Rudi Rotthier
Rudi Rotthier
Correspondent voor Knack.be in Noord-Amerika.
Opinie

22/11/14 om 08:21 - Bijgewerkt om 15:34

Fort McMurray, een stad die zwemt in oliegeld, maar hoelang nog?

Verspreid over een gebied van vijf keer België rond de Canadese stad Fort McMurray zitten olievoorraden die vergeleken worden met die van Saoedi-Arabië en Venezuela. Het geld spat van de olie-industrie af.

Fort McMurray, een stad die zwemt in oliegeld, maar hoelang nog?

Na de zware arbeid - deze foto werd via twitter verspreid © /

Elke zaterdag brengt Rudi Rotthier, onze correspondent in Canada en de VS, u een achtergrondverhaal vanuit de stad of streek waar hij op dat moment resideert.

Werknemers, vers uit de middelbare school, verdienen koffers vol geld, en leiden een leven van seks, drugs en... wel, hard werk. Maar het feestje zal misschien de dalende olieprijzen niet overleven. En actiegroepen maken zich zorgen over de milieuravage.

Het straatbeeld is niet om over naar huis te schrijven. De luchthaven is interessant heraangelegd maar van daar gaat het alleen maar bergaf. Sneeuw en modder vullen de leegte tussen prefabgebouwen. Eigenlijk wandelt, op schoolkinderen na die een snelle snack halen, niemand over de straten. Niet zozeer omdat het te koud is, maar omdat mensen zich met de auto, desnoods met de bus, verplaatsen van overdekte ruimte naar overdekte ruimte, van luxueus gesponsord sportcomplex naar winkelcentrum.

Terwijl buiten modder en sneeuw heersen, worden de binnenruimtes voortdurend gepoetst. Dat is een van de tegenstellingen van Fort McMurray: vuil tegen schoon. Buiten: vuil. De olie: vuil, kleverig, bijna niet weg te schrobben. Binnen: de permanente schoonmaakt. Men rijdt in een van buiten beschouwd smerige auto van schoon naar schoon. De stad geeft niet de indruk rijk te zijn. De bewoners gaan functioneel gekleed, en zeker niet opzichtig. De auto's lijken minder duur omdat ze zo smerig zijn. Maar de winkelkarren liggen belachelijk vol, en de lonen zijn in vele gevallen belachelijk hoog.

Elastische brij

Fort McMurray is uit zijn voegen gebarsten. In de jaren 60 was dit een vage stip op de landkaart. In 2000 woonden er al 35.000 mensen, in 2011 werden er 60.000 bewoners geteld en tegenwoordig, drie jaar later, ligt de schatting op 120.000. Die 120.000 mensen zijn gemiddeld 31 jaar oud.

Werkzaamheden in de teervelden

Werkzaamheden in de teervelden © Reuters

De bevolkingstoeloop kwam op gang vanaf de eerste oliecrisis, in het midden van de jaren zeventig. Men wist dat in deze buurt olie in de grond zal - dat wisten de oorspronkelijke bewoners al, die hun kano's met de lokale aarde waterdicht maakten. Maar met de gestegen wereldprijzen werd deze olie, tot dan vooral een hindernis die de ondergrond zompig en kleverig maakte, ineens aantrekkelijk. Het is geen olie zoals die in Saoedi-Arabië of Texas, die in een relatief zuivere vorm opgepompt kan worden. Deze olie heeft zich met de aarde vermengd tot een teerachtige, elastische brij, die veel zwaarder behandeld moet worden vooraleer de petroleum losgeweekt kan worden. Voor een vat olie moet men ongeveer een kubieke meter van die brij opgraven en behandelen. Daar zijn enkele honderden liter water bij vereist. Maar de olie uit de teergronden leek een afdoend antwoord op de oliecrisis. De teer was in gigantische, quasi onuitputtelijke hoeveelheden aanwezig, en zou Canada in staat stellen een olie-exporteur te worden, en dus in elk geval niet langer afhankelijk te zijn van het Midden-Oosten.

Money, money, money

De snelle bouw van woningen maakt van Fort McMurray een stad van voorlopigheid. De nieuwere school biedt uitzicht op de oudere stripclub (Showgirls). De minder rijken wonen in trailers, de rijkeren in neergekwakte appartementen, condo's, die ook weer - geld is dikwijls de eerste consideratie - dubbel zoveel kosten als elders, en er minder goed uitzien. Een hele buurt van dergelijke condo's is onbewoonbaar verklaard - de bewoners kregen een kwartier de tijd om ze te evacueren. Slechte constructie, er verder wonen was volgens de inspectie levensgevaarlijk. De verzekering komt niet tussen. De 300 getroffen bewoners betalen verder af aan hun 170 onbewoonbare gedrochten, terwijl ze gauw een nieuw huis of appartement hebben gekocht. Waarschijnlijk moeten ze ook nog bijdragen aan de afbraak van het vorige - het gemeentebestuur heeft hen daartoe aangemaand en met gevangenisstraffen gedreigd.

