Frank Willems

Leidt de opkomst van China onvermijdelijk tot een oorlog met de buurlanden?

Frank Willems Gewezen voorzitter van de Vereniging België-China en redacteur van chinasquare.be

In zijn recent boek ‘China: The coming war with Asia’ suggereert J. Holslag dat oorlog tussen China en zijn Aziatische buurlanden onvermijdelijk is. Klopt dat?

China zegt voortdurend dat het vreedzaam wil vooruitgaan. China heeft als beleidsstrategie ernstige conflicten met de buurlanden te vermijden. Academici die China bestuderen, inclusief Holslag, erkennen dat. Maar kan men stellen dat de opkomst van China objectief de belangen van andere landen raakt, en dat een conflict , gewild of ongewild, waarschijnlijk is?

Leidt de opkomst van China onvermijdelijk tot een oorlog met de buurlanden?

De redenering van Jonathan Holslag verloopt als volgt: China is een opkomende macht en verstoort daardoor objectief het bestaande machtsevenwicht in de wereld. Als opkomende macht heeft het een aantal ambities: controle over de grensgebieden (Tibet, Xinjiang, Binnen-Mongolië), herovering van verloren gebied (Taiwan, betwiste eilanden in de Zuid- en Oost-Chinese Zee), nationale onafhankelijkheid en veiligheid, economische voorspoed onder leiding van de Communisitsche Partij. Die ambities zijn redelijk, en niet agressiever dan die van andere grootmachten vroeger of nu. Integendeel, China stelt dat het niet het streven naar hegemonie van grootmachten uit het verleden zal herhalen. Het wil dat oprecht, maar de objectieve realiteit is dat belangentegenstellingen met de buurlanden toenemen en dus ook de verlokking voor één van beide partijen om toch een conflict te starten. Belangrijkste kandidaten voor een conflict zijn dan Japan, India, eventueel Vietnam of de Filippijnen en natuurlijk de onafhankelijk bestuurde Chinese provincie Taiwan.

Senkaku/Diaoyu eilanden
Senkaku/Diaoyu eilanden© REUTERS

Klopt die redenering met de feiten? Een veel vermeld voorbeeld van toenemende belangentegenstellingen is de situatie in de Zuid-Chinese Zee, met eilandengroepen en territoriale wateren die door twee, drie of vier landen geclaimd worden, wat af en toe tot incidenten leidt. Daarbij wordt vergeten dat het hier om een langdurig probleem gaat, waarbij de betrokken partijen de facto de koek grotendeels verdeeld hebben door elk een aantal strategische eilanden te bezetten, en de betrokken regeringen zorgvuldig opletten het verbale geweld niet tot feitelijk geweld te laten escaleren. China claimt weliswaar de soevereiniteit over een groot deel van de Zuid-Chinese Zee maar biedt als interessant compromis gezamenlijke exploitatie van de betwiste wateren aan. Daarover zijn al onderhandelingen geweest. Waarom zou dit de belangentegenstellingen niet beheersbaar kunnen houden? Een ander veel genoemd voorbeeld is het conflict met Japan over de Diaoyu/Senkaku eilanden, aan de rand van de Oost-Chinese Zee. Ondanks alle diplomatiek lawaai is ook hier duidelijk dat voor zowel de Chinese als de Japanse regering de nauwe economische betrekkingen belangrijker zijn dan enkele rotsen in zee.

De grootste oorlog waarin China betrokken was – de Koreaanse – ligt al meer dan 60 jaar achter ons. De beperkte oorlog tegen India al meer dan 50 jaar. De schermutselingen met Rusland dateren van de jaren 60, die met Vietnam van de jaren 70. Al met al is het vooral sinds eind jaren 70 opkomende China erin geslaagd sindsdien militaire conflicten te vermijden. Ambassadeur Qu Xing van China in België merkte onlangs op dat toen de Communistische Partij van China in 1949 aan de macht kwam, China territoriale geschillen had met al zijn buurlanden. Vandaag zijn die met 12 van de 14 buurlanden opgelost.

