'Ebola is een epidemie van geruchten, alsof we terug in de middeleeuwen leven'

25/11/14 om 17:03 - Bijgewerkt om 18:30

'Ik besef goed dat ebola-patiënten opsporen in België gelijk staat aan het zoeken naar een naald in een hooiberg. Koorts en braken zijn net zo goed symptomen van griep of malaria. Maar toch wil ik er alles aandoen om die ene naald niet te missen', vertelt de nationale ebolacoördinator Erika Vlieghe aan Knack.be.

'Ebola is een epidemie van geruchten, alsof we terug in de middeleeuwen leven'

Ebolacoördinator Erika Vlieghe © BELGA

In het Antwerpse Instituut voor Tropische Geneeskunde (ITG) bespreken meer dan 240 onderzoekers uit 58 verschillende landen vier dagen lang de rol van sociale wetenschappen in internationaal gezondheidsonderzoek. 'Het succes van een medische tussenkomst is namelijk afhankelijk van hoe mensen ze accepteren. Daarom is het ontzettend belangrijk om rekening te houden met de lokale gewoontes en de cultuur', verduidelijkt Bruno Gryseels, directeur van het ITG.

Actueler kan het thema van het jaarlijks colloquium haast niet zijn, met de huidige ebola-epidemie die volop woedt in de West-Afrikaanse landen Sierra Leone, Guinee en Liberia. 'Ebola is niet alleen een medisch probleem, maar ook een socioculturele ziekte', aldus de Congolees Jean-Jacques Muyembe-Tamfum, die al 38 jaar lang het ebolavirus bestudeert in zijn land.

'Zowel in het Zuiden, als in het Noorden moet voldoende correcte informatie voor handen zijn. Zo kan de angst weggenomen worden', meent de nationale ebolacoördinator Erika Vlieghe. 'Ebola is een epidemie van geruchten, soms voelt het alsof we ons terug in de middeleeuwen bevinden'. De 43-jarige arts die de dienst tropische geneeskunde leidt aan het UZ Antwerpen en staflid is van het Instituut voor Tropische Geneeskunde werd half oktober door FOD Volksgezondheid gebombardeerd tot de eerste Belgische ebolacoördinator.

U was zelf vragende partij voor een ebolacoördinator in België, waarom?

Erika Vlieghe: 'Aanvankelijk was ebola een lokaal West-Afrikaans probleem, waarvoor Westerse landen niet vreesden. Maar toen tijdens de zomer het vliegverkeer intensifieerden en de epidemie razendsnel uitbreidde, groeide ook binnen België de ongerustheid. Zowel artsen, ambulanciers, als andere personen actief in de gezondheidszorg zaten met veel vragen en wisten niet bij wie ze daarvoor terecht konden. "Wat als een patiënt met ebola ons land bereikt?" "Wat wordt er van ons verwacht?" "Welke middelen moeten we inzetten?" "Hoe vervoer je zo'n patiënt?"'

'Vanuit politieke hoek bleef het in die periode behoorlijk stil en kwamen er geen antwoorden. Daardoor brachten een heleboel betrokkenen, waaronder ik, het idee naar voren om een overkoepelend orgaan of persoon in het leven te roepen die de voorbereidingen op een mogelijk ebola-geval zou coördineren. Het tot stand komen van deze functie kwam dus niet helemaal uit de lucht vallen maar het was de nieuwe minister die uiteindelijk de beslissing heeft genomen iemand aan te stellen. Aangezien België een complex land is met uiteenlopende structuren en gevoeligheden, gebeurde dit niet van vandaag op morgen.'

Tijdens de conferentie in het ITG werd de aandacht continue gelegd op de sociale aspecten van de epidemie. Is dit ook een boodschap die u wil overdragen naar België om de angst weg te nemen?

Vlieghe: 'Absoluut, ook in België is er duidelijk sprake van stigmatisering van onder meer Afrikanen in Brussel. Door duidelijke richtlijnen willen we deze, vaak overbodige, angst wegnemen. We sensibiliseren door nauwkeurig uit te leggen hoe de symptomen te herkennen zijn en hoe je als bijvoorbeeld huisarts moet reageren wanneer je iemand over de vloer krijgt met symptomen. Ik besef goed dat het zoeken is naar een in een hooiberg. Koorts en braken bijvoorbeeld, zijn evengoed symptomen van griep of malaria. Maar toch wil ik er alles aandoen om die ene niet te missen.'

