Michael Kemper
Michael Kemper
Islamwetenschapper en hoogleraar Oost-Europese studies (Universiteit van Amsterdam)
Opinie

08/12/17 om 15:44 - Bijgewerkt om 15:50

Islamitisch radicalisme bestrijden: 'Is Rusland een voorbeeld voor de Europese Unie?'

Islamwetenschapper en hoogleraar Oost-Europese studies Michael Kemper over de Russische strijd tegen de radicale islam: 'Ruslands voortrekkersrol in het gebruiken van de islam als een constructief element van natievorming is heel dubbel.'

Islamitisch radicalisme bestrijden: 'Is Rusland een voorbeeld voor de Europese Unie?'

Ahmad Kadyrov opent een ontmoeting met veteranen van de Tweede Wereldoorlog in Grozny, 6 mei 2004. © Reuters

Rusland heeft net zo veel met het islamitische radicalisme en terrorisme te kampen als Nederland, België of Duitsland - maar reageert steevast met sterkere middelen.

Bekend zijn de acties van de veiligheidsdiensten en het leger tegen de militante ondergrondse terroristencellen die vooral in Ruslands noordelijke Kaukasus terug te vinden zijn.

Delen

Islamitisch radicalisme bestrijden: 'Is Rusland een voorbeeld voor de Europese Unie?'

Ook in grote steden als Moskou ronselen extremisten volop onder islamitische arbeidsmigranten. Maar in Rusland zijn de antiterreurmaatregelen ook nauw verbonden met een constructief beleid tegenover de islam, en hier wil ik het over hebben. Kan de islam als een beleidsinstrument gebruikt worden, en is Rusland zo misschien een voorbeeld voor de Europese Unie?

Poetin kwam in 2000 aan de macht door hardhandig in te grijpen in Tsjetsjenië, waar het nationalistische separatisme medio jaren negentig resulteerde in een plaatselijke failed state waar islamitische warlords de dienst uitmaakten.

Nadat het Russische leger Tsjetsjenië in een tweede oorlog weer onder controle bracht, mikte Poetin vervolgens op een 'tsjetsjenisering' van het conflict. Hij zette een Tsjetsjeen in als regionaal hoofd, Ahmad Kadyrov - een man van de soefistische stroming die eerder, in het toen nog separatistische Tsjetsjenië-Itsjkerië, als islamitisch opperhoofd (moefti) de jihad tegen Rusland had uitgeroepen, maar later de kant van het Kremlin koos.

Op 9 mei 2004 werd hij vermoord in het stadion van Grozny door een landmijn onder de VIP tribune tijdens een militaire parade ter ere van de Dag van de Overwinning.

Sinds het aantreden van Ahmad Kadyrov experimenteert Rusland aanvullend op het werk van de veiligheidsdiensten met het gebruiken van een gematigde islam als wapen tegen het militante extremisme. In Tsjetsjenië heeft dit redelijk goed gewerkt - de republiek is grotendeels rustig, en Ramzan Kadyrov wordt ook door niet-Tsjetsjeense moslims bewonderd; met geld uit Moskou heeft hij het land weer opgebouwd en de islamitische ondergrond grotendeels bedwongen. Zijn zoon Ramzan Kadyrov is sinds februari 2007 waarnemend president.

Veel van de overgebleven extremisten zijn naar Syrië getrokken, waar ze door Ruslands luchtmacht bevochten worden. Thuis neemt Kadyrov zijn islamitische vijanden de wind uit de zeilen door moskeeën te bouwen en de islamisering van de maatschappij te bevorderen.

Minder rustig is het in de Noord-Kaukasische buurrepublieken Dagestan, Ingoesjetia en Kabardino-Balkaria, waar een sterke man van Ramzans formaat ontbreekt; maar ook daar steunt het Kremlin vooral de lokale soefi-broederschappen als een bolwerk tegen het fundamentalisme of salafisme.

Salafisten verketteren de soefi's als ongelovigen, en de afgelopen jaren zijn vele prominente soefi's het doelwit van aanslagen geworden - want de jihad is altijd in eerste opzicht een oproep om andersdenkende moslims uit te roeien (en dan pas de niet-moslims die ze steunen). Na de tsjetsjenisering van het conflict in Tsjetsjenië komt nu dus de islamisering van de strijd tegen de radicale islam.

Delen

Na de tsjetsjenisering van het conflict in Tsjetsjenië volgt nu de islamisering van de strijd tegen de radicale islam.

Ruslands twintig miljoen moslims zijn historisch grotendeels inheems - zoals de Tsjetsjenen en Ingoesjen in de Kaukasus, maar ook de Tataren en Basjkiren. Maar vandaag huisvesten alle grote steden van Rusland ook een aanzienlijk aandeel moslims uit Centraal-Azië en de Kaukasus. De islam wordt er vertegenwoordigd door moeftiaten, 'geestelijke administraties' van de islam, wiens leiders - de moefti's - nog vooral van Tataarse afkomst zijn.

