Mossack Fonseca werkte met mensen en bedrijven op Amerikaanse zwarte lijst

05/04/16 om 01:20 - Bijgewerkt op 04/04/16 om 23:26

Niet alleen politici en bedrijfsleiders klopten de afgelopen jaren aan bij offshoreleverancier Mossack Fonseca. Ook vermoedelijke financiers van het terrorisme en wapensmokkelaars waren klant bij het Panamese advocatenkantoor.

Mossack Fonseca werkte met mensen en bedrijven op Amerikaanse zwarte lijst

Mossack Fonseca © Mossack Fonseca

Midden 2014 in de Syrische stad Aleppo. Op een zonnige ochtend slaan twee oudere mannen rustig een praatje terwijl ze van een kop koffie slurpen. Vanop hun plastic stoelen houden Sabri Wahid Asfur en zijn vriend Abu Yassin hun buren in de gaten.

Mossack Fonseca werkte met mensen en bedrijven op Amerikaanse zwarte lijst

© ICIJ

Plots vallen enkele bommen uit de lucht die enkele seconden later ontploffen. Duizenden stukken spijkers en wapening vliegen alle kanten uit. Zodra de rook wat optrekt, gaat Asfur op zoek naar Abu Yassin: 'Zodra ik weer wat zag, keek ik naar mijn vriend. Zijn lichaam was aan flarden gereten', herinnert Asfur zich. 'Hij blies zijn laatste adem uit.'

Sinds Syrië in maart 2011 in een burgeroorlog verzeild is geraakt, liet het regime van president Bashar al-Assad honderden van die bombardementen uitvoeren. Zo joeg hij duizenden burgers de dood in.

Het dodelijke luchtoffensief zou nooit mogelijk geweest zijn zonder een netwerk van bedrijven dat internationale embargo's omzeilde, volgens de Amerikaanse autoriteiten. Hoe raakte het Syrische regime anders aan olie en gas om zijn vliegtuigen in de lucht te houden?

Drie bedrijven die volgens de VS brandstof leverden aan het regime-Assad, waren klanten van Mossack Fonseca. Dat Panamese advocatenkantoor hielp die ondernemingen offshorebedrijven op te zetten in de Seychellen, een belastingparadijs in de Indische Oceaan. Zelfs nadat de Amerikaanse regering de drie bedrijven op haar zwarte lijst gezet had van ondernemingen die de Syrische oorlogsmachine steunden, bleef Mossack Fonseca voor zeker een van hen werken.

'Alsof je het doodsvonnis van je bedrijf wilt tekenen'

Mossack Fonseca heeft zijn hoofdzetel in Panama. Maar de firma heeft filialen in de hele wereld. Uit onderzoek van Süddeutsche Zeitung en het internationaal consortium van onderzoeksjournalisten ICIJ, waaronder De Tijd, Knack/MO* en Le Soir, blijkt dat het advocatenkantoor met zeker 36 individuen of bedrijven werkt die op de Amerikaanse zwarte lijst stonden. Soms werd de samenwerking stopgezet voor de bedrijven of personen in kwestie op de zwarte lijst belandden. In andere gevallen waren die ondernemingen of mensen nog altijd klant bij Mossack Fonseca.

Uit de gelekte bestanden blijkt dat Mossack Fonseca jarenlang geld verdiende door schermvennootschappen op te zetten die gebruikt werden door vermoedelijke financiers van het terrorisme en oorlogscriminelen in het Midden-Oosten, door drugskoningen en -koninginnen uit Mexico, Guatemala en Oost-Europa, door kernmachten Iran en Noord-Korea en door wapenhandelaars in zuidelijk Afrika.

'Het lijkt wel of je het doodsvonnis van je bedrijf wilt tekenen als je zoveel verschrikkelijke mensen als klant aan boord neemt', zegt Jason Sharman, een politieke wetenschapper aan de Griffith University in Australië en medeauteur van een baanbrekend onderzoek naar anonieme bedrijven.

Mossack Fonseca ontkent iets mispeuterd te hebben. 'We rekenen erop dat tussenpersonen, zoals banken en andere advocatenkantoren, de achtergrond checken van klanten die zij naar ons doorsturen', zei een woordvoerder van Mossack Fonseca aan ICIJ.

Volgens de woordvoerder heeft Mossack Fonseca nooit bewust toegestaan dat zijn bedrijven 'gebruikt werden door individuen die een band hadden met Noord-Korea, Zimbabwe, Syrië en andere landen' die op een sanctielijst staan.

Brandstof voor oorlog

In 2014 vaardigden de VS een reeks sancties uit. Daardoor konden Amerikaanse burgers niet langer zaken doen met bedrijven of individuen die ervan verdacht werden het Syrische regime te steunen. Een van die bedrijven was Pangates International Corporation Limited. Het bedrijf was gespecialiseerd in olieproducten en had zijn hoofdzetel in de Verenigde Arabische Emiraten. Het was meer dan tien jaar klant bij Mossack Fonseca.

