Katrien Schaubroeck
Katrien Schaubroeck
Doceert Ethiek aan de Universiteit Antwerpen
Opinie

29/07/14 om 09:05 - Bijgewerkt om 09:43

Oekraïne en Gaza: wat kan de radicale hoop van de Crow-indianen ons leren?

Leven in tijden die je niet begrijpt: een gevoel dat ons kan besluipen in tijden van geweld in Gaza en Oekraïne. Filosofe Katrien Schaubroeck las het levensverhaal van Plenty Coups, de leider van de Crow-Indianen, en ziet in diens radicale hoop een manier om een leven te leiden dat je niet altijd begrijpt.

Oekraïne en Gaza: wat kan de radicale hoop van de Crow-indianen ons leren?

Een vrouw in traditionele Crow-klederdracht, in Montana. © REUTERS

Boven Oekraïne werd vliegtuig MH 17 neergeschoten en Israël begon een grondoffensief in Gaza. Honderden onschuldige levens brutaal afgebroken, niet door natuurgeweld maar door mensengeweld. De journaals waren somber de afgelopen dagen, en ik moest geregeld de neiging onderdrukken om de radio uit te zetten. Het is niet dat het niet gebeurt als je het niet hoort. Het gebeurt toch. En het is vreselijk.

Het conflict tussen Israël en de Palestijnen lijkt bodemloos, maar ook de strijd tussen Oekraïne en pro-Russische verzetsstrijders verzakt hoe langer hoe meer in dieptes waar geen licht meer schijnt. Hoe los je dit op? Voor het conflict in Oekraïne lijken regeringshoofden nog oplossingen te zien, maar de oorlog in het Midden-Oosten is ook voor hen een onontwarbaar kluwen. De twee-staten-oplossing lijkt inderdaad de meest logische en wordt door velen naar voren geschoven. Maar hoe en binnen welke termijn dit ooit een haalbare realiteit wordt, blijft zo vaag dat de oplossing weinig richting en houvast biedt. Buitenstaanders worden er moedeloos van. Wat moet het niet zijn voor de betrokken partijen.

Radicale hoop

Ik las het voorbije weekend een boek van filosoof Jonathan Lear. De titel is Radical Hope. Ik had het niet zo gepland, maar achteraf beschouwd was het het perfecte boek om op deze hete, droefgeestige dagen te lezen. Lear beschrijft het leven van Plenty Coups, de charismatische leider van de Crow-Indianen die stierf in 1932. Hij leidde zijn volk doorheen een tijd die zo ontwrichtend en turbulent was dat de meesten van ons haast geen idee kunnen vormen van de diepgang van de catastrofe.

Uiteraard kent iedereen donkere tijden, en lijden we allemaal onder het verlies van een geliefde of van een job of van een huwelijk. Maar het verlies waarmee de Crow-Indianen geconfronteerd werden, was van een orde die de verbeelding te boven gaat. Toch slaagt Lear erin om de lezer het oncomfortabele gevoel te geven dat het om een diepmenselijk en universeel probleem gaat, dat - als zodanig - ook ons zou kunnen overkomen, en ook voor ons even verwoestend zou zijn.

De Crow-Indianen werden met uitsterven bedreigd door ziektes van de blanke bezetter en door oorlogen met andere stammen. Tussen 1830 en 1840 daalde hun aantal van 800 naar 460 gezinnen. Complete uitroeiing door hun aartsvijand de Sioux, die omwille van groeiende schaarste aan buffalo's hun jachtterrein wilden uitbreiden, werd een reële mogelijkheid. De Crow-Indianen besloten afscheid te nemen van hun eeuwenoude tradities en van de enige manier van leven die ze tot dan toe gekend hadden. In ruil voor bescherming door de blanken gingen ze in 1851 vrijwillig in een reservaat in de staat Montana wonen. Men zou de overgang kunnen samenvatten in één zin: de nomadische strijdersstam werd een sedentair boerenvolk.

Desoriëntatie van een volk

Maar Lear beschrijft in detail de desoriëntatie van ouders die niet meer wisten hoe ze hun kinderen moesten opvoeden, van vrouwen die niet meer wisten hoe ze trots konden zijn op hun man, van mannen die niet meer wisten hoe ze tot nut konden zijn voor hun volk, van kinderen die gefrustreerd werden door het gebrek aan een duidelijk toekomstperspectief. De wanhoop resoneert in de hartverscheurende beschrijving van Plenty Coups: 'When the buffalo went away the hearts of my people fell to the ground, and they could not lift them up again. After this nothing happened.' ('Toen de bizons verdwenen, vielen de harten van mijn mensen op de grond. En ze konden die niet meer oprapen. Daarna gebeurde niets.') (Lear, 2006, p.2)

Onverwoestbaar vertrouwen

Maar Plenty Coups had een onverwoestbare gave om door te zetten, en om te vertrouwen. Hij wist niet hoe de toekomst er zou uitzien maar hij vertrouwde erop dat de Crow-Indianen een toekomst zouden hebben. Hij zocht naar manieren om het leven weer zinvol te maken, om verleden en heden aan elkaar te verbinden zonder vast te roesten in tradities die geen steek meer hielden. Hoe konden ze nog strijdceremonies houden wanneer ze geen strijd meer leverden? Hoe konden ze jongens en meisjes opvoeden tot moedige Crow-Indianen wanneer er geen oorlogsmethodes meer waren om die moed te oefenen of aan af te meten?

