Nadia Dala
Nadia Dala
Docente International Reporting aan Thomas More Mechelen. Deed onderzoek naar journalistieke denkkaders aan American University's School of Communication en was gastdocente aan Georgetown University's School of Continuing Studies, in Washington DC
Opinie

24/11/14 om 15:17 - Bijgewerkt om 15:16

Gezocht: Syriëstrijder-reporter (m/v) die antwoorden heeft

'Zelden waren journalisten zo volledig de kluts kwijt als nu met de exponentiële en schijnbaar plotse groei van potentiële terroristen van eigen bodem. Verslaggevers moeten af van hun denkkaders van gezellige fermettes op de buiten en verkavelingswijken, en connecties beginnen maken met mensen die ze niet kennen.'

Gezocht: Syriëstrijder-reporter (m/v) die antwoorden heeft

Een vrouwelijke reporter vlucht samen met een Syrische vrijheidsstrijder voor scherpschutters van IS, op de frontlijn in Aleppo. © Reuters

Zelden krijgen journalisten kop noch staart aan een fenomeen. Zelden vallen ze volledig uit de lucht. Journalisten houden immers de vinger aan de pols. Een professionele mediamaker heeft antennes in alle lagen van de bevolking en kan perfect in quotes en headlines vertalen wat zich in de buik van onze samenleving afspeelt. Hiervoor worden ze betaald. Daarin worden zij getraind: om feiten en trends te onderzoeken, en vervolgens het brede publiek te informeren met duiding en aan de hand van moeilijke vragen.

Maar sinds de schijnbaar plotse, exponentiële groei van homegrown jihadisten - potentiële terroristen van eigen bodem - die menen te moeten gaan vechten in het verre Irak en Syrië, lijken reporters even collectief de kluts kwijt. Velen gingen van de ene dag op de andere naarstig op zoek naar een jihadist die hen alles netjes - liefst in bruikbare oneliners kon vertellen. Maar zo'n allround 'informant' ontbrak in de meeste adresboekjes. Met wie moesten onze doorgaans goed geconnecteerde verslaggevers spreken voor duiding van dit ongeziene jihadistenfenomeen?

Antwoorden op de journalistieke basisvragen (wie, wat, waar, wanneer, waarom en hoe?), bleven te lang uit. Lastig als je weet dat het percentage jihadisten per capita in België hoger ligt dan in de ons omliggende West-Europese landen. Sommige betrokkenen zijn misschien je buren, vrienden van je kinderen op school of collega's van collega's.

Misschien overdrijf ik? Hoewel. Op een recent Nederlands-Vlaams congres voor onderzoeksjournalisten in Kortrijk was een workshop gewijd aan de moeilijke verslaggeving van Syriëstrijders-van-eigen-bodem. In het publiek zaten collega's van gerespecteerde Vlaamse en Nederlandse kranten en televisiezenders. Velen schuifelend op het puntje van hun klapzitjes, hoopvol starend naar het expertenpanel. Zullen die experts ons de magische formule van netwerking aanreiken, leken ze te denken.

Montasser AlDe'emeh

Montasser AlDe'emeh © .

Onder de sprekers was, onder meer, de Vlaams-Palestijnse doctoraatstudent en 'Syriëstrijder-kenner' Montasser Alde'emeh aanwezig. Wellicht half zo oud als de gemiddelde verslaggever in de zaal. Hij kon het hen vertellen: wie, wat, waar, wanneer, waarom en hoe de dingen gebeuren onder onze neus, in onze eigen achtertuin, bij onze buren en in onze scholen. Iedereen hing aan zijn lippen. Het was een beetje surreëel. Ook omwille van de excuses waarachter sommige journalisten zich schuilden. Excuses om angsten en drempelvreesjes te verhullen.

'Had ik maar een Arabisch sprekende collega', opperde een vrouwelijke verslaggeefster. 'Dan kunnen we die IS-spandoeken eindelijk lezen.'