De VS zetten Pangates in 2014 op de zwarte lijst. Ze beschuldigden het bedrijf ervan het Syrische regime brandstof voor militaire vliegtuigen geleverd te hebben. 'Elk gevechtsvliegtuig van de Syrische luchtmacht heeft die brandstof nodig', zegt Nick de Larrinaga van Jane's Defence Weekly Europe. Pangates maakt deel uit van de Abdulkarim Group, een Syrisch bedrijf met hoofdzetel in Damascus.

De VS namen ook nog sancties tegen twee andere klanten van Mossack Fonseca die vermoedelijk banden hadden met de Abdulkarim Group of diens toplui: Maxima Middle East Trading en Morgan Additives Manufacturing. Daarnaast zette het twee Syrische burgers met banden met die bedrijven op de zwarte lijst. Het gaat om Ahmad Barqawi, de topman van Maxima Middle East Trading, en Wael Abdulkarim, de topman van Pangates.

Volgens Washington regelde Wael Abdulkarim de levering van olie en vliegtuigbrandstof aan Syrië. In juni 2014 werkten Pangates, Maxima en de Abdulkarim Group volgens de VS samen met een Russisch olie- en gasbedrijf om olie vast te krijgen voor raffinaderijen die door het Syrische regime gecontroleerd werden.

'Ten onrechte op de zwarte lijst'

Morgan Additives Manufacturing houdt tot vandaag vol dat het bedrijf ten onrechte op de Amerikaanse zwarte lijst belandde. 'Barqawi stapte op bij het bedrijf voor dat op de Amerikaanse zwarte lijst kwam en Wael Abdulkarim nam ontslag toen de sancties aangekondigd werden', zei een vertegenwoordiger van Morgan Additives aan ICIJ. 'Wael Abdulkarim is vandaag geen eigenaar van Morgan Additives en hij beheert het bedrijf ook niet.'

Van de andere bedrijven en individuen die op de sanctielijst belandden omdat ze mogelijk een rol speelden in de Syrische luchtoorlog, reageerde niemand op de vele e-mails, brieven of telefoonoproepen van ICIJ.

In het verleden reageerde Pangates als wel eens op vragen over de olieleveringen aan Syrië. 'Wij verklopen aan niet-Syrische bedrijven die niet op de Europese of Amerikaanse sanctielijst staan', zei het bedrijf aan persagentschap Reuters. 'Wij weten niet precies wie die brandstof uiteindelijk gebruikt. Maar volgens onze informatie is die olie voor civiele en humanitaire doeleinden bestemd.'

Uit de gelekte documenten die ICIJ kon inkijken, blijkt dat Pangates in 1991 klant werd van Mossack Fonseca. Pas in augustus 2015, meer dan een jaar nadat Washington sancties afgekondigd had tegen Pangates, erkende Mossack Fonseca dat het bedrijf op de zwarte lijst stond.

Neef van Syrische dictator Bashar al-Assad

Uit de gelekte documenten van Mossack Fonseca blijkt verder dat het advocatenkantoor samenwerkte met Rami Makhlouf, een neef van de Syrische dictator Bashar al-Assad. Begin 2008 bestempelden de VS Makhlouf als een 'insider van het regime' en betoogden ze dat hij 'op een incorrecte manier profiteerde van en bijdroeg tot de corruptie van het Syrische regime'.

De VS bevroren alle activa van Makhlouf in de VS en verboden Amerikaanse bedrijven en mensen om met hem te werken. Later dat jaar plaatste Washington verschillende van Makhloufs bedrijven op een zwarte lijst.

In de documenten van Mossack Fonseca staat nergens vermeld dat Makhlouf op de sanctielijst stond, ook al was hij al lang klant bij het Panamese advocatenkantoor. Daar kwam in 2010 verandering in. Toen vroegen de Britse Maagdeneilanden informatie op over Drex Technologies, een bedrijf van Makhlouf dat Mossack Fonseca tien jaar eerder opgezet had. Al snel stootten werknemers van Mossack Fonseca op informatie die al jaren lang bekend was, onder meer over Makhoufs politieke banden en vermoeden van smokkel.

Bedrijven die blijven

Uit de uitgelekte documenten blijkt dat Mossack Fonseca pas in juli 2015 een duidelijk beleid uitwerkte om zich in regel te stellen met de Amerikaanse sanctielijst, ook al was daarvoor al herhaaldelijk gebleken dat het advocatenkantoor in de voorgaande jaren geregeld in de fout ging bij het checken van zijn klanten.

