In Sri Lanka worden cartoonisten niet vermoord, ze verdwijnen

15/01/15 om 14:35 - Bijgewerkt om 14:35

In de afgelopen dagen beheerste de dodelijke schietpartij bij het Franse satirische weekblad Charlie Hebdo, waarbij twaalf journalisten omkwamen, de krantenkoppen. Aanslagen op de vrijheid van meningsuiting elders in de wereld krijgen meestal slechts een fractie van die aandacht.

In Sri Lanka worden cartoonisten niet vermoord, ze verdwijnen

Sri Lankaan leest de krant © Reuters

Op Sri Lanka vond een paar jaar geleden een andere aanslag op de persvrijheid plaats. Maar hier werd de hoofdrolspeler niet vermoord door terroristen. Hij verdween eenvoudigweg spoorloos. De laatste keer dat iets werd vernomen van Prageeth Eknaligoda, was op 24 januari 2010. Net na tien uur 's avonds belde hij zijn vrouw, Sandhya, met de mededeling dat hij uit zijn kantoor vertrok en naar huis kwam. Hij kwam nooit aan.

Sandhya's zoektocht naar antwoorden bracht haar bij plaatselijke politiebureaus en zelfs bij de Verenigde Naties in Genève, maar de zaak bleef onopgelost. Mensenrechtengroepen zoals Amnesty International vermoeden dat de autoriteiten een rol gespeeld hebben bij de verdwijning. Buren beweren gezien te hebben dat er een wit busje geparkeerd stond bij het huis van Eknaligoda, op de dag van zijn verdwijning. Dergelijke busjes worden vaker gebruikt bij ontvoeringen op Sri Lanka.

Cartoons

Eknaligoda was cartoonist en columnist voor Lanka eNews en vestigde in zijn werk de aandacht op corruptie, mensenrechtenschendingen en uitholling van de democratie op Sri Lanka. Op een van zijn bekendste tekeningen staat een halfnaakte vrouw, die wordt bekeken door een groep lachende mannen. Op de muur achter haar staan de woorden 'Wat de meerderheid wil is democratie.' Sommige commentatoren beweren dat die cartoon verwijst naar de onmacht van minderheden in het grotendeels Singalees-boeddhistische land.

Sri Lanka staat op de vierde plaats - tussen de Filipijnen en Syrië - op de Straffeloosheidsindex van het Comité ter Bescherming van Journalisten (CPJ). Misschien was het dan ook slechts een kwestie van tijd voordat Eknaligoda geconfronteerd zou worden met de autoriteiten. Maar omdat er geen bewijs is dat hij hetzelfde lot onderging als negentien Sri Lankaanse journalisten die sinds 1992 vermoord werden, staat hij niet op de lijst met mensen die met hun leven betaalden voor wat ze schreven. Eknaligoda's lichaam is nooit gevonden.

Hypocriete condoleances

Op 7 januari, toen het nieuws over het bloedbad bij Charlie Hebdo wereldwijd in het nieuws kwam, behoorde de Sri Lankaanse president Rajapaksa tot degenen die onmiddellijk hun condoleances overbrachten aan de nabestaanden van de slachtoffers. Mensen die de zaak-Eknaligoda hebben gevolgd, noemden dat hypocriet, gezien de het veronderstelde geringe belang dat de regering hecht aan een vrije pers op Sri Lanka.

Op 8 januari verloor Rajapaksa de presidentsverkiezingen van zijn voormalige partijsecretaris Maithripala Sirisena. Activisten hopen nu voorzichtig op verandering. Sirisena heeft meer transparantie en aanpak van de corruptie in het land beloofd. 'Maar we zullen nauwlettend in de gaten houden of hij deze beloften waarmaakt', zegt Sumit Galhotra, Azië-onderzoeker voor het CPJ. 'Een goede manier om af te stappen van de gevaarlijke weg die Sri Lanka in de afgelopen tien jaar is gegaan, is om serieus in te gaan op verzoeken van mensen zoals Sandhya Eknaligoda, wier man al vijf jaar vermist is. En om de cultuur van straffeloosheid aan te pakken als het gaat om geweld tegen de pers.' (IPS)

Onze partners