Gezocht: Syriëstrijder-reporter (m/v) die antwoorden heeft

© BELGA

Indien de consequenties van deze uitspraak niet zo droevig waren, had ik geamuseerd verder geluisterd. Een kind weet namelijk dat je deze jongeren in het Nederlands kan toespreken. Wat zeg ik, een kleuter kon horen hoe getuigen en beschuldigden op het Sharia4Belgium-proces gewoon Vlaams spraken.

Een andere reporter bekende dat hij zich toch wat ongemakkelijk voelde om een Marokkaanse vader, met wie hij sympathiseerde op de voetbalclub van zijn zoon, zomaar aan te spreken. 'Ik kan die man toch niet vragen wat ie van Islamitische Staat vindt!', poneerde hij oprecht. Er volgde een veelzeggende stilte. Wie geen vragen durft stellen, krijgt het knap moeilijk als reporter. Het is zoals een arts met een verlammende schroom om zijn of haar patiënten te onderzoeken.

Bovenstaande faits divers lijken op het eerste gezicht lukraak bijeengeraapte quotes op een experten-event. Maar ze zijn illustrerend voor een dieper liggend probleem: dat vele van onze doorgaans goed geïnformeerde journalisten (én bij uitbreiding gewone burgers) niet meer weten wat er leeft in onze maatschappij, noch hoe ze er voeling mee kunnen krijgen. Dat ze te weinig aanspreekpunten, tentakels en voelsprieten lijken te hebben naar 'de andere kant.' En dat ze de verantwoordelijkheid in de schoenen van enkele native speaker-collega's lijken te schuiven.

Gezocht: Syriëstrijder-reporter (m/v) die antwoorden heeft

Maar het is zoals de Nederlandse schrijver Kader Abdolah naar aanleiding van zijn meest recente publicatie zei: 'Het is niet langer een maatschappij van hen en wij. Het is onze, gezamelijke samenleving.' Met andere woorden: Alles wat zich in onze maatschappij afspeelt, gaat u en mij, en dus ook al onze reporters aan. Het is nu de taak van hoofdredacteuren om dit aan te moedigen. Dat betekent dat reporters nu meer dan ooit uit hun eigen comfortzone zullen moeten breken en naast hun twee armen, nog eens twaalf tentakels zullen moet kweken. Die tentakels dienen om voeling te krijgen met de verschillende lagen van onze maatschappij.

The endgame is: informeren en verslag brengen. Lang werd lacherig gedaan over deze diversiteitsvaardigheden. Dat was iets voor dromerige mietjes. Maar telkens als ik een workshop 'diversiteit' aan journalisten mag geven, ben ik verrast door de - alle goede intenties ten spijt - wereldvreemdheid van sommige doorgaans erg goede reporters. Verrast ook door hun ietwat achterhaalde, 20ste eeuwse kaders en analyses van een maatschappij die al lang en in razendsnelle vaart aan hen voorbij is gegaan. Europa beweegt. Europa vergrijst. Europa 'verkleurt'. Dat zijn de feiten. Wie de journalistieke consequenties hiervan niet behapt, moet zijn of haar journalistenkaart misschien maar inleveren.

Want het zal er niet makkelijker op worden. De 21ste eeuwse reporter moet verslag brengen van alle mooie, lelijke en moeilijk te vatten fenomenen die ons omringen, waaronder jihadisten - ouders, kinderen en liefjes incluis - van eigen bodem. Daarvoor moeten verslaggevers hun denkkaders van gezellige fermettes op de buiten en verkavelingswijken parkeren, en connecties beginnen maken met mensen die ze niet kennen. Grenzen verleggen. Dat is ongemakkelijk. Maar zonder stevige diversiteitsskills kunnen onze reporters de urgente verhalen uit onze maatschappij niet meer brengen. Verhalen die het brede publiek aanbelangen.

Nadia Dala is docente International Reporting aan Thomas More Mechelen. Zij deed onderzoek naar journalistieke denkkaders (framing and priming mechanisms) aan American University's School of Communication en was gastdocente aan Georgetown University's School of Continuing Studies, in Washington DC.

Onze partners