Eurosceptische partijen winnen in IJsland

28/04/13 om 17:33 - Bijgewerkt om 17:33

De Onafhankelijkheidspartij is na de parlementsverkiezingen de grootste partij van IJsland geworden. Ze zal nu een regering proberen te vormen met de Partij van de Vooruitgang.

Eurosceptische partijen winnen in IJsland

© AFP

De conservatieve Onafhankelijkheidspartij van Bjarni Benediktsson is na de parlementsverkiezingen de grootste partij van IJsland geworden. Benediktsson, die allicht premier wordt, zal nu een regering proberen te vormen met de eveneens centrumrechtse Partij van de Vooruitgang.

De Onafhankelijkheidspartij behaalde 26,7 procent van de stemmen, tegenover 23,7 procent bij de vorige stembusgang. De Partij van de Vooruitgang van Sigmundur Gunnlaugsson kwam uit op 24,4 procent van de stemmen.

Samen hebben ze 38 van de 63 zetels in het IJslandse parlement.

Eurosceptisch Beide partijen staan bekend als eurosceptisch en samen kunnen ze dus de kandidatuur van IJsland voor toetreding tot de Europese Unie dwarsbomen.

De twee partijen hebben een traditie van samenwerking binnen de regering. Ze zorgden voor de liberalisering van de financiële sector in de jaren 2000, die resulteerde in de bankenbubbel en het faillissement van verschillende banken in 2008 in IJsland.

Links verliest zwaar De linkse partijen van de huidige regering van Johanna Sigurdardottir (70) verloren zwaar, met name de helft van hun zetelaantal. De Sociaaldemocratische Alliantie strandde op 12,9 procent (komend van 29,8 procent) en 9 zetels, de Links-Groene Beweging op 10,9 procent (komende van 21,7 procent) en 7 zetels. De kiezers straften hen af na jaren van besparingen.

Twee partijen maken hun intrede in het parlement: de pro-Europese Heldere Toekomst die 8,2 procent en 6 zetels behaalt en de libertaire Piratenpartij, goed voor 5,1 procent en 3 zetels. De opkomst onder de 238.000 kiesgerechtigden bedroeg 83,3 procent.

Lees meer over:

Onze partners