Men mag de opkomst van China ook niet bekijken als een nulsomspel: wat China wint, verliezen de anderen. Dat klopt niet. De opkomst van China laat ruimte voor India om op te komen, voor Japan om rijk en invloedrijk te blijven, voor Vietnam om zich te ontwikkelen en zelfs voor Taiwan om het status quo en op langere termijn een ruime mate van autonomie te behouden. De economische opkomst van China biedt voor al die betrokkenen veel meer kansen dan uitdagingen.

Maar volgens Holslag degradeert de opkomst van China de Zuid-Oost Aziatische landen tot leveranciers van grondstoffen; dat zou dan een objectieve bron van spanningen zijn. Hij baseert zich op het statistisch gegeven dat het aandeel van grondstoffen in hun totale uitvoer gestegen is. Die redenering is scheef: de uitvoer van producten met toegevoegde waarde is intussen immers ook gestegen, in absolute waarde. De economische betrekkingen van China met de Aziatische buurlanden tonen een win-win patroon: iedereen gaat erop vooruit en er zijn geen noemenswaardige economische conflicten. Wie wil er in zijn eigen voet schieten door een militair conflict te beginnen?

Barack Obama en Xi Jinping
Barack Obama en Xi Jinping© Belga Image

Met het recentelijk lanceren van het Zijderoutefonds, de AIIB bank en de BRICS bank heeft China bovendien krachtige werktuigen om de buurlanden te overtuigen dat samenwerken voordeliger is dan conflicten zoeken. Honderden miljarden dollars- China zit op een valutaberg van 3500 miljard dollar- liggen klaar om te investeren in projecten die de Euraziatische logistieke integratie bevorderen. Wie wil die vandaag versmaden? Het verhaal van de AIIB bank is spectaculair. Ondanks een Amerikaanse boycot doen alle belangrijke landen mee, inclusief de Amerikaanse bondgenoten – op Japan en België na.

De thesis van een onvermijdelijke oorlog tussen China en zijn buurlanden valt niet hard te maken. Sterker, door hierop te focussen missen we de kern van de zaak. De Chinese regering en de Amerikaanse zijn het er over eens dat de belangrijkste relatie in de wereld in de 21e eeuw de Chinees-Amerikaanse is.

Zal de VS de vreedzame opkomst van China toelaten? De VS als grootmacht op de terugweg kan zich laten verleiden tot een oorlog om China af te remmen. Rechtstreeks of via bondgenoten die in de vuurlinie gestuurd worden. Zowel in de Zuid-Chinese Zee als in de Oost-Chinese Zee blijft de rol van de VS in onze media meestal onderbelicht. Sinds de draai naar Azië van de Obama-regering spoort die de Filippijnen aan om hun claim in de Zuid-Chinese Zee hard te spelen. Ze biedt de oude vijand Vietnam in diezelfde zaak hulp aan tegen China. Ze verklaart expliciet dat ze met Japan zal meevechten indien het tot een militair conflict komt over de betwiste Diaoyu/Senkaku eilandjes; die maken immers deel uit van de eerste eilandengordel rond China, waarvan vandaag alle doorgangen naar de Stille Zuidzee door de VS bewaakt worden.

Obama ging naar India omdat land nucleaire samenwerking aan te bieden. De VS haalt de banden aan met het plots van een democratisch label voorziene Myanmar, het land langs waar China een rechtstreekse logistieke verbinding met de Indische Oceaan zou kunnen aanleggen. Op economisch gebied wil de VS met het Transpacific Partnership (TPP) een economische gemeenschap uitbouwen waarvan China uitgesloten blijft.

Dus meer risico op een rechtstreeks of onrechtstreeks militair conflict VS-China dan op een autonoom conflict tussen China en zijn buurlanden. Is dat belangrijk voor Europa? Bij een conflict tussen China en de Aziatische buurlanden kan Europa comfortabel verder leven als buitenstaander en junior partner van de VS. Maar als de echte geopolitieke tegenpolen in de 21e eeuw Beijing en Washington zijn, moet Europa dan verder de VS volgen in de confrontatiepolitiek ofwel de uitgestoken hand van Beijing grijpen om samen te werken aan een welvarend Euraziatisch continent? Door te focussen op een mogelijk conflict tussen China en zijn Aziatische buren maskeer je deze keuze.

Frank Willems is redacteur van chinaquare.be, een infosite van de Vereniging België-China.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content