'We krijgen soms ontzettend vreemde vragen binnen, maar door te tonen dat we goed voorbereid zijn en een plan hebben, kunnen we een groot deel van de ongerustheid wegnemen.'

U bent nu iets meer dan een maand ebola-coördinator, kunt u een concreet voorbeeld geven van een verwezenlijking die al gerealiseerd is?

Vlieghe: 'We hebben werkgroepen opgericht waarin rond specifieke domeinen wordt samengewerkt. Zo richt één werkgroep zich specifiek op logistiek, daarnaast heb je infectiepreventie, maar ook huisartsen krijgen speciale richtlijnen over hoe ze mogelijke ebola-symptomen makkelijker kunnen herkennen. En ook praktische zaken komen aan bod: bijvoorbeeld hoe maak je een huis waarin een ebola-patiënt heeft verbleven, opnieuw schoon en zo ebola-vrij.'

Ebola krijgt enorm veel media-aandacht, frustreert het u als arts in Tropische Geneeskunde, dat andere ziektes -die misschien veel meer slachtoffers maken- amper onder de aandacht komen?

Vlieghe: 'Neen, dat frustreert me niet. Het is terecht dat de epidemie in West-Afrika aandacht krijgt. Het is lokaal een ontzettend ernstige situatie, die enkele West-Afrikaanse maatschappijen ontwricht. Wat me we wel stoort, is de manier waarop over sommige mogelijke gevallen in België werd bericht. Ik denk hierbij aan een ambulance die een patiënt vervoert, en tegelijkertijd wordt achtervolgd door een colonne van camera's. Dat gaat mij te ver. Wat de media in zo'n geval lijkt te vergeten, is dat het nog steeds om een persoon gaat, die nadien zijn leven moet oppakken. Zo'n stigma opgeplakt krijgen, kan traumatiserend zijn.'

Hoe gaat België om met teruggekeerde zorgverleners?

Vlieghe: 'Artsen zonder Grenzen is momenteel de grootse speler vanuit België. Exacte cijfers heb ik niet, maar op dit moment zijn er ongeveer 40 Belgen ter plaatse. De organisatie behandelt haar medewerkers zeer correct en ook de 'terugkeerpolicy' is professioneel. De opvolging gebeurt sereen, maar grondig. In tegenstelling tot in de Verenigde Staten worden personen die terugkeren uit ebola-gebieden, in België niet in quarantaine geplaatst. Het heeft geen zin om mensen als criminelen te behandelen dat wakkert de stigmatisering alleen maar aan. Willen we de epidemie onder controle krijgen, hebben we artsen nodig die willen vertrekken en er zeker van kunnen zijn dat ze correct worden behandeld als ze terugkomen. Bovendien zijn patiënten pas besmettelijk wanneer ze symptomen vertonen, ze op voorhand in quarantaine plaatsen heeft dus niet veel zin.'

Van stigmatisering gesproken, wat vindt u van de veelbesproken actie van Band Aid, om dertig jaar later het liedje nog eens van onder het stof te halen en geld in te zamelen voor ebola?

Vlieghe: 'Ik heb het debat hierover gevolgd en vond het erg interessant om te zien dat een heleboel kritische stemmen de actie van Band Aid in vraag stelden. Ik moet toegeven dat ik de liedjes die een aantal Afrikaans artiesten maakte over ebola veel bemoedigender en positiever vind. Dertig jaar na de hongersnood in Ethiopië moeten we ons de vraag stellen of de manier van geld inzamelen van Band Aid niet verouderd is. Ik kan het alleen maar toejuichen dat er een nieuwe (Afrikaanse) generatie is rechtgestaan. Natuurlijk ben ik niet tegen het concept van geld inzamelen voor ebola, maar het kan ook op een andere manier. De single van Bob Geldof en co ga ik in ieder geval niet kopen.'

Hoewel alle sprekers het op de conferentie in het ITG tijdens de sessie Ebola: The Human Factor in a Dehumanising Disease duidelijk eens waren over het belang van sociale wetenschappen om ebola-uitbraken onder controle te krijgen, bleven een heleboel retorische vragen in de lucht hangen. 'Hoe ver kan je gaan bij de militarisering van gezondheidszorg?', 'Vertrouwen is belangrijk, maar kan je het de burgers kwalijk nemen dat ze bij mogelijke ebolasymptomen (die even goed kunnen wijzen op malaria), niet onmiddellijk naar een controlepost willen gaan? Want die kan geen genezing garanderen, maar kan wel de kans op besmetting vergroten.'

Lees meer over:

Onze partners