Trump noemt Obama oprichter van IS - 'Ik was sarcastisch, maar niet zo sarcastisch'

13/08/16 om 00:52 - Bijgewerkt om 01:22

"Ik noem president Obama en Hillary Clinton de oprichters van Islamitische Staat. Zij zijn de oprichters", verklaarde presidentskandidaat Donald Trump. Twee dagen later stelt hij het bij.

Trump noemt Obama oprichter van IS - 'Ik was sarcastisch, maar niet zo sarcastisch'

Donald Trump © REUTERS

Hij begon het op woensdagavond tijdens een meeting te zeggen, wees donderdag de hints af van conservatieve commentatoren om de uitspraak te milderen, bijvoorbeeld in conversatie met talkradiofiguur Hugh Hewitt.

"Je bedoelt dat hij (Barack Obama) een vacuüm creëerde, dat hij de vrede verloor", opperde Hewitt.

"Nee, ik bedoel dat hij de oprichter is van IS. Doe ik. Ik geef hem de prijs van de Most Valuable Player. Ik geef die ook aan haar trouwens, Hillary Clinton".

Hewitt: "Maar hij (Obama) staat niet sympathiek tegenover IS. Hij haat ze. Hij probeert ze te doden".

Trump: "Maakt niet uit. Hij was de oprichter. Hij, de manier waarop hij Irak verliet, was dat, dat was de oprichting van IS, oké?"

Later, in een gesprek met NBC, herhaalde Trump dit: "Ik bedoel precies dat. Hij is de oprichter van IS". En in een meeting in Florida: "Hij is de oprichter van IS in een ware betekenis".

Volgens sommigen speelde Trump in op samenzweringstheorieën die in rechtse middens en bij zijn aanhang de ronde doen, en die ook door bijvoorbeeld de Russische president Vladimir Poetin naar voor zijn geschoven: dat Obama de hand had in de oprichting van IS.

CNN voorziet Trumpuitspraak van bord: 'niet waar'

En opnieuw, zoals bij vorige gelegenheden, deed een legioen aan Trump-surrogates pogingen om de uitspraken van de kandidaat in nieuwsprogramma's te verdedigen of uit te leggen. Sommigen deden het met kritiek. Voormalig speaker Newt Gingrich verklaarde op Fox News dat de kandidaat soms slechts drie woorden gebruikt waar er tien nodig zijn. Dat hij uiteraard bedoelde dat Obama met de "ondoordachte terugtrekking van Amerikaanse troepen uit Irak" een situatie had achtergelaten waarin IS kon gedijen, en minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton met hem. Gingrich betreurde het "onprecieze taalgebruik" van de eigen kandidaat.

Vrijdag, na 2 dagen waarbij CNN de nogal ongebruikelijke maatregel trof om onder de uitspraak van Trump een pancarte met "niet waar" aan te brengen, gaf Trump via een tweet aan dat hij uiteraard sarcastisch was geweest.

Korte tijd later maakte hij zich vrolijk over het feit dat "pathetische commentatoren" op tv geen vat op hem krijgen (daarbij ongetwijfeld zijn eigen surrogates).

Weer wat later, tijdens een meeting in Erie, Pennsylvania, was hij alweer minder zeker van zijn eigen sarcasme.

Iedereen wist dat het sarcastisch bedoeld was, zei hij. "Dus zei ik dat hij (Obama) de oprichter was van IS. Uiteraard ben ik sarcastisch, maar, maar - niet zo sarcastisch, om eerlijk te zijn". Tijdens de volgende meeting werd het: "een beetje sarcastisch". De president had niet alleen zijn troepen uit Irak teruggetrokken en een vacuüm gecreëerd waarin IS kon gedijen, aldus Trump, hij had ook de timing van het vertrek aangekondigd zodat de jihadisten hun offensief konden plannen. Mensen zeggen dat hij IS mogelijk maakte, aldus Trump. "Maar dat klinkt niet hetzelfde"

De zoveelste controverse rond Trump richt in ieder geval de aandacht op de buitenlandpolitiek van Obama en Clinton, maar ze komt ook terwijl Trump in toenemende mate binnen zijn eigen partij ter discussie staat. Een van de kritiekpunten is dat hij zijn boodschap niet helder en vasthoudend brengt, en dat hij van de hak op de tak springt - "als je je uitspraken moet uitleggen, deugt er iets niet", zoals een criticus-partijgenoot zei.

Senaatsleider Mitch McConnell, een lauwe Trumpsupporter, speculeerde vrijdag openlijk over het verlies van de Senaat aan de Democraten. De Republikeinse meerderheid, zei hij, is "heel onzeker". Dat alles valt goed bij de enthousiaste Trumpaanhang, maar minder bij de groepen die hij nog overtuigen dat hij president kan zijn.

Peilingen

En dat blijkt uit de peilingen, die op dit ogenblik verre van schitterend zijn voor de Republikeinse kandidaat.

NBC/Wall Street Journal/Marist publiceerden vrijdag de resultaten van peilingen waaruit blijkt dat Clinton zowel in Colorado, Florida, North Carolina als Virginia voorligt op Trump. In Florida, waar Obama twee keer won, staat Clinton op 44 procent tegen 39 procent voor Trump. In North Carolina staat Clinton op 48 tegen 39 voor Trump. Deze staat ging in 2008 naar Obama maar in 2012 maar Mitt Romney.

In Colorado en Virginia staat Hillary respectievelijk 14 en 13 procent voor. Die staten gingen in 2008 en 2012 naar Obama.

Trump zou ten minste één en liefst enkele van deze staten moeten winnen om het presidentschap binnen te halen.

Eerder peilingen toonden dat Trump ook achterstaat bij Clinton in Pennsylvania (11 procent) en Ohio (5 procent), twee staten die hij volgens zijn eigen campagne, zoals Florida, moet winnen op weg naar het Witte Huis.

'Een heel leuke lange vakantie'

In vele gevallen wordt de kloof tussen de twee groter. Meer specifiek groeit de achterstand van Trump bij vrouwen, onafhankelijken en minderheden.

Het goede nieuws voor Trump: Clinton komt nergens boven 50 procent uit, en zij zet al volop middelen in (ruim 40 miljoen in een maand), terwijl hij nog niet adverteert.

Af en toe leek Trump deze week zelf te beseffen dat de kaarten lastig liggen. In een rede voor evangelische leiders gaf hij toe dat de staat Utah problematisch is. Doorgaans is dat de meest zekere staat voor Republikeinen, maar de mormonen in de staat vinden Trump in groten getale afstotelijk.

Hij zou, zei hij in een interview met CNBC, niet toegeven aan de druk van de partij om meer klassiek campagne te voeren. "Uiteindelijk zal het werken of zal ik vertrekken, weet je? Dan neem ik een heel leuke lange vakantie", aldus Trump.

Onze partners