Herman Van Rompuy: 'Er wordt te diep gesneden in budgetten ontwikkelingshulp'

16/07/15 om 14:10 - Bijgewerkt om 14:10

Herman Van Rompuy vindt het geen goede zaak dat er te diep gesneden wordt in de budgetten voor ontwikkelingshulp. 'Willen wij migratie vermijden, veroorzaakt door een enorm verschil in inkomens, dan doen wij er goed aan om voldoende te investeren in ontwikkelingssamenwerking.'

Herman Van Rompuy: 'Er wordt te diep gesneden in budgetten ontwikkelingshulp'

Herman Van Rompuy © Belga

Kampala, Oeganda.In de nadagen van zijn topmandaat bij Europa, gooit oud-voorzitter van de Europese Raad Herman Van Rompuy zich met grote ijver op een van zijn eerste liefdes: de ontwikkelingssamenwerking en de Noord-Zuid-relatie. Als voorzitter van het adviescomité van de Vlaamse ngo TRIAS, reisde hij zopas kriskras door Oeganda.

U was de laatste eerste minister die tekende voor de 0,7 procent norm, verwijzend naar het deel van het overheidsbudget dat als steun naar ontwikkelingslanden gaat. Vandaag, vijf jaar later, is dat ei zo na gehalveerd. Een slechte zaak?

Herman Van Rompuy: Dat is zeker een slechte zaak, al heb ik ook wel begrip voor begrotingsinspanningen. Toch zou men prioriteiten moeten stellen, niet alleen in België maar ook in andere westerse landen. Er wordt algemeen te diep gesneden in de inspanningen voor arme landen. Wat België betreft, mogen we niet vergeten dat Afrika toch wel heel bijzonder is voor ons.

Het Afrikaanse continent is bovendien demografisch in volle expansie. Nu heb je ruw geschat 1 miljard Afrikanen, in 2050 zal dat 2 miljard zijn en eind deze eeuw om en bij de vier miljard. Willen wij migratie vermijden, veroorzaakt door een enorm verschil in inkomens, dan doen wij er goed aan om voldoende te investeren in ontwikkelingssamenwerking. Dat is ook in ons eigen belang.

In Europa hebben we het altijd over de enorme problemen die migratie uit arme landen met zich meebrengt. De oplossing ligt voor de hand: zorgen voor meer welvaart en groei in de Afrikaanse landen die zo dicht hij het Oude Continent gelegen zijn.

Het is duidelijk dat ontwikkelingssamenwerking geen politieke prioriteit meer is. Maar hoe komt het toch dat ook de publieke opinie er minder en minder wakker van ligt? In bepaalde westerse landen gaan er zelfs stemmen op om ontwikkelingssamenwerking onder te brengen onder buitenlandse handel. Ziet u persoonlijk nog wel toekomst voor de klassieke ontwikkelingssamenwerking zoals we die vroeger gekend hebben?

-Herman Van Rompuy: Ik denk dat de politiek de plicht heeft om aan te tonen dat het algemeen belang van andere continenten grotendeels samenvalt met ons eigen belang. Maar dat moet ook anders dan vroeger. Er moet minder en minder gepredikt worden over grote idealen en ook de grote vlagen van edelmoedigheid kunnen we best opbergen. Laten we beter, zoals ook TRIAS doet, investeren in diepgang, empowerment van de organisaties, kansen geven aan vrouwen en jeugd, ze leren wat ondernemen en zelfredzaamheid is. Dat is een andere benadering dan vroeger.

Werken en denken onze ngo's genoeg in die richting?

Herman Van Rompuy: TRIAS alvast wel. Maar het moet gezegd: België heeft ook wel een traditie als het om puur geven gaat. Daar kan je niet onderuit. Ik bezocht in Oeganda een lokaal districthoofd, die zei me dat heel wat wegen aangelegd werden met geld van de Belgische coöperatie. Zelfs de bouw van het lokale parlement, toch altijd de basis voor goed bestuur en goed beleid, werd gedeeltelijk gefinancierd met Belgisch geld. Maar we deden dat wel ongebonden. Of met andere woorden: het waren geen Belgische aannemers die dat gebouw hebben neergezet maar wel degelijk de Oegandezen zelf.

Wat het werk van ngo's zoals TRIAS betreft, blijf ik meer dan ooit geloven in hun soepelheid en flexibiliteit om op het terrein zaken in beweging te zetten. Dat heb ik in Uganda nog eens mogen ervaren. De Belgische ngo's moeten die rol -dicht bij de lokale mensen- blijven spelen. Dat is hun grootste troef. Voor een goed begrip: ngo's zijn ideaal voor kleinschaliger projecten, maar niet voor grote infrastructuurwerken bijvoorbeeld. Dat laatste is, gezien de grote financiële hefboom, meer een zaak voor de klassieke ontwikkelingssamenwerking.

Er wordt wel eens gezegd dat westerse politici veel te soft zijn in hun omgang met Afrikaanse leiders. Voelt u zich aangesproken?

Herman Van Rompuy: Ik stel ook wel vast dat er een aantal incoherenties zijn. Om maar één voorbeeld te geven: Oeganda trekt amper 3 procent van het overheidsbudget uit voor landbouw, terwijl landbouw goed is voor 75 procent van alle activiteit in het land. Dat is een vaststelling. Zoals het ook een feit is dat elk land zijn eigen strategie bepaalt. Maar ik ben hier als adviseur van TRIAS en heb geen politieke contacten op hoog niveau met lokale autoriteiten. Ik heb dan ook geen lessen te geven.

Lees meer over:

Onze partners