'Bedrijven die wereldwijd actief zijn en die die controles niet goed uitvoeren, geven terreurorganisaties, drugskartels en mensensmokkelaars de kans hun onwettige en schadelijke activiteiten voort te zetten', zegt Eric Lorber van het Financial Integrity Network, dat financiële instellingen adviseert over het naleven van de Amerikaanse sancties.

In 2012, jaren nadat Mossack Fonseca was beginnen samen te werken met de bedrijven op de Amerikaanse zwarte lijst, lichtte het advocatenkantoor zijn filiaal in Londen door. 'Het kantoor in Londen had geen duidelijke regels over de behandeling van risicovolle politici, hun familie en intimi. Het gebruikte ook geen zoekrobots om potentiële klanten te screenen', luidde het eindoordeel.

Het kantoor in Dubai, dat werkte met Pangates en andere bedrijven die op de zwarte lijst stonden voor hulp aan de Syrische luchtoorlog, kreeg op alle criteria een 'onvoldoende'. 'Zelfs eenvoudige zoekopdrachten via internet voerden ze niet uit om de achtergrond van klanten te controleren', luidde het in de audit.

In 2009 gaf het advocatenkantoor in interne communicatie toe dat het een onvolledig dossier had over een bedrijf dat later strafmaatregelen opgelegd kreeg omdat het 'voor miljoenen dollars transacties uitvoerde die het Noord-Koreaanse regime hielp bij zijn destabiliserende activiteiten'. Uit de gelekte documenten blijkt ook dat Mossack Fonseca in april 2011 nog een ontdekking deed. Het stelde vast dat de Verenigde Staten financierders van Hezbollah - een terreurgroep uit het Midden-Oosten - ervan beschuldigd hadden een schermvennootschap van Mossack Fonseca te gebruiken.

'Het bedrijf maakt deel uit van een netwerk dat gelinkt is aan het terrorisme', schreef Sandra de Cornejo, een topmedewerker van Mossack Fonseca. In mei 2011 brak het advocatenkantoor met Ovlas Trading, het bedrijf in kwestie. 'Ik begrijp niet waarom deze zaken niet bij de eerste 'due diligence'-procedure aan het licht kwamen!', schreef Jürgen Mossack in een e-mail aan collega's. 'Het is duidelijk dat er ergens wat misgelopen is.'

De advocaten van Ovlas Trading betogen dat de vennootschap opgericht was om fiscale redenen. 'Het ging grotendeels om een slapend bedrijf. Op geen enkel ogenblik was Ovlas betrokken bij witwaspraktijken, het financieren van terroristen, drugshandelaars en andere illegale activiteiten', klinkt het. De advocaten stippen ook aan dat een groot internationaal bedrijf de activiteiten van Ovlas onder de loep nam. 'Het vond geen bewijs van activiteiten waar de Amerikaanse autoriteiten het van beschuldigde', luidt het. 'De eigenaar van het bedrijf heeft ook altijd duidelijk gesteld dat hij Hezbollah niet steunt en dat ook nooit gedaan heeft.'

Banden met risicovolle bedrijven doorknippen

In een memo uit 2015 kondigt Mossack Fonseca aan dat het de banden met 35 mogelijk risicovolle bedrijven 'zo snel mogelijk' wil doorknippen 'na recente veranderingen in onze organisatie'. Het ging onder meer om bedrijven actief in de oliesector in Wit-Rusland en Rusland, mobiele telefoons, sap, tomatenpuree en kaas in het Midden-Oosten, investeringsbedrijven uit Oeganda en Guinee, rederijen uit West-Afrika en vastgoedbedrijven uit Libanon en Zimbabwe.

Mossack Fonseca werkte met mensen en bedrijven op Amerikaanse zwarte lijst

© ICIJ

'Mossack Fonseca zal niet samenwerken met bedrijven die actief zijn in land die op de Amerikaanse zwarte lijst staan, zoals Sudan en Zuid-Sudan. Het gaat ook voorzichtiger omspringen met landen waartegen enkele sancties gelden', luidt het in de memo uit 2015.

Verschillende offshorespecialisten stellen dat sanctiehandhavers in de VS en elders in de wereld te weinig aandacht besteed hebben aan tussenpersonen zoals Mossack Fonseca. Maar daar zou verandering in kunnen komen.

'Vroeger werd alleen jacht gemaakt op klanten, niet op de banken zelf', luidt het. Maar de afgelopen jaren kregen banken als HSBC en UBS historische boetes omdat ze werkten voor criminelen, fiscale frauders en overtreders van sancties. 'Dus misschien zijn die tussenpersonen binnenkort aan de beurt.'

Door Will Fitzgibbon en Martha M. Hamilton

Vertaald door De Tijd, bewerkt door Naomi Skoutariotis

Website van ICIJ over PanamaPapers

Onze partners