ging men het hof maken, daar ging het toen om.'

Gans de jaren 1980 en in het begin van de jaren 1990 had de Murdochpers loyaal het project van Thatcher verdedigd en tegelijk Labour en de vakbonden beklad en beschimpt. Thatcher en Murdoch, het was een natuurlijk huwelijk. Murdoch was ook een hevige voorstander van de rechts-populistische opvatting over een afgeslankte staat.

Toenmalig Brits premier Tony Blair in 2006 in Irak

Toenmalig Brits premier Tony Blair in 2006 in Irak © Reuters

Maar niet lang nadat hij in april 1992 John Major naar Downing Street 10 had helpen katapulteren, begon de Torymotor te sputteren. Slechts een paar maanden na Kinnocks pak slaag, werd Groot-Brittannië op de zogenaamde 'Zwarte Woensdag' van 16 september 1992 verbannen uit het Europese wisselkoersmechanisme. Miljarden ponden gingen bij die catastrofe verloren. De economische geloofwaardigheid van de Conservatieven lag aan diggelen en de chaotische regering-Major sleepte zich voort van de ene crisis over de Europese Unie naar het andere schandaal in het privéleven van ministers.

Maar nog crucialer was dat er bij Labour schijnbaar verandering op til was. Na de plotse dood van de sociaaldemocratische leider-oude-stijl John Smith in mei 1994, kwam de charismatische Tony Blair uit Labours rechtervleugel aan het hoofd van de partij. Blair beloofde dat hij zou breken met de historische toegewijdheid van Labour aan staatsbedrijven en aan andere al lang bestaande principes.

New Labour, zoals de nieuwe stijl ging heten, scheen niet langer enige bedreiging te vormen voor de door het thatcherisme gevestigde politieke orde. In juli 1995, toen heel het land met de Tory's lachte, spoedde Blair zich voor een ontmoeting met Rupert Murdoch naar het Australische eiland Hayman.

Tony Blair en Gordon Brown

Tony Blair en Gordon Brown © Reuters

En twee maanden voor de verkiezingen van 1997 maakte The Sun een bocht van 180 graden richting Blair. New Labour won glansrijk de verkiezingen. 'De behandeling die mij te beurt was gevallen, had Tony Blair en Gordon Brown doen schrikken en Alastair Campbell [de spindoctor van New Labour, n.v.d.a.] witheet van woede gemaakt', zo rationaliseert Kinnock die situatie. 'Daarom wilden ze een poging ondernemen om, voor zover dat mogelijk was, die antagonistische pers te neutraliseren.'

Volgens de New Labourelite was het cruciaal voor hun overwinningskansen om The Sun voor zich te winnen.

David Wooding kun je bezwaarlijk een typische Sun-journalist noemen. Hij komt uit een arbeidersbuurt in Liverpool, een stad die van zijn krant niets meer moest hebben nadat ze de leugens van de politie had gepubliceerd over de omstandigheden waarin zesennegentig voetbalfans van Liverpool FC bij het drama van Hillsborough van april 1989 waren omgekomen.

Veel krantenwinkels in Liverpool boycotten nog altijd The Sun, en de verkoop in de stad bedraagt ook vandaag nog maar amper een kwart van de 55.000 exemplaren die voor het drama elke dag van de hand gingen.

Wooding is een man met vroegtijdig grijs haar en met een glazen oog - de erfenis van een auto-ongeluk in zijn jeugd - maar met een levendige en vriendelijke uitstraling. In de jaren 1980 heeft hij samengewerkt met Alastair Campbell, een irritante broodschrijver met een onverdeelde sympathie voor Labour, die door Blair bij de Daily Mirror werd weggehaald.

Alastair Campbell

Alastair Campbell © Reuters

Tijdens de verkiezingsnacht van 1997 was Wooding voor The Sun verslag aan het uitbrengen vanuit Sedgefield, het kiesdistrict van Blair, toen hij door Campbell werd uitgenodigd in diens kantoor. 'Ik vroeg hem wat het grootste keerpunt was in de verkiezingscampagne,' herinnert Wooding zich, 'en hij zei dat zonder twijfel het grootste keerpunt, dat geleid heeft tot de overwinning van Labour, was toen The Sun ons begon te steunen.'

