Verkiezingen bieden Congolese straatkinderen weinig hoop

17/10/11 om 15:59 - Bijgewerkt om 15:59

De nieuwe regering van de Democratische Republiek Congo na de verkiezingen van 28 november heeft met kinderarmoede een uitdaging van jewelste.

Verkiezingen bieden Congolese straatkinderen weinig hoop

© Reuters

Kinderarmoede is een van de vele problemen die de nieuwe regering van de Democratische Republiek Congo moet aanpakken na de verkiezingen van 28 november. In de steden leven tienduizenden kinderen op straat, en bijna zeven op de tien kinderen gaan niet naar de lagere school. Voor hulporganisaties is het vechten tegen de bierkaai.

Passion, een jongen van dertien, leefde bijna drie jaar in de straten van Goma, de hoofdstad van de provincie Noord-Kivu in het oosten van Congo. Samen met zijn twee jaar oudere broer Elia liep hij weg bij zijn moeder toen hij amper tien was. Zijn vader was jaren eerder omgekomen bij een van de talloze vuurgevechten in de streek, die al sinds de jaren negentig het toneel was van gewapende conflicten tussen het Congolese leger, plaatselijke rebellengroepen en strijders uit de buurlanden. Zonder de belangrijkste kostwinnaar gleed het gezin snel af in de armoede.

"We stalen wat we konden krijgen", vertelt Passion. "We waren agressief en gewelddadig. We deden veel foute dingen." Passion en Elia sliepen op straat, onder stukken karton, en raakten verslaafd aan marihuana en alcohol. Doordat hij veel te weinig te eten kreeg, is Passion erg klein gebleven.

Opvang

Intussen leven Passion en Elia terug bij hun moeder. Dat hebben ze te danken aan de hulporganisatie Diakonie, die in Goma onlangs een programma begon om straatkinderen op te vangen en weer naar hun familie te loodsen. Ze krijgen ook psychologische hulp en worden weer naar school gestuurd.

Zonder die hulp zou de toekomst van Elia en Passion er nog even zwart uitzien. Naino Riziki, de moeder van de twee, zit op de enige stoel in haar uit planken en opengewerkte olievaten opgetrokken hut in Kabutembu, een van de ellendigste sloppenwijken in Goma. Ze slaapt samen met haar kinderen op stromatten op de aarden vloer in haar hut. Riziki verdient wat geld als wasvrouw, maar dat is amper genoeg om haar vijf kinderen te eten te geven. Aan schoolgeld betalen hoeft ze zelfs niet te denken - één kind naar school sturen kost omgerekend 15 euro per trimester.

Scholing is het fundament waarop de volgende generatie kan bouwen om los te komen van het geweld en de armoede die het leven in Congo al zo lang bepalen, oordeelt Désiré Safari, de directeur van Diakonie. Maar hij geeft toe dat Congo voor een enorme uitdaging staat.

Tienduizenden straatkinderen

Volgens cijfers van de VN uit 2009 moet bijna 80 procent van de Congolezen rondkomen met minder dan 2 dollar (1,5 euro) per dag. Het VN-Kinderfonds Unicef schat dat acht kinderen op tien in het land gebrek hebben aan gezond voedsel, veilig drinkwater, onderwijs of gezondheidszorg. "De situatie van de Congolese kinderen is zorgwekkend. Amper een derde van de jonge kinderen gaat naar de lagere school", zegt Bertin Gbayoro, die voor Unicef Congo volgt.

Alleen al alle straatkinderen een oplossing bieden, is een hele opgave. Betrouwbare cijfers zijn er niet, maar Safari schat dat er in Goma, een stad met twee miljoen inwoners, verscheidene duizenden kinderen op straat leven. In heel Congo gaat het waarschijnlijk om ettelijke tienduizenden kinderen.

"De oorlog is bijna voorbij, maar daarmee zijn de problemen niet opgelost. De straatkinderen zijn een gevaar voor de hele samenleving geworden", zegt Safari. Zijn organisatie heeft tot dusver amper enkele honderden kinderen een oplossing kunnen bieden. De hulp is ook maar tijdelijk. Safari zou veel meer willen doen om arme gezinnen de kans te bieden hun inkomen te verbeteren en zo een uitweg te vinden uit de armoede.

Succesverhalen

De hulp die de vaak zwaar getraumatiseerde straatkinderen krijgen, leidt bovendien niet altijd tot succes. "Ze kennen geen enkele discipline", zegt Katsuva Siluhwere, de directeur van de lagere school Mont-Goma. "Soms slaan ze andere kinderen, soms stelen ze van hen. Er zijn maanden nodig om hen weer te laten wennen aan een normaal leven, als het ooit lukt."

De hulpverleners en leerkrachten putten moed uit succesverhalen. Amper zes maanden geleden behoorde de vijftienjarige Prince nog tot een jongerenbende. Nu leeft hij weer bij zijn ouders en maakt goede vorderingen op school. "Ik wil advocaat worden, misschien wel rechter", zegt Prince. Dat zou een grote stap zijn voor een jongen die toen hij op straat leefde geregeld lastiggevallen en zelfs bestolen werd door de politie. (IPS/KP)

Lees meer over:

Onze partners