Onbewoonbaar verklaarde appartementen, die er net uitzien als de wel bewoonbare

Onbewoonbaar verklaarde appartementen, die er net uitzien als de wel bewoonbare © /

Geld is er genoeg. Mensen praten gemakkelijk over geld. Niet de mensen in de horeca, die zich misschien generen over hun karige uurloon (15 dollar per uur). Maar zij die in de olie-industrie werken, pronken een beetje met hun inkomen. Alsof dat de bestaansreden is van Fort McMurray: geld, zuurverdiend en gul besteed. Omwille van het geld komen mensen hier wonen, 400 kilometer ten noorden van de laatste grote stad, Edmonton. Het is hier zo noordelijk dat de bomen aan dwerggroei lijden.

Dit type truck, twee verdiepingen hoog, 'de grootste ter wereld', transporteert per rit 300 ton teerzand

Dit type truck, twee verdiepingen hoog, 'de grootste ter wereld', transporteert per rit 300 ton teerzand © Reuters

De werknemers in de olie-industrie komen uit het hele land, en tegenwoordig ook uit het buitenland. Ze zijn jong, ze hebben na hun middelbaar een korte cursus gevolgd - hebben bijvoorbeeld geleerd hoe ze met een monstertruck moeten omgaan die per keer 300 ton teer kan vervoeren. En dan is het meteen kassa: 10.000 dollar (7.000 euro) voor 21 dagen is niet ongewoon voor een beginnend werknemer, weliswaar met shiften van 12 uur per dag, en soms met maar 24 uur rust als overgang tussen een week met dagshiften en een week met nachtwerk. Een 26-jarige ploegbaas vertelt dat hij wel eens 4.000 dollar voor een dag gekregen heeft (2.800 euro, alle bedragen zijn bruto), mits de nodige overuren. Een 22-jarige legt op de lokale zender, waar het ook al over geld gaat, uit dat hij 160.000 dollar per jaar verdient. Hij heeft net een huis van 800.000 dollar gekocht. Zijn makkers jassen hun geld erdoor, maar hij spaart, zegt hij. De bank leent hem alles wat hij maar vraagt.

Een jonge dertiger met wie ik aan de supermarktkassa aanschuif, zegt dat hij 40.000 dollar per maand verdient. Hij werkt als ploegbaas en is verantwoordelijk voor 38 anderen. Hij heet Ian, is afkomstig uit de warmere Canadese provincie British Columbia en is zijn eerste huis kwijtgeraakt aan een soort scheiding. Ze waren niet echt getrouwd, maar zijn vriendin kon niet aarden in Fort McMurray en dus liet hij haar het huis in BC. Hij werkt 10 maanden per jaar, zegt hij, ongeveer volcontinu. 'Wat zou je hier anders doen dan werken?' Tijdens zijn twee maanden vrij gaat hij op reis. Hij wil ooit een huis kopen in Nicaragua of in Afrika, er een project opzetten met zijn geld. Maar eerst wil hij dit werk nog een jaar of tien volhouden - als de industrie het zolang volhoudt. Gek, zegt hij, ik was nooit zo bezig met geld. 'Maar nu het zoet binnenkomt, kan ik niet ophouden met verdienen. Alsof ik verslaafd ben. En het is wel makkelijk - de obstakels vallen weg. Als je een lang weekend vrij hebt, vlieg je over en weer naar de tropen. Geen probleem.'

Wat moet je kunnen om hier te werken?

'Niet veel eigenlijk. Instructies lezen. In sommige gevallen met een auto rijden. Tegen de kou kunnen. Bij min veertig wordt doorgewerkt. Volhouden, dag in dag uit 12 uur of meer. Je familie missen. Leven tussen neanderthalers, in een buurt met veel te weinig vrouwen. Geen domme dingen beginnen te doen.'

Het vrouwentekort wordt langzaamaan weggewerkt. De oliebedrijven doen inspanningen om ook vrouwen aan te trekken - steeds meer vrouwen rijden met de 300-tonners.

De arbeid waarmee al dat geld wordt verdiend, zie je niet in Fort McMurray. Die speelt zich af in oliekampen, op tientallen kilometer van de stad. Werknemers overnachten daar, met gratis voedsel en met tientallen mogelijkheden tot gratis recreatie - als ze al tijd krijgen om te eten en te spelen. De jongere werknemers hebben geen eigen huis nodig, tijdens hun vrije dagen logeren ze wel in een van de hotels van Fort McMurray.

