Khaddafi-aanhangers hebben het zwaar in vluchtelingenkampen

08/08/12 om 15:03 - Bijgewerkt om 15:03

De Libische revolutie heeft 80.000 vluchtelingen op de been gebracht. Onder hen aanhangers van Muammar Khaddafi, die het zwaar te verduren krijgen.

Khaddafi-aanhangers hebben het zwaar in vluchtelingenkampen

© Reuters

De revolutie in Libië, waarbij vorig jaar dictator Muammar Khaddafi werd afgezet, heeft geleid tot zo'n 80.000 ontheemden. Veel van hen leven onder erbarmelijke omstandigheden.

Zwangere vrouwen die miskramen krijgen door de slechte behandeling, gevangenen uit voornamelijk Afrika ten zuiden van de Sahara die onvoldoende voedsel en water krijgen, te kleine cellen, willekeurige rechtspraak door Libische milities, politiek vervolgde Somaliërs die teruggestuurd worden naar Mogadishu en honderden bootvluchtelingen die Europa niet halen omdat ze onderweg verdrinken.

Onder dergelijke omstandigheden moeten de ontheemden zien te overleven. De vluchtelingenpopulatie bestaat vooral uit Libiërs die verdacht worden van steun aan Khadaffi tijdens de revolutie en mensen die gevlucht zijn voor het voortdurende geweld tussen rivaliserende milities in het land.

Ook economische vluchtelingen en mensen die politiek asiel zoeken, bevinden zich onder de 80.000 vluchtelingen in de 25 tot 30 detentiecentra en vluchtelingenkampen die beheerd worden door de overheid, milities, het leger en de politie. Veel centra ontvangen hulp van Libische en internationale hulporganisaties, maar hun middelen zijn beperkt.

Sinds mei elke maand 100 bootvluchtelingen verdronken

"Alleen al sinds mei zijn er elke maand honderd bootvluchtelingen die Europa probeerden te bereiken, verdronken", zegt Samuel Cheung van de VN-Vluchtelingenorganisatie (UNHCR) in Tripoli. "Elke maand ondernemen duizenden wanhopige mensen de gevaarlijke tocht in vaak overvolle, niet-zeewaardige boten."

Tussen de bootvluchtelingen bevinden zich ook zwangere vrouwen en mannen met schotwonden die geen medische zorg krijgen, zegt hij.

Zo'n 20.000 van de ongeveer 35.000 ontheemde zwarte Libiërs van slavenafkomst uit Tawergha, die veelal Khadaffi steunden, zitten in vluchtelingenkampen in Tripoli en Benghazi. Zij werden tijdens de revolutie verjaagd uit Tawergha en Misrata. Tawergha werd tijdens de revolutie door Khadaffi gebruikt als basis om het rebellenbolwerk Misrata, 38 kilometer verderop, aan te vallen.

Foto's verminkte lichamen naar families

Nafisa Muhammad (31) woont nu in een benauwde, snikhete kamer van een prefab gebouw naast de weg naar het vliegveld van Tripoli. Muhammad was secretaresse aan de Universiteit van Misrata en ze heeft de "luxe" om een kamer voor zichzelf te hebben. Er zitten zo'n vierhonderd gezinnen uit Tawergha in het vluchtelingenkamp Fillah, en zij moeten vaak ruimtes delen. De vluchtelingen slapen op dunne matrassen op de grond.

"Mijn zoontje van 1 jaar is omgekomen tijdens gevechten tussen rebellen en aanhangers van Khadaffi in Misrata", zegt ze. "Twee van mijn broers zijn ook gedood. Een kwam om tijdens de gevechten. Mijn andere broer, een burger, is door militieleden ontvoerd op het vliegveld van Benghazi. In het detentiecentrum in Misrata hebben ze hem doodgeslagen. Daar was hij toen nog maar een dag."

De neef van Muhammad werd samen met andere Khadaffi-aanhangers door rebellen in benzine gedompeld en in brand gestoken, als vergelding voor de steun aan de voormalige dictator. Foto's van de verminkte lichamen werden opgestuurd naar familieleden van de slachtoffers.

Ontvoeringen

Hannah Jaballah (25), de buurvrouw van Muhammad, vluchtte tijdens de gevechten met haar man en twee dochters uit Misrata. Haar man werd een maand geleden opgepakt toen hij in Tripoli was. Hij zit nu in een detentiecentrum in Misrata. "Daar heb ik hem bezocht. Hij had een gebroken schouder en was geslagen. Ik heb geen idee wanneer hij weer vrijkomt", zegt Jaballah.

Muftah is de coördinator van het Fillah-kamp. Hij wil zijn achternaam niet geven om veiligheidsredenen. Ook hij ontsnapte uit Tawergha tijdens de oorlog. Hij durft het kamp niet te verlaten uit angst ontvoerd te worden door militieleden uit Misrata. Die vallen geregeld de kampen binnen en ontvoeren jonge mannen die meestal niet meer worden teruggezien.

"We mogen het kamp verlaten, maar de meeste mannen doen dat niet. De vrouwen halen eten en andere noodzakelijke dingen", zegt Muftah.

Cheung zegt dat zich onder de vluchtelingen ook mensen bevinden die gevlucht zijn voor het voortdurende geweld tussen milities. Dat geweld heeft deels zijn wortels in etnische spanningen en disputen over land die dateren uit het Khadaffi-tijdperk.

Medische zorg

De UNHCR zegt zich zorgen te maken over de situatie van de ontheemden en de gebrekkige rechtsgang.

"Veel ontheemden zijn naar Libië gevlucht omdat ze in hun thuisland politiek vervolgd werden. Nu worden ze teruggestuurd naar bijvoorbeeld Somalië, waar ze kans lopen gedood te worden. Anderen zijn om economische redenen naar Libië gekomen. De Libische economie draaide traditioneel op veel buitenlandse arbeidskrachten", zegt Cheung.

"De omstandigheden in de kampen zijn ver beneden de internationale standaarden en deze situatie wordt nog verergerd door het gebrek aan internationale hulp. Niet alle noodzakelijke hulp, zoals adequate medische zorg, is aanwezig. Ook is er geen consistente aanvoer van water en voedsel", zegt Cheung. (IPS/MF/SD)

Lees meer over:

Onze partners