Andy Langenkamp
Andy Langenkamp
Senior politiek analist bij ICC en ECR Research
Opinie

22/05/14 om 15:40 - Bijgewerkt om 15:40

Europese verkiezingen opmaat naar politieke tombola

De invloed vanuit de nationale regeringen op de Brusselse koers is het belangrijkste gevaar voor de eurozone en de EU als geheel.

Europese verkiezingen opmaat naar politieke tombola

In 2013 was slechts 46 procent overtuigd van het nut van de Europese Unie, dat cijfer is gestegen naar 52 procent in 2014. © Reuters

De Europese verkiezingen deze week vormen de opmaat naar een Europese politieke tombola. Na de verkiezingen beginnen onderhandelingen over wie bij wie in de overkoepelende partijen wil en mag. Verder gaan lidstaten in conclaaf over wie zij voordragen als nieuwe commissarissen voor de Europese Commissie en als voorzitter voor dat dagelijks bestuur. Want ook de Europese Commissie wordt vervangen.

Begin juli komt het Europees Parlement voor het eerst bijeen en kiest een parlementsvoorzitter. Daarna wordt half juli de opvolger van Europese Commissie president Barroso bekend, waarbij regeringsleiders de nieuwe baas benoemen, maar rekening moeten houden met de voorkeuren van het parlement. Als overeenstemming is bereikt over de voorzitter, wordt onderhandeld over de 27 andere commissarissen en over de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken. Uiteindelijk moet het parlement in oktober de hele Europese Commissie goedkeuren. Maar dan zijn we er nog niet, want een maand later wijzen nationale leiders een opvolger aan voor Herman van Rompuy, de voorzitter van de Europese Raad (het machtigste orgaan van de EU). Als alles volgens plan verloopt, kan Europa op zijn vroegst pas vanaf november weer vol aan de slag.

Tegen die tijd hebben ook op nationaal niveau veel verkiezingen en aanverwante gebeurtenissen plaatsgevonden die impact kunnen hebben op Europa als geheel. De Belgen stemmen deze week voor een nieuw nationaal parlement en voor de regionale volksvertegenwoordigingen. De vorige keer raakten partijen na de stemming in een impasse en was België lange tijd stuurloos. Nu stevent de Nieuw-Vlaamse Alliantie (N-VA) van Bart De Wever aan op een groot succes. Dit kan de vorming van een nationale regering drastisch bemoeilijken vanwege de Vlaams-nationalistische inslag van de partij.

In Griekenland, Ierland en Engeland vinden deze week geen landelijke, maar wel lokale en regionale verkiezingen plaats. Deze zullen niet rechtstreeks de koers van de Grieken, Ieren en Engelsen op Europees niveau bepalen. Maar in bijvoorbeeld Griekenland heeft de zittende, pro-Europese coalitie maar twee zetels meerderheid in het 300 leden tellende parlement. De coalitie heeft sinds het aantreden al veel dissidenten verloren. De verkiezingen deze week kunnen de coalitie een boost geven als de regeringspartijen het goed doen, maar kunnen demoraliserend werken en nieuwe dissidenten kweken bij een grote nederlaag.

Roemenen, Zweden, Schotten en Catalanen gaan dit jaar ook met het potlood aan de gang. De Roemenen kiezen een president in november en de Zweden hebben algemene verkiezingen in september. In Schotland en de Spaanse autonome regio Catalonië is wat anders aan de hand. De Schotten bepalen op 18 september of zij de unie met Engeland willen voortzetten. Twee maanden daarna willen Catalanen stemmen over afscheiding van Spanje, maar daar is Madrid het niet mee eens en grondwettelijk gezien zitten nog de nodige haken en ogen aan het voornemen.

In dit onzekere politieke klimaat moeten een kersvers Europees Parlement en een nieuwbakken Europese Commissie de eerste stappen zetten, terwijl de geopolitiek in Europa nieuwe vlam heeft gevat, uitslagen van stresstests bij banken bekend worden, de ECB waarschijnlijk inmiddels onontgonnen beleidsterrein heeft betreden en de bankenunie van start moet gaan.

En in 2015 zet het verkiezingscircus zijn tenten ook weer op vele plaatsen op. In vier eurolanden kiezen de bevolkingen een nieuw parlement (Estland, Finland, Slovenië en Spanje), in het Verenigd Koninkrijk worden eveneens algemene verkiezingen gehouden en in Polen staat de presidentschap op het spel. Estland werd de afgelopen paar jaar vaak aangehaald als voorbeeld van een land dat met hard hervormen de crisis te boven was gekomen, maar is twee van de afgelopen vier kwartalen gekrompen. Finland mag dan tot de sterke kern van de eurozone gerekend worden, maar het land is de afgelopen kwartalen niet een kwartaal gegroeid en moest de laatste twee kwartalen elke keer 0,4% inleveren. De eurosceptische, nationalistische Finnen Partij doet het dan ook goed in de peilingen na bij de vorige verkiezingen al gigantisch gescoord te hebben. De leider van de deze partij, Timo Soini, hoopt volgend jaar met de andere anti-Europese oppositiepartij te kunnen regeren. Finland zou dan de Europese integratie behoorlijk kunnen frustreren.

Die invloed vanuit de nationale regeringen op de Brusselse koers is het belangrijkste gevaar voor de eurozone en de EU als geheel. De kranten koppen nu natuurlijk vooral over de Europese verkiezingen, maar op de wat langere termijn hebben eurosceptici de meeste kansen om eerder via de nationale politiek de aanval op Brussel te openen dan vanuit het Europees Parlement. Dat kan zijn omdat anti-Europese partijen de regering vormen in een land of, subtieler, doordat een eurosceptische oppositie regeringspartijen dwingt om deels mee te gaan in negatieve retoriek tegen Brussel. Zoals in Nederland bijvoorbeeld premier Rutte doet in antwoord op de populariteit van de PVV.

Lees meer over:

Onze partners