Plenty Coups begreep dat moed een rekbaar begrip is, dat religie en spiritualiteit multirealiseerbaar zijn. Samen met zijn volk vond hij nieuwe invullingen, waarbij ze van de blanke man overnamen wat hen nuttig leek - bijvoorbeeld het schrift, waardoor de geschiedenis van de Crow kon worden doorgegeven. Hij richtte Little Big Horn College op waar de Crow-jongeren onderwezen werden in de traditie en geschiedenis van hun volk, maar ook in wiskunde, economie, psychologie, literatuur en boekhouden. Oud-leerlingen van het college studeren bij Lear aan de universiteit van Chicago.

Sitting Bull, de leider van de Sioux-Indianen, die weigerde een verdrag te tekenen, heeft zich in sterke bewoordingen erg negatief uitgelaten over de beslissing van Plenty Coups. Voor hem was het regelrechte collaboratie met de vijand. En die interpretatie houdt steek. Maar Lear wil de beslissing van Plenty Coups anders belichten. Volgens hem was het de belichaming van een uitzonderlijke vorm van hoop, namelijk radicale hoop. Het is de hoop dat er een goed leven in het verschiet ligt waarvan men de vorm nog niet kan vermoeden. Het is de hoop dat er een nieuwe samenleving mogelijk is waarvan de criteria en de doeleinden van een totaal andere orde zullen zijn, bijvoorbeeld niet langer gedefinieerd in termen van veiligheid en bescherming tegen de vijand.

Als alles zeker is, is geen hoop nodig

Vertrouwen op een toekomst die men zich eenvoudigweg niet kan inbeelden, vraagt om een geloof in medemenselijkheid en goedheid dat als naïef kan bestempeld worden, maar dat zich tegelijk opdringt als de enige mogelijkheid. De Crow-Indianen moesten zichzelf heruitvinden. Die noodzaak had alles te maken met groot onrecht hen aangedaan door de blanke bezetters. Hoewel ze er ook hadden voor kunnen kiezen om te strijden tot het einde (zoals de Sioux-Indianen), kan men niet anders dan blij en dankbaar zijn dat ze een andere manier hebben gevonden om de situatie te overleven. Hun wanhoop maakte plaats voor hoop.

Hoop veronderstelt uiteraard altijd een vorm van onzekerheid. Als alles zeker was, was er geen hoop nodig. Maar de hoop die Plenty Coups belichaamde, was van een uitzonderlijke soort. Het was hoop gericht op een toekomst waarvan hij wist dat hij die zich onmogelijk kon inbeelden omdat hij de concepten nog niet bezat waarmee haar te begrijpen. De Crow-Indianen moesten nieuwe waarden en nieuwe standaarden ontwikkelen die hen opnieuw zouden toelaten om een goed leven na te streven en om een onderscheid te kunnen maken tussen een goede en een slechte toekomst. Plenty Coups hoopte op een goede afloop zonder te weten wat hij daarmee bedoelde. Dat is radicale hoop. Het is de hoop die ook Israëli's en Palestijnen nodig hebben.

Een andere rol voor de onrechtvaardig behandelde

Men zou Lear politieke naïviteit en morele blindheid kunnen verwijten, want nergens gaat hij uitgebreid in op de politieke en morele fouten die de blanken gemaakt hebben. Maar ik denk niet dat hij daar blind voor is. Hij neemt dit onrecht aan als een historisch feit dat al lang geen argumentatie meer behoeft. Hij wil de onrechtvaardig behandelde in een andere rol dan de slachtofferrol plaatsen. Hij laat de kracht zien van een Indianenstam die alles verloor wat ze had, maar die integer bleef en overleefde doordat ze erin slaagde om een nieuwe invulling te geven aan wat een goed leven voor een Crow-Indiaan betekent.

Hoop voelt beter dan wanhoop, en daarom wordt het vaak weggezet als kinderlijk wensdenken. Maar tegelijk vraagt hoop ook om moed en lef. Wanneer men er de geschiedenis op naslaat, zijn het de hoopvollen die het goede laten zegevieren (denk aan Nelson Mandela, Mahatma Gandhi, maar ook aan Winston Churchill). In het geval van de Crow-Indianen was de hoop die nodig was om de wanhoop te verdrijven radicaal. Want het was niet zo dat het leven van de blanke onderdrukker goed was en dat van de bedreigde Crow-Indianen slecht. Hun hoop kon niet gegrond zijn in het geloof dat zij aan de goede kant stonden.

Een leven leiden dat je niet begrijpt

Lange tijd leefden de Crow-Indianen in een overgangsfase, waarin niets hen goed toescheen, waarin hun traditionele concepten van goed en slecht leeg en daarom nutteloos waren. De idealen die hun leven zin en betekenis gaven toen ze nog nomadische strijders waren, waren volkomen achterhaald.

In het reservaat probeerden ze een leven te leiden dat ze niet begrepen. Maar ze vertrouwden op het menselijk vermogen steeds opnieuw invulling te geven aan een goed leven, en ze slaagden. De Sioux-Indianen daarentegen weigerden hun traditionele manier van leven op te geven, en zij kozen het pad van verzet. Jonathan Lear benadrukt dat beide keuzes valabel zijn. Het gaat er niet om een van de twee te verdedigen. Het gaat erom te begrijpen waarom ook de keuze van Plenty Coups bewonderenswaardig is, en waarom ze tot inspiratie kan dienen voor wie de moed verliest bij het aanschouwen of ondergaan van wrede, schijnbaar uitzichtloze oorlogen.

Jonathan Lear, Radical Hope. Ethics in the face of cultural devastation, Harvard University Press, 2006.

Onze partners