'Inwoners wennen aan geweld in Tripoli: tijdens laatste gevecht speelden kinderen op straat'

13/01/15 om 12:06 - Bijgewerkt om 12:06

Het conflict in Syrië reikt tot in de wijken van de Libanese havenstad Tripoli. Toch wordt het sektarisme vooral politiek uitgebuit, geloven de inwoners. 'Dit conflict is niet religieus maar politiek van aard.'

'Inwoners wennen aan geweld in Tripoli: tijdens laatste gevecht speelden kinderen op straat'

Checkpoint in Tripoli © Reuters

'Mensen wennen aan oorlog. Tijdens het laatste gevecht kwamen er nog kinderen spelen. Kun je je voorstellen dat een zevenjarige jongen rennend kogels ontwijkt om hier videospelletjes te komen spelen?', zegt Mohammad Darwish.

Hij runt een cybercafé in de wijk Bab Al-Tabbaneh van de noordelijke Libanese stad Tripoli. Darwish zegt dat zijn jonge klanten zich hebben neergelegd bij de hardnekkigheid van gewapende conflicten. Ze zijn ervan overtuigd dat de schermutselingen, die hier routine zijn geworden in de afgelopen zes jaar, vroeg of laat weer de kop zullen opsteken.

De laatste opflakkering van geweld dateert van eind oktober 2014. De slag tussen het leger en lokale soennitische strijders legde Tripoli drie dagen lam en vernietigde een deel van het historische centrum. Minstens 8 burgers, 11 soldaten en 22 militanten kwamen daarbij om. Nu heeft het massaal aanwezige leger Tabbaneh weer onder controle.

Vlaggen van IS

Vreemd genoeg zie je vlaggen en posters van Islamitische Staat (IS) in huizen en winkels. 'Ik steun IS en [de aan Al Qaeda gelinkte terreurbeweging] Jabhat Al-Nusra', zegt de negentienjarige en werkloze Hassan glimlachend. Hij gelooft dat IS het voor hem mogelijk zal maken 'om een baan te hebben, vreedzaam te leven volgens de islamitische voorschriften en vrij te bewegen'.

Tripoli, de tweede grootste stad van Libanon op amper 80 kilometer afstand van Beiroet, is op bestuurlijk vlak verwaarloosd door opeenvolgende centrale regeringen. De stad met een soennitische meerderheid kent alarmerend veel armoede, hoge werkloosheid en sociale uitsluiting. En Tabbaneh is dan nog eens een van de armste wijken van Tripoli.

De politieke uitbuiting van het sektarisme heeft het geweld aangewakkerd, vooral tussen Tabbaneh en de aangrenzende buurt Jabal Mohsen. De meeste inwoners van Tabbaneh zijn soennieten (net als de belangrijkste Syrische rebellengroepen), terwijl de meeste inwoners van Jabal Mohsen alawieten zijn (dezelfde sekte als de Syrische president Bashar al-Assad).

Hun rivaliteit gaat terug tot de Syrische bezetting van Libanon, maar kreeg pas echt een gewelddadig karakter met het uitbreken van de Syrische burgeroorlog. In de afgelopen drie jaar braken er meer dan twintig gevechtsrondes uit in Tripoli, de meeste tussen milities uit Tabbaneh en Mohsen.

Geweld in Tripoli, oktober 2014

Geweld in Tripoli, oktober 2014 © Reuters

Strijders krijgen geld

'We strijden om onze mensen te beschermen en vrede te bereiken', zegt de negentienjarige Khaled, die in een bakkerij werkt maar ook bij een lokale militie is aangesloten. Zijn leeftijdsgenoot Ahmad is sceptisch: 'Mensen vechten omdat ze geen geld of werk hebben.'

Ahmad studeert voor ingenieur, dankzij de hulp van Ruwwad Al Tanmeya, een regionale ngo die in het gebied werkt rond jongerenactivisme, burgerlijk engagement en onderwijs.

Hoda Al-Rifai, medewerker van Ruwwad, valt Ahmad bij. 'Veel families hebben geen inkomen. Wanneer het conflict begint, krijgen de strijders geld. Ook kinderen worden betaald om specifieke taken uit te voeren. Ze kunnen 2,5 euro per dag verdienen, wat beter is dan naar school gaan. Hun ouders denken er net zo over.'

Klein percentage

Stereotypen maken het er volgens Hoda ook moeilijker op voor de jeugd in Tabbaneh. 'De media hangen niet bepaald een beeld op van deze buurten als plaatsen waar je briljante jongemannen vindt die graag willen studeren. Ze zetten de schermutselingen in de verf, met alle negatieve dingen die daarmee gepaard gaan.'

Verschillende studies tonen echter aan dat slechts een klein percentage van de naar schatting 80.000 inwoners van Tabbaneh effectief deelneemt aan de gevechten.

'Er zijn geen leden van IS of Jabhat Al-Nusra hier', denkt Darwish. Volgens hem zien velen in Tabbaneh de IS-vlag als een manier om hun onvrede te uiten over het centrale bestuur dat geen oog zou hebben voor de soennitische gemeenschap, vooral in Tabbaneh.

'Dit conflict is niet religieus maar politiek van aard. Als politici elkaar een boodschap willen sturen, betalen ze voor gevechten hier', verklaart de 49-jarige gesluierde en volledig in zwart gehulde tante van Darwish. 'In deze stad kun je 17 euro geven aan een jongen om een oorlog te starten', aldus Darwish. (IPS)

Lees meer over:

Onze partners