Afval

De olie-industrie is ook een beetje het vuile geheim van Canada.

Aan de ene kant heb je de uiteindelijk tevreden werknemers. Ze vinden het werk niet altijd aangenaam of interessant, maar ze geven ongelovig het hoofd schuddend toe dat ze er véél geld voor betaald krijgen.

Daar staat tegenover dat ik niemand heb ontmoet die gelooft dat dit een schone industrie is.

Volgens Greenpeace is deze oliewinning uit teergrond zelfs zo vervuilend dat ze maar beter meteen helemaal opgedoekt kan worden.

Canada, ooit een koploper inzake milieubewustzijn, is zo langzamerhand naar de staart van het peloton gezakt.

Het land dreigt de internationale verbintenissen over het terugdringen van uitstoot met 20 procent te missen, volgens een rapport van het onafhankelijke studiebureau Pembina Institute.

Per inwoner gemeten, zo schrijft dat instituut, behoort Canada bij de "topuitstoters" van de geïndustrialiseerde wereld.

Het oerbos

Het oerbos © Reuters

En die topuitstoot zit hier, in de olievelden van Fort McMurray, in een industrie die, nog altijd volgens het Pembina Institute, schabouwelijk gereglementeerd is.

De voorraden zijn enorm, niet veel kleiner dan die van Saoedi-Arabië en Venezuela, maar om ze te verkrijgen moet eerst het oerbos (boreal forest) verwijderd worden. Daarna wordt de grond weggeschraapt. Als de makkelijk bereikbare laag met de supertrucks is weggevoerd, probeert men door heet water in gaten te spuiten in de diepere grondlagen olie vrij te maken.

De winning van olie uit teergrond is anderhalve keer zo vervuilend als de winning in Saoedi-Arabië, en de ruwe olie die naar de raffinaderij gaat, is vuiler, en moeilijker te raffineren, dan de Saoedische ruwe olie.

Honderden vierkante kilometer oerbos worden overhoop gehaald. Met een productie van 2 miljoen vaten per dag worden miljoenen kubieke meter land omgewoeld, miljoenen hectoliter water verbruikt. Het afval, volgens tegenstanders toxisch, wordt gedeeltelijk in kunstmatige meren gedumpt.

Meer met afval

Meer met afval © Reuters

De industrie beweert dat ze veel cleaner is geworden, de overheid beweert dat de normen strenger worden, er zijn heraanplantingsprojecten - maar de heraanleg blijft beperkt in vergelijking met het areaal dat vernietigd wordt.

Maar de oliewinning is een kaskoe, een pool van tewerkstelling. Men zegt dat de werkloosheid in de verre provincie Newfoundland onder controle gebracht is door jongeren naar de olievelden van Fort McMurray te sturen. Dat is wat bij politici de doorslag geeft. De milieu-argumenten worden gehoord en doorgaans genegeerd.

'Hard werken, hard drinken'

Een ander probleem baart de politici wel zorgen: de olieprijs. Oliewinning uit teerzand is duurder, wat geen probleem was zolang de olieprijs boven 100 dollar per vat steeg. Maar nu hij naar 75 dollar is gezakt, worden de marges klein. Nieuwe projecten, nieuwe investeringen worden uitgesteld.

Er wordt nog niet ontslagen, maar als de olieprijs blijft zakken zal dat er wel van komen. Werknemers houden er rekening mee. De ouderen hebben het eerder meegemaakt - boom and bust. Zolang er werk is, stroomt het geld binnen. En daarna kun je de lening niet meer afbetalen.

'Niet aan denken', zegt een van de jonge veelverdieners die net is ingecheckt in het hotel waar ik ook verblijf. 'Hard werken, hard drinken', is zijn boodschap. 'Dat besef je als je dagen in het oliekamp zit: je leeft maar één keer'.

Hij trekt naar het aanpalend dans- en dranklokaal.

Met al die gemiddeld 31-jarigen, die zwemmen in geld en in energie, wordt er wat afgefuifd in Fort McMurray.

De oliebedrijven testen op drugs en waarschuwen voor SOA's, met wisselend succes - drugs zijn verleidelijk na de lange werkdagen, en voorzichtigheid is geen hoofdkenmerk van het uitgangsleven. Vorig weekend was er een schietpartij aan een van de dranklokalen - niets om je zorgen over te maken, volgens de politie. Er werd gericht geschoten, wat wil zeggen: als je het doelwit niet was, werd je allicht niet geraakt.

'Je leeft maar één keer'.

Het hotel trilt op de bassen van de belendende fuif.

Door Rudi Rotthier vanuit Fort McMurray, Canada

Lees meer over:

Onze partners