'Ik kan Blairs verlangen om de vijandschap te temperen begrijpen', vertelt Tom Watson. 'Je mag niet vergeten dat de beweging op voet van oorlog leefde met The Sun, of beter, The Sun voerde oorlog tegen de beweging. Daarom kan ik er inkomen dat hij een persoonlijke relatie wilde ontwikkelen met die machtige, belangrijke mediafiguur.'

Watson komt erg relaxed over, hij leunt achterover in zijn stoel met zijn handen achter zijn hoofd. Maar toch is hij een man die heel wat redenen heeft om meer dan verbitterd te zijn over het verbond tussen New Labour en Murdoch.

In 2006 nam hij ontslag uit de regering-Blair en drong er bij de eerste minister op aan om zijn voorbeeld te volgen. Tony Blair was furieus en omschreef Watson als 'ontrouw, onbeschoft en fout', maar uiteindelijk bespoedigde het aftreden van Watson het ontslag van Blair als Labourleider en premier in juni van het jaar nadien.

Watson was er zeker van dat Blairs vrienden er bij Murdochs News International (nu News UK) op hadden aangedrongen om als wraak de carrière van Watson te ruïneren. In 2009 beweerde The Sun onterecht dat de voormalige staatssecretaris op het ministerie van Defensie deel uitmaakte van een samenzwering om Tory's door het slijk te halen met bezwarende verhalen over hun privéleven. De krant moest Watson een schadevergoeding betalen wegens smaad.

Watsons ervaring maakt duidelijk dat Blairs relatie met het Murdochimperium veel verder ging dan een van neutraliteit: het was een vertrouwelijke relatie geworden. Die ging zelfs zo ver dat Blair in feite deel ging uitmaken van de Murdochclan. Na zijn aftreden als eerste minister werd Blair peetvader van een van de jonge kinderen van Murdoch en hij was erbij, in het wit gekleed, toen het kindje gedoopt werd tijdens een ceremonie aan de oevers van de rivier de Jordaan.

Delen

Na zijn aftreden als premier werd Blair peetvader van een van Murdochs kinderen

'Er is iets fundamenteels mis als eender welke politicus zulk soort geheime vriendschap onderhoudt met iemand in die positie', zegt Watson.

Het Murdochimperium had zich aan de zijde van Blairs New Labour geschaard omdat het geloofde dat de bedreiging die deze partij ooit vormde, was weggeëbd - gedeeltelijk dankzij de inspanningen van Murdoch en co zelf. En de Tory's waren hoe dan ook op sterven na dood.

Maar Murdoch was er ook van overtuigd dat hij belangrijke politieke toegevingen van Labour kon afdwingen. Wat hem inderdaad ook lukte. Nadat New Labour aan de macht was gekomen, huurde News International het politiek consultancybureau Lawson Lucas Mendelsohn in om de Employees Relations Act, een zeer bescheiden wettekst over de rechten van werknemers, aan te passen.

'Zij lobbyden met succes om een wettekst door te drukken die werknemers het verbod oplegde om zich collectief te organiseren in Wapping [waar de drukkerij van News International gevestigd is, n.v.d.a.]', zegt Watson. 'Ze hadden de vakbonden buiten gewerkt en Murdoch was niet van plan om hen terug toe te laten.'

Het establishment, van Owen Jones

Het establishment, van Owen Jones © EPO

In plaats daarvan zette de wet de deur open voor personeelsverenigingen onder controle van het bedrijf, als een surrogaat voor een vakbond.

Maar de politieke macht die het Murdochimperium uitoefende, had een complex karakter. In feite had het zelfs geen behoefte aan rechtstreekse pressie omdat iedereen dit machtige en gevaarlijke beest aan zijn kant wilde hebben. De politici van New Labour vermeden angstvallig elke maatregel die deze machtige mediakolos op de tenen zou trappen. 'Zij oefenen een subtiele druk uit, over kwesties die je nog niet aan de orde hebt gesteld of over de manier waarop jij je prioriteiten bepaalt', aldus Watson.

Onze partners