Vrije Tribune
Vrije Tribune
Hier geven we een forum aan columnisten en gastbloggers
Opinie

14/03/18 om 16:56 - Bijgewerkt om 16:59

'Irakoorlog was belangrijkste factor in de stabilisatie van de Balkan sinds uiteenvallen van Joegoslavië'

'De Amerikaanse invasie in Irak heeft mee geleid tot de instabiliteit in het Midden-Oosten. Maar wat minder bekend is, is dat ze in de Balkan precies het omgekeerde effect had', schrijft Elliot Short van de Universiteit van East Anglia.

'Irakoorlog was belangrijkste factor in de stabilisatie van de Balkan sinds uiteenvallen van Joegoslavië'

© Belga

In maart 2003 lanceerde George W. Bush met zijn coalition of the willing de invasie van Irak, een oorlog die tot vandaag gevolgen heeft. De nu alomtegenwoordige Amerikaanse aanwezigheid in het Midden-Oosten heeft er haar oorsprong, en het valt te beargumenteren dat veel van de huidige instabiliteit in de regio terug te voeren is op de aanhoudende conflicten die de invasie veroorzaakte. Maar nieuw onderzoek toont aan dat het conflict ook een heel ander effect had: het was de belangrijkste factor in de stabilisatie van de Balkan sinds het uiteenvallen van Joegoslavië.

Complex akkoord

De burgeroorlog in Bosnië-Herzegovina, van 1992 tot 1995, werd beëindigd met de Akkoorden van Dayton, die ook de fundamenten van de nieuwe Bosnische staat legden. In een akkoord dat ook wel beschreven is als 'het meest complexe regeringssysteem ter wereld', werd het land verdeeld in twee entiteiten: de Republiek Srpska, die vooral Bosnisch-Servisch is, en de Federatie van Bosnië en Herzegovina, die voornamelijk bestuurd wordt door Bosnische Kroaten en Bosniakken. De centrale overheid kreeg weinig te zeggen: de meeste macht, inclusief de controle over de strijdkrachten, kwam bij de entiteiten en andere lokale overheden.

Delen

Irakoorlog was belangrijkste factor in de stabilisatie van de Balkan sinds uiteenvallen van Joegoslavië

Dayton was een complex akkoord, maar was dan ook vooral bedoeld om de gevechten zo snel mogelijk te stoppen. Een aantal belangrijke problemen werd daarom genegeerd of dubbelzinnig omschreven. Daarbij hoorde ook de toekomst van de drie legers in de regio: het leger van de Republiek Bosnië en Herzegovina, het leger van de Republiek Srpska en de Kroatische Defensieraad. Omdat Dayton geen bepalingen bevatte over hun toekomst, bleven de drie legers - die elkaar allemaal hadden bevochten in de oorlog - gewoon bestaan.

Richard Holbrooke, de cruciale Amerikaanse onderhandelaar in de vredesakkoorden, noemde het later de grootste fout in het akkoord: vijandige legers in een land laten bestaan. Ook de Vredesuitvoeringsraad, het internationale orgaan dat het vredesproces in Bosnië in goede banen moest leiden, waarschuwde voor de 'inherente instabiliteit als twee - en in de praktijk drie - legers aanwezig blijven in één land.'

Maar ondanks de risico's bleven die strijdkrachten grotendeels onaangetast, en ze bleven ook de autoriteit en de legitimiteit van de Bosnische staat ondermijnen - tot de aanloop naar de oorlog in Irak.

Schandaal

In september 2002, toen honderden coalitievliegtuigen de Iraakse luchtafweer bombardeerden om de invasie voor te bereiden, kwam er informatie uit de Amerikaanse ambassade in Sarajevo dat een Bosnisch bedrijf, het Orao Aviation Institute, ervan verdacht werd het dertien jaar oude wapenembargo te schenden. Het schandaal werd bekend als 'de Zaak Orao'.

Tijdens de Koude Oorlog hadden Irak en Joegoslavië een aantal bilaterale akkoorden bereikt, van de constructie van bunkers en infrastructuur in Irak tot het onderhoud van Iraakse Mig-gevechtsvliegtuigen in Joegoslavië. Nu raakte bekend dat regeringen in het voormalige Joegoslavië in stilte die relatie met Saddam Hoessein in leven hadden gehouden, inclusief een akkoord ter waarde van 8,5 miljoen dollar waarbij ingenieurs van Orao naar Irak waren gereisd om beschadigde Migs opnieuw de lucht in te krijgen. Het onderzoek dat op de zaak volgde, leidde naar veel Bosnisch-Servische leiders en bracht verschillende pogingen aan het licht om de zaak toe te dekken. De groeiende bewijslast deed de kans toenemen op economische sancties tegen Bosnië en daarmee de meest ernstige crisis sinds de oorlog.

Ontslagen

Tegen de tijd dat de Amerikaanse strijdkrachten Bagdad binnentrokken in 2003, begon de zaak haar tol te eisen. Onder meer minister van Defensie in de Republiek Srpska, de stafchef van het leger van de Republiek en verschillende andere hooggeplaatste functionarissen moesten ontslag nemen.

Internationale waarnemers maar ook Bosnische burgers eisten hervormingen, en amper een week nadat de invasie van Irak voorbij werd verklaard, werd een commissie in het leven geroepen om de strijdkrachten te hervormen. Die commissie pleitte voor een complete herstructurering van de Bosnische strijdkrachten, en het Bosnische parlement volgde die redenering.

Hervormingen

Het resultaat was de demobilisatie van een aanzienlijk aantal soldaten en de creatie van een verenigd Bosnisch leger. Als grootste multi-etnische instelling in het land kreeg dat leger een duidelijke commandostructuur, die via één minister van Defensie tot de president liep. Het nieuwe leger werd gemoderniseerd en geprofessionaliseerd met buitenlandse hulp, en in 2006 trad het toe tot het Partnerschap voor de Vrede van de NAVO.

De Strijdkrachten van Bosnië-Herzegovina hebben sindsdien deelgenomen aan verschillende vredesoperaties in de wereld, inclusief in Irak. Na Dayton was Bosnië een fragiel en instabiel land, boordevol wapens en soldaten. En in zekere zin is het dat nog steeds, maar het is hoe dan ook veel stabieler en veiliger geworden sinds 1995. Het is ironisch dat een groot deel van die vooruitgang te danken is aan de oorlog in Irak, die verder zo destabiliserend was.

Elliot Short is als onderzoeker verbonden aan de faculteit geschiedenis van de University of East Anglia (UEA).

Onze partners