VS vreest voor chemische wapens in handen extremisten

05/09/14 om 14:05 - Bijgewerkt om 14:05

De Verenigde Staten vrezen dat de Syrische overheid chemische wapens verborgen heeft gehouden. Islamitische extremistische militanten die de controle hebben over grote delen van het land, zouden die nu in handen kunnen krijgen.

VS vreest voor chemische wapens in handen extremisten

Vrouwen worden verzorgd in een ziekenhuis nadat ze getroffen werden door een gasaanval. © Reuters

De Verenigde Staten vrezen dat de Syrische overheid chemische wapens verborgen heeft gehouden voor de internationale operatie die het land het afgelopen jaar moest ontwapenen. Zo zouden islamitische extremistische militanten, die de controle hebben over een groot deel van Syrië, die wapens in handen kunnen krijgen.

'96 procent van de wapens vernietigd'

Sigrid Kaag, de vertegenwoordiger van de Verenigde Naties (VN) die aangesteld werd om de operatie in Syrië te leiden, briefte de VN-Veiligheidsraad over de ontwapening van het land. Daarbij meldde ze dat 96 procent van Syriës aangegeven chemische wapens - inclusief het meest dodelijke materiaal - werd vernietigd. Dat schrijft The New York Times.

Maar Kaag liet ook verstaan dat een antwoord uitblijft op de vraag of Syrië alle aanwezige chemische wapens wel degelijk heeft aangegeven. Ook moet het land nog zeven hangaars en vijf tunnels die gebruikt worden voor de aanmaak en opslag van de wapens, vernietigen.

'Risico als chemische wapens werden achtergehouden'

De Amerikaanse VN-ambassadrice Samantha Power uitte haar bezorgdheid over de mogelijk niet aangegeven wapens. Die zouden volgens haar in handen van de Islamitische Staat (IS) terecht kunnen komen. 'Er is zeker een risico als er nog chemische wapens in Syrië aanwezig zijn', citeert The New York Times Power. 'En we kunnen ons niet indenken wat zo'n groepering zou doen als het zulke wapens in zijn bezit zou hebben.'

Power was sceptisch over de toewijding van Syrië in de ontwapeningskwestie. Syrië zou zich volgens haar niet gehouden hebben aan het tijdschema voor de export en vernietiging van de chemische wapens, waardoor de operatie vertraagd werd tot na de oorspronkelijke deadline van 30 juni.

Ze beschuldigde de Syrische strijdkrachten er nogmaals van gefabriceerde wapens gebruikt te hebben, zoals bommen gevuld met chlorine, tijdens de burgeroorlog in het land. Chlorine staat niet op de lijst van verboden chemicaliën, maar het gebruik ervan als wapen zou ingaan tegen het akkoord dat Syrië tekende en gezien kunnen worden als oorlogsmisdaad, aldus The New York Times.

Bombardementen vermeden door akkoord te tekenen

De Syrische overheid ging er in september 2013 mee akkoord om chemische wapens af te zweren, de voorraad ervan in het land te vernietigen en zich bij het verdrag dat het gebruik ervan verbiedt, aan te sluiten. Het akkoord werd door Rusland en de Verenigde Staten bemiddeld.

Met het akkoord kon de Syrische overheid vermijden dat de VS Syrische militaire sites bombardeerde in een reactie op het gebruik van saringas bij Damascus. De aanval met saringas zou volgens de VS en bondgenoten honderden burgers gedood hebben en zou door het Syrische leger uitgevoerd zijn. Hoewel president Bashar al-Assad ontkende en de schuld bij de rebellen in het land legde.

'Weinig waarschijnlijk dat Syrië controle over wapens verliest'

Ondanks het wantrouwen van Power, lijken experts tevreden over de ontwapeningsoperatie in Syrië, schrijft The New York Times. De directeur-generaal van de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens, Ahmet Uzumcu, zegt dat de werkzaamheden 'goed verlopen' en dat het proces nog zes of zeven maanden kan duren, zo staat nog te lezen in de krant. Sommige experts verwachten geen herhaling van de aanval met sarin of andere verboden stoffen.

'Het is mogelijk dat kleine hoeveelheden van bepaalde materialen door het regime van Assad werden achtergehouden', zegt Daryl Kimball van de Arms Control Association uit Washington in de krant. 'Is het waarschijnlijk of mogelijk dat de overheid de controle erover verliest? Alles is mogelijk, vooral in Syrië, maar ik zou het weinig waarschijnlijk achten.'

Lees meer over:

Onze partners