Rodwan Abouharb
Rodwan Abouharb
Hoofddocent Internationale Betrekkingen aan University College in Londen
Opinie

22/02/18 om 14:53 - Bijgewerkt om 14:53

'Regeringen schenden mensenrechten steeds meer in het geniep en doen mensen verdwijnen'

De wereldwijde campagne om mensenrechten te beschermen heeft een onverwacht effect: regeringen veranderen hun methoden om van politieke tegenstanders af te komen, constateert politicoloog Rodwan Abouharb.

'Regeringen schenden mensenrechten steeds meer in het geniep en doen mensen verdwijnen'

Taty Almeida, een lid van de mensenrechtenvereniging Madres de Plaza de Mayo (Mothers of the Disappeared) houdt een portret vast van Santiago Maldonado - een betoger die vermist wordt sinds beveiligingstroepen clashten met activisten in Patagonië in augustus 2017 - bij een betoging in Buenos Aires, Argentinië, 1 september 2017. © Reuters

Angst om verantwoording te moeten afleggen, heeft regeringen ertoe aangezet over te stappen van het schaamteloos vermoorden van tegenstanders naar het laten 'verdwijnen', waarbij onduidelijkheid heerst over het lot van het slachtoffer. Op die manier hoeven politieke leiders geen verantwoording af te leggen voor hun acties. De meerderheid van de verdwijningszaken blijft onopgehelderd - als gevolg van het ontbreken van een lichaam, forensisch bewijs of ooggetuigenverslagen. Zo komen de verantwoordelijke mensen en groepen weg met hun misdrijf.

Delen

Regeringen schenden mensenrechten steeds meer in het geniep en doen mensen verdwijnen.

Vaststellen hoe vaak gedwongen verdwijningen voorkomen, is lastig. Maar de praktijk lijkt steeds meer wijdverbreid te worden. Bewijs uit de Cingranelli and Richards Human Rights Database wijst erop dat het aantal landen waar zich vijftig of meer gevallen van gedwongen verdwijningen voordeden, bijna is verdubbeld van twaalf naar negentien landen tussen 2012 en 2015, het meest recente jaar waarvan vergelijkbare data beschikbaar zijn.

In september 2017 had de Working Group on Enforced or Involuntary Disapppearances van de Verenigde Naties (VN) - die begon met het verzamelen van data in 1980 - in totaal 45.120 meldingen van 'actieve verdwijningen' ontvangen in 91 landen. Aangezien veel gevallen van voor 1980 nog onopgelost zijn, is dit cijfer waarschijnlijk veel lager dan het werkelijke aantal gevallen.

Maar misschien nog zorgwekkender dan deze hoge aantallen verdwijningen wereldwijd, is het bewijs dat ik met Caroline Payne heb gepresenteerd in een artikel in The Journal of Human Rights. We ontdekten dat bij regeringen die partij zijn in het Internationale Convenant inzake Burgerlijke en Politieke Rechten, de kans groter is dan bij niet-ondertekenaars om van conventionele standrechtelijke executies over te stappen op gedwongen verdwijningen.

Het convenant moet de vrijheid en veiligheid van burgers garanderen en wordt gemonitord door de Verenigde Naties.

Onder de radar

Gedwongen verdwijning is een veelgebruikt middel door mensenrechtenschenders. In onze moderne tijd begon het met de nazi's, die geregeld mensen lieten verdwijnen tijdens de Tweede Wereldoorlog onder het Nacht und Nebel-decreet. Latijns-Amerika is berucht om zijn verdwijningen in de jaren 1970 en 1980, tijdens de militaire dictaturen in die tijd.

De door de VN gesteunde waarheidscommissie voor Guatemala schatte dat tijdens de 36-jarige burgeroorlog in dat land 45.000 mensen verdwenen. In Argentinië duren de campagnes om het lot te achterhalen van duizenden verdwenen mensen nog tot op vandaag.

Verdwijningen waren ook aan de orde van de dag tijdens de oorlog in het voormalige Joegoslavië in de jaren 1990. Naar schatting 40.000 mensen zijn verdwenen tijdens de conflicten in Kroatië, Kosovo en Bosnië-Herzegovina. De VN-Commissie voor Vermiste Personen heeft vooruitgang geboekt in het verzamelen van bewijs en heeft tot nu toe 26.000 vermisten geteld.

Op andere plaatsen wordt die vooruitgang bij lange na niet geboekt. Doordat concreet bewijs ontbreekt, is het zeer moeilijk om de daders verantwoordelijk te houden.

Wijdverbreid

Dat mensenrechtenschenders deze tactiek gebruiken, is niet moeilijk te begrijpen. Het gaat om regeringen die op alle fronten onder groeiende druk worden gezet. Dappere activisten gebruiken sociale media om mensenrechtenschendingen vast te leggen die voorheen onopgemerkt bleven. En andere regeringen en niet-gouvernementele organisaties doen nog steeds formele meldingen bij de VN-commissie voor Gedwongen Verdwijningen.

Het ondertekenen van het Internationale Convenant inzake Burgerlijke en Politieke Rechten houdt in dat meer verantwoording moet worden afgelegd over mensenrechtenkwesties. Met toetreding accepteren regeringen dus ook dat ze kunnen worden aangesproken op opvallende standrechtelijke executies. Bij gedwongen verdwijningen daarentegen kunnen ze alle betrokkenheid ontkennen, terwijl ze zich tegelijkertijd kunnen laten voorstaan op een verbeterde mensenrechtensituatie, ook al is daar nauwelijks bewijs voor.

Delen

Verbetering op bepaalde terreinen, met name standrechtelijke executies, kan eenvoudigweg een signaal zijn dat er sprake is van een strategiewijziging.

Talloze rapporten over gedwongen verdwijningen hebben betrekking op landen die het convenant hebben geratificeerd. Mensenrechtenorganisatie Human Right Watch noemt in dat verband onder meer Bangladesh.

Amnesty International stelt dat in Egypte minstens 1700 mensen zijn verdwenen sinds 2015 en wijst op de verdwijning van vijf door de politie gearresteerde jonge mannen in Chilpancingo (Mexico) rond Kerst vorig jaar.

Tot slot hebben zowel The Nation als Amnesty International gewezen op een toename van gedwongen verdwijningen in Pakistan, waarbij de veiligheidsdiensten betrokken zouden zijn. Deze praktijken waren ooit beperkt tot delen van het land dat die bij conflicten betrokken waren, maar het lijkt nu een landelijke praktijk te zijn geworden die ingezet wordt tegen bloggers en activisten die de regering bekritiseren.

Deze bewijzen waarschuwen mensenrechtenorganisaties en regeringen die zich willen inzetten voor mensenrechten dat ze in het bijzonder moeten letten op veranderingen in het gedrag van andere regeringen.

Verbetering op bepaalde terreinen, met name standrechtelijke executies, kan eenvoudigweg een signaal zijn dat er sprake is van een strategiewijziging door een regering die niet werkelijk van plan is zuiver te handelen.

Mensenrechtenorganisaties en regeringen moeten zich dit realiseren en dergelijke landen laten weten dat hun tactiekverandering niet onopgemerkt blijft.

Dit opiniestuk verscheen oorspronkelijk bij The Conversation en werd vertaald door IPS.

Onze partners