Alle deelrepublieken (zoals Tsjetsjenië in de Kaukasus, en Tatarstan aan de Wolga) hebben hun eigen moefti's, maar er zijn twee moeftiaten - een in Moskou, een in Ufa in het Oeral-gebied - die zichzelf beschouwen als vertegenwoordiger van alle moslims in Rusland. Deze moeftis concurreren met elkaar voor de sympathie van de plaatselijke moskeeën en gelovigen, maar vechten vooral om de gunst van het Kremlin, hun grootste geldschieter, direct of via omwegen.

Geld is nodig voor islamitische scholen en voor het bouwen en onderhouden van prestigieuze moskeeën. Soms worden de moefti's gedwongen om samen te werken in acties die het binnenlandse en buitenlandse beleid van Poetin steunen, maar meestal vechten ze elkaar de tent uit. En in elke regio beweert het lokale moeftiaat dat het de oorspronkelijke, historische versie van de regionale islam verdedigt. De islam in Rusland moet officieel 'traditionalistisch' zijn, patriottisch, vreedzaam en tolerant.

Het concept van 'traditionalisme' vindt zijn oorsprong in de Russisch-Orthodoxe Ker, die sinds de jaren negentig tegen de komst van 'Westerse', vooral protestantse kerken strijdt.

Voor de door Tataren gedomineerde moeftiaten betekent het 'islamitische traditionalisme' het afweren van salafistische en andere stromingen uit het Midden-Oosten en Turkije. Ook na de bezetting van de Krim werden oppositionele islamitische stromingen onder de Krim-Tataren als 'niet-traditionalistisch' bestempeld en van het schiereiland verdreven - vooral naar Kiev, waar velen zich nu pro-Europees uitspreken, samen met sommige Oekraïense nationalisten. Het moeftiaat der Krim-Tataren - voor 2014 nog een bolwerk van de Krim-Tataarse nationale beweging - is intussen een instrument van het Kremlin geworden.

Ruslands voortrekkersrol in het gebruiken van de islam als een constructief element van natievorming is dus heel dubbel. In de schaduw van de orthodoxe kerk hebben de moefti's voor meer aandacht gezorgd voor de geestelijke behoeftes van Ruslands moslims; en zelfs Poetin beklemtoont dat Rusland ook een islamitisch land is, dat de islam een belangrijke rol heeft gespeeld in de geschiedenis van Rusland. Met hun scholen en publicaties geven de moeftiaten vermoedelijk een belangrijke bijdrage aan de positieve beeldvorming over de islam, en ze bieden sommige jonge moslims ook een houvast tegen het afglijden in het radicalisme.

Maar is dit wat we ook in de Europese Unie nodig hebben? Na elke terreuraanslag wordt islamitische leiders gevraagd zich publiek tegen het radicalisme uit te spreken, hoewel ze dit al vaak gedaan hebben; en komt er een discussie op gang hoe de overheid greep kan krijgen op 'onze' islam - net als in Rusland.

Delen

Is het wenselijk om in België, Duitsland of Nederland een nationaal moeftiaat op te richten als dam tegen het radicalisme?

En ook bij ons is de islam plaatselijk door ngo's georganiseerd die meestal een bepaalde groep vertegenwoordigen. Is het wenselijk om in België, Duitsland of Nederland een nationaal moeftiaat op te richten als dam tegen het radicalisme?

Wat Rusland ons leert is, ten eerste, dat je verschillende historische richtingen van de islam niet makkelijk in één instelling kan verenigen. Ten tweede, als de staat één moefti steunt tegen anderen die een claim leggen op 'de islam', beland je in theologische disputen. Ten derde, als je één religieuze leider tot een overheidsfunctionaris maakt die in opdracht van de staat de 'traditionele' islam definieert, en andere stromingen gaat uitsluiten, werk je de politisering van de islam alleen maar in de hand.

Wat overblijft is staat en kerk (of 'moskee') strikt gescheiden te houden, en alle gelovigen de grootst mogelijke vrijheid voor het beleven van hun religie toe te staan. Rusland voldoet hier, ondanks de historisch unieke constructie, niet.

Op woensdag 13 december geeft Michael Kemper een lezing aan de KU Leuven in het kader van de lezingenreeks '1917-2017: de Russische (R)evolutie'. In een reeks van tien lezingen maken academici uit verschillende disciplines de stand van het land op: waar staat Rusland 100 jaar na de Russische Revolutie? Het volledige programma raadplegen en inschrijven doet u hier.

Onze partners