Pippa Norris
Pippa Norris
Professor University of Sydney en Harvard University
Opinie

08/08/18 om 16:32 - Bijgewerkt om 16:32

'Poetins inmenging in de Amerikaanse verkiezingen ondergraaft het vertrouwen in de democratie'

Pippa Norris, professor aan de University of Sydney en Harvard University, vreest dat de democratie in de Verenigde Staten onder druk staat, onder andere door Russische inmenging.

'Poetins inmenging in de Amerikaanse verkiezingen ondergraaft het vertrouwen in de democratie'

Mensen protesteren voor de ontmoeting van Amerikaans president Donald Trump en Russisch president Vladimir Poetin in Helsinki, Finland, 15 juli 2018. © Reuters

Steevast weerklinken er vragen over de legitimiteit van de meest recente presidentsverkiezingen in de Verenigde Staten en zo wordt het wantrouwen tussen de politieke partijen versterkt.

Deze twijfels namen toe door de tenlastelegging van twaalf Russen na een melding van de Amerikaanse geheime dienst over Russische inmenging in de verkiezingen. Russen zouden hiervoor een veelheid aan methodes gebruikt hebben, met inbegrip van fake news, desinformatiecampagnes op sociale media en pogingen om toegang tot staatsverkiezingsregisters te krijgen.

Delen

Poetins inmenging in de Amerikaanse verkiezingen ondergraaft het vertrouwen in de democratie.

Volgens de tenlastelegging drongen Russische hackers binnen in de digitale exemplaren van lijsten met geregistreerde kiezers. Dit gebeurde in diverse staten, onder andere in Illinois. Ze behielden tot enkele weken voor de presidentsverkiezingen toegang tot de lijsten. Mogelijk hadden ze de kans om gegevens en zelfs telprocedures aan te passen - hoewel het Senate Intelligence Committee besloot dat dit niet gebeurde.

De Russische inmenging en bezorgdheden rond de meest recente presidentsverkiezing versterkten de tegenstellingen tussen de Amerikaanse politieke partijen. Republikeinen spreken over fake news en het plaatsvinden van immense kiesfraude. Democraten maken op hun beurt gewag van de onderdrukking van potentiële kiezers en gerrymandering (de manipulatie van kieskringen voor politiek gewin, nvdr.).

President Trump werd met een nauwe marge verkozen tot president. Ongeveer 80.000 stemmen in drie staten bepaalden de uitkomst van de verkiezing. Het kiescollege ging uiteindelijk voor de kandidaat met het minste totale stemmen. De polarisatie tussen Republikeinen en Democraten werd nog versterkt door het Amerikaanse winner-take-all systeem en de Republikeinse controle van zowel de wetgevende als uitvoerende macht.

Het is niet nieuw dat de integriteit van het Amerikaanse kiessysteem onder druk staat. Republikeinen en Democraten doken de huidige loopgraven al in tijdens discussies over de uitslag van de Amerikaanse presidentsverkiezing in Florida in 2000, toen George Bush het opnam tegen Al Gore.

Dergelijke historische twisten zagen we ook al in vorige decennia, bijvoorbeeld rond het afschaffen van de Jim Crow-wetten in Amerika (de wetten die rassenscheiding oplegden, nvdr.). Maar de campagne van 2016 heeft enkele al lang bestaande zwaktes benadrukt en nieuwe risico's aan de oppervlakte gebracht.

Hoe ernstig hoeven electorale gebreken te zijn om te zorgen voor twijfel over de democratie zelf, en niet enkel over het kiesproces, de resultaten of de legitimiteit van de winnaar.

Vertrouwen daalt

Niet geheel onverwacht daalde de laatste tien jaar het vertrouwen van de Amerikaanse bevolking in de integriteit van hun verkiezingen.

The Gallup World Poll toont ons dat in 2016 slechts 30 procent van de Amerikanen vertrouwde in de integriteit van hun verkiezingen. Een decennium eerder ging het nog om 52 procent van de Amerikanen. Het gaat hier niet enkel om wrange vruchten van de verkiezingen van 2016 of om een globale trend. Tijdens het afgelopen decennium lag het vertrouwen van de Amerikaanse maatschappij in hun verkiezingen namelijk steevast lager dan het vertrouwen dat werd opgetekend in vergelijkbare democratieën zoals het Verenigd Koninkrijk, Australië en Canada. (zie grafiek)

Data van het World Values Survey suggereert ook dat schattingen van hoe goed Amerikaanse verkiezingen verlopen vaak verschillen afhankelijk van de partij waartoe iemand behoort. Het onderzoek toont aan dat Democraten vooral bezorgd zijn om de rol van geld in de politiek en gelijke kansen voor vrouwen. De Republikeinen maken zich dan weer zorgen om hoe de media over hen rapporteert en of er illegaal stemmen worden geronseld.

Maar hebben deze bezorgdheden het geloof in de democratie zelf aangetast?

Als directeur van het Electoral Integrity Project, opgericht in 2012, probeer ik deze vraag al jaren te beantwoorden. Voor een recent onderzoek analyseerde ik data van de World Values Survey uit 42 maatschappijen van 2010 tot 2014, en van de Verenigde Staten specifiek in 2017.

De resultaten tonen aan dat de perceptie van de integriteit van verkiezingen een sterke impact heeft op de algemene tevredenheid met de democratie, zowel in de Verenigde Staten als in andere landen. Het gevoel dat verkiezingen vrij en fair zijn hangt nauwer samen met tevredenheid over de democratie dan vele andere voorspellende factoren, zoals huishoudelijk inkomen en financiële zekerheid, geslacht, etniciteit, leeftijd en onderwijs.

De enige factor die sterker verbonden was met democratische tevredenheid was of mensen voor Donald Trump of Hillary Clinton hadden gestemd. Trump-stemmers vertonen door de band genomen een grotere tevredenheid over de democratie.

Discussies tussen de Democraten en Republikeinen over de uitkomst van de Amerikaanse verkiezingen in 2016 vormen slechts de meest recente uitdagingen voor een systeem dat al stevig onder druk staat. Andere uitdagingen zijn de rol van geld in de politiek, het gebrek aan gendergelijkheid, de vertegenwoordiging van minderheidsgroepen...

Naar mijn mening vormen al deze uitdagingen en een gebrek aan hervormingen samen een grote bedreiging voor de Amerikaanse democratie.

Dit opiniestuk verscheen oorspronkelijk bij The Conversation en werd vertaald door Stephanie Voskamp.

Onze partners