Het heeft geen vleugels en kan toch vliegen: dieren in de ruimte

28/01/13 om 16:55 - Bijgewerkt om 16:55

Iran zond een aapje de ruimte in, maar was daarmee niet bijster origineel. Al sinds de jaren 40 werden dieren de ruimte ingestuurd.

Het heeft geen vleugels en kan toch vliegen: dieren in de ruimte

© BBC

Iran lanceerde dit weekend met succes een raket met wel een zeer bijzondere passagier aan boord: een aapje. Het dier overleefde -raar maar waar- de vlucht die 120 kilometer hoog ging zonder enig probleem.

Hoe vreemd de bedenkelijke actie van Iran ook is -het rakettype waarmee de primaat werd afgevuurd kan ook gebruikt worden om kernkoppen af te schieten en is dus een heikel onderwerp in het Midden Oosten- origineel was hun actie allerminst. Voordat het -voorlopig nog naamloze- beest een trip outer space mocht maken, gingen al heel veel andere dieren hem voor.

In de tuinen van Versailles
Het eerste dier in de lucht was niet de alom bekende Russische viervoeter Laika, maar een schaap, een eend en een haan. De boerderijdieren werden al in de 18de eeuw de lucht ingestuurd. Initiatiefnemers waren de gebroeders Joseph-Michel en Jacques-Etienne Montgolfier, of de uitvinders van de eerste heteluchtballon. Schaap Montauciel (stijg-in-de-hemel, red.), dat het gezelschap kreeg van een eend en een haan werd in 1783 in Versailles met succes de lucht in gezonden. Onder goedkeurend oog van Lodewijk XVI en Marie-Antoinette landde de beestenboel acht minuten later al weer veilig al wel in de paleistuinen.

De eerste dieren die echt de ruimte in gingen, was een paar fruitvliegjes in 1947. De insecten werden in een Duitse V2 vanop Amerikaanse bodem afgeschoten tot 109 kilometer hoog. Wetenschappers wilden de invloed van de hitte, druk en hoogte op de dieren testen. De fruitvliegen werden vergezeld van verschillende soorten bacteriën en mossoorten. De vliegjes overleefden de ruimtereis zonder problemen. Dieren werden voornamelijk gebruikt als proefkonijnen, om in te schatten welke effecten ruimtereizen op mensen konden hebben.

Laika en haar voorgangersLater werden de Amerikanen wat ambitieuzer en werden er resusaapjes gebruikt om de effecten van een ruimtereis te testen. De twee aapjes die tot 83 kilometer hoog werden afgevuurd hebben hun reisje niet overleefd. Aan de dierenliefhebbers: de aapjes waren gedurende de reis onder verdoving...

In de jaren 50 en onder invloed van de Koude Oorlog breidde de Sovjet-Unie haar ruimteprogramma uit. Waar apen vooral de voorkeursruimtereizigers van de Amerikanen waren, hadden de Russen een voorkeur voor honden. Honden Tsygan en Dezik werden al in 1951 met een R-1 IIIA-1-raket de lucht ingestuurd. De Russen slaagden er niet om de dieren in een blijvende baan rond de aarde te krijgen. Beide honden overleefden de hachelijke trip. Al liet eentje een paar maanden later het leven tijdens een nieuwe ruimtereis.

De eerste echt bekende vierpotige ruimtereiziger was straathond Laika, geplukt van de Moskouse straten. Met de Spoetnik II slaagden de Russen er in om het allereerste levende wezen een baan rond de aarde te laten maken. Al kon Laika het nadien niet verder vertellen. Hoewel de raket verschillende rondes rond de aarde maakte tussen 3 november 1957 en 14 mei 1958, overleed de straathond vermoedelijk al enkele uren na de lancering. De oververhitting en stressaanvallen werden het beestje te veel. De Russen stelden sowieso weinig hoop op overleven. De Spoetnik II was gedoemd om te verbranden tijdens de landing. Maar de Russische wetenschappers bedachten een ingenieus systeem om de laatste dag Laika's eten de vergiftigen. Al bleek dat nadien dus ijdele hoop.

"Look, it's the Astrochimp!"
Amerikaans spierballengerol bleef niet lang uit, en in december 1958 werd doodshoofdaapje Gordo de sterren in gekatapulteerd. Een baan rond de aarde zat er niet in voor Gordo en een veilige landing evenmin. Door een defect aan de parachute die de raket veilig en wel op de grond moest krijgen, liet Gordo het leven.

In 1961 zagen de Amerikanen het wat groter en werd Astrochimp Ham -een letterwoord voor het onderzoekscentrum Holloman Aerospace Medical Center- de lucht in geschoten. Ham maakte maar een kort reisje, maar was getraind om intussen proefjes te doen. Maakte hij een fout, dan werd hij gestraft met elektrische schokken. Deed Ham het goed, dan kreeg hij -u raadt het nooit- een banaan. Ham leefde nadien nog lang en gelukkig in de zoo van Washington D.C.

Na een lange lijst van apen, cavia's, eekhoorns, bacteriën, eencelligen, insecten en zelfs varkentjes, werden vanaf de jaren 70 steeds minder en minder dieren gebruikt als testastronauten. In de jaren 90 en tweeduizend waren het vooral insecten, eieren en bacteriën die de eer kregen een ruimtereis te maken. En dan in 1961 maakte de Rus Yuri Gagarin veilig en wel een reisje in de ruimte. Neil Armstrong bezocht veilig en wel de maan in 1969. Waarom dieren de dingen laten doen, als een mens het even goed kan? (EA)

Lees meer over:

Onze partners