'Naschokken in Italië kunnen nog jaren doorgaan'

01/06/12 om 15:43 - Bijgewerkt om 15:43

Het noorden van Italië is nog maar eens getroffen door een reeks naschokken tot 3,3 op de magnitudeschaal. Donderdag werden er meer dan 50 naschokken geregistreerd.

'Naschokken in Italië kunnen nog jaren doorgaan'

© Reuters

De regio Emilia-Romagna is afgelopen maand twee keer door elkaar geschud na zware aardbevingen. De bewoners van de getroffen streek kamperen buiten en zijn niet erg happig om terug te keren naar hun huis, als het er al nog staat.

In het getroffen gebied rond de stad Modena werden 32 bijkomende tentenkampen opgericht naast degenen die al na de aardbevingen van 20 mei opgericht waren. Vele slachtoffers kregen onderdak in sportzalen, scholen of spoorwagons.

Volgens de Corriere della Sera verblijven echter duizenden mensen in privé-tenten, die ze hebben opgezet in de buurt van hun woningen. "We willen onze beschadigde huizen niet zonder toezicht achterlaten", zei een van de slachtoffers. In de winkelcentra in grootsteden als Bologna of Modena waren de tenten in een mum uitverkocht.

Plunderaars

Ondertussen proberen de autoriteiten geruchten de kop in te drukken dat er binnenkort opnieuw een zware schok komt. Geruchten die volgens de autoriteiten ingegeven zijn door plunderaars.

Volgens experts kunnen de naschokken nog weken, maanden of zelfs jaren doorgaan. Door de aardbevingen is er voor meer dan twee miljard euro schade toegebracht aan de wegeninfrastructuur, huizen en fabrieken.

3500 bedrijven moesten volgens de vakbond CGIL gesloten worden, 20.000 werknemers verloren hun job. Alleen al in de landbouw en de levensmiddelensector bedraagt de schade een half miljard euro, aldus de boerenbond Coldiretti.

24 doden

Bij de beide aardbevingen van 20 en 29 mei zijn in de regio Emilia-Romagna in totaal 24 mensen omgekomen en 400 anderen verwond. Zo'n 14.000 mensen verloren hun onderkomen.

Het Openbaar Ministerie in Modena kondigde het begin van een onderzoek aan tegen industriebedrijven op verdenking van het niet naleven van de veiligheidsvoorwaarden bij de bouw van de fabrieken. Een groot deel van de dodelijke slachtoffers is tijdens de aardbevingen bij de instorting van fabrieks- en bedrijfshallen om het leven gekomen.

"Die hallen werden mogelijk kostenbesparend gebouwd, maar nu betalen we voor die besparingen een hoge prijs", zei procureur Vito Zincani.

Volgens de voorzitter Giorgio Squinzi van de industriesector Confindustria zijn die beschuldigingen bij de haren getrokken. "De bouwwerken waren conform de voorschriften. Bovendien was de omgeving niet als aardbevingsgebied erkend". (Belga/